Augustus 2025 El Hierro en CV.
Op 1 augustus zetten we koers naar Puerto de la Estaca op El Hierro. Bepaald een lastige tocht, omdat we eerst in de luwte van Tenerife terecht komen, dan in de acceleratiezone tussen Tenerife en La Gomera, dan in de luwte van La Gomera en vervolgens in de acceleratiezone tussen La Gomera en El Hierro.
Als we aankomen, gelukkig bij daglicht, waait het dat het rookt. Ik ben benieuwd of we een beetje fatsoenlijk de jachthaven binnen kunnen komen. We verkennen de zaak eerst maar eens, voordat we de boot gereed maken.
Achter de grote muur (breakwater) voor de veer- en vrachtboten is het water vlak en er is ruimte genoeg om de boot klaar te maken, maar het waait nog steeds hard. In het hoekje is de ingang naar de jachthaven. Als we daar naar binnen varen, blijkt de windsterkte mee te vallen en dus gaan we de grote haven weer in, maken de boot klaar en zoeken een plekje in de jachthaven. We liggen dicht bij de ingang waardoor we veel last hebben van surge (trage lange golven die binnen komen lopen en daardoor stroming heen en weer veroorzaken, waardoor de boot voor- en achteruit vaart in de box. Niet comfortabel, dus de volgende dag een ander, comfortabeler plekje opgezocht.
De steigers zijn nieuw, de haven is klein en er is plek zat. Niet vreemd want harde wind is hier de norm. De haven stelt niets voor. Er is een veerbootterminal, er is een klein supermarktje met woekerprijzen en er staan wat huizen. Dat is alles.

De hoofdplaats Valverde ligt op 600 meter hoogte in de bergen. Bereikbaar te voet, per taxi en met de bus. We kiezen voor de bus. Zo jammer dat de warme trui op de boot is blijven liggen.

Valverde blijkt best wel een leuk plekje, maar niet op zondag. Het is een feestdag op het eiland en alles is dicht. We vermaken ons echter een paar dagen prima op het eiland. Jammer dat er geen huurauto beschikbaar is, maar dat mag de pret niet drukken. We zwemmen aan het strandje, al zijn we er gauw weer uit. Het waait zo hard, dat opspattend zeewater direct in de ogen waait, geen ontkomen aan.
Ik verken noodgedwongen de onderwaterwereld in de
jachthaven. Het water is zo helder dat de bodem op 8 meter diepte goed te zien
is.
Door de harde wind is een handdoek van Joyce met
knijpers en al overboord gewaaid en gezonken. De zwembroek gaat aan, de snorkel
gaat op en binnen een seconde zie ik hem liggen op de bodem. Een vishaak gaat
naar beneden en na enkele pogingen heb ik beet, handdoek veilig
gesteld.
Helaas is er een motorbootje gezonken wat met behulp van luchtzakken drijvend is gekregen en door het pilotbootje naar de kraan in de haven wordt gesleept. Daar wordt het water uit het bootje gepompt, waarna het op het droge wordt gezet. Het zal je maar overkomen.
De eigenaar beent zichtbaar geëmotioneerd heen en weer.

We doen nog wat laatste inkopen in Valverde en gooien op 6 augustus de trossen los.
Voordat we uit de invloed van het eiland op de wind zijn, zijn we uren en uren verder. Eerst varen we langs het eiland met 34 knopen ware wind, dan komen we in de luwte met 2 knopen ware wind, maar uiteindelijk pikken we toch de passaatwind op.
De tocht naar Mindelo is geen pretje. De luchttemperatuur beweegt zich rond de 30 graden Celcius
, gedurende 24 uur per dag, maar dat is nog niet genoeg, de luchtvochtigheid bedraagt 95%. Ik heb de lucht boven zee nog niet eerder zo bezwangerd gezien met vocht. Als ik een mes zou pakken zou ik er blokjes vochtige lucht uit kunnen snijden. Het gevolg is dat het binnen ook zwaar vochtig is. Als ik me was vlak voordat ik naar bed ga, heeft afdrogen geen zin. Het lijft blijft nat van het zweet. De beste strategie is op bed gaan liggen en niet meer bewegen. ’s Ochtends ben ik dan droog.Onderweg naar Mindelo krijgen we bericht dat storm Erin huisgehouden heeft op Sao Vicente en Santo Antao. De ravage schijnt groot te zijn, huizen weggespoeld en enkele mensen hebben de stortvloed aan regen niet overleefd. We zijn benieuwd wat ons te wachten staat.
Natuurlijk worden we onderweg gevolgd door een inktvisje, verbonden met een oranje dyneema draad aan de boot dat voorzien is van een verklikkerbelletje. Dan gebeuren er drie dingen tegelijk. Een vis belt aan, het begint te regenen en de wind trekt aan in de regenbui. Nu is het adagium veiligheid van het schip eerst en voor alles, dus besluit ik eerst de vis maar binnen te halen. Dan pas zeil minderen en dan pas bescherming zoeken tegen de regen. Een mooie Mahi Mahi (goudmakreel). Ik had al gelezen dat ze zeer goed smaken en dat blijkt geen overdrijving. Mijn tweede Mahi Mahi, anderhalf keer zo groot als de eerste, belt een dag later aan. Terwijl ik de vis op het achterdek onthaak en veilig probeer te stellen, springt deze tegen alle afspraken in zo weer overboord. Les geleerd. De volgende vis (welke soort dan ook) krijgt eerst een stuk touw om zijn staart dat vast zit aan de boot en wordt daarna pas onthaakt. Ze zijn bijna gladder dan een paling in een emmer snot.

We ankeren in het donker in de baai van Mindelo, gelukkig is dit bekend terrein. Het water in de baai is smeriger dan ik ooit heb gezien. Nu is regen geen regelmatig terugkerend verschijnsel op de Kaap Verden. Integendeel, de eilanden zijn totaal niet ingericht op het verwerken van grote hoeveelheden regenwater. De laatste keer dat er veel regen was, was in 1984 volgens een serveerster, maar ook toen geen hoeveelheden als nu.
Als we de wal op gaan, blijken de berichten waar te zijn. De ravage is groot.Er is veel vulkanisch stof van de bergen mee naar beneden gesleurd. De riolering kon het niet aan, waardoor het stelsel compleet overspoeld werd. Gevolg was dat het rioolslib de straat op spoelde en zich mengde met het vulkanisch stof. De stank is er ook naar. We blijven de eerste dagen zoveel mogelijk op de boot. Er wordt in ieder geval hard gewerkt om de stad weer leefbaar te maken.

Tankauto's lozen voortdurend gitzwart (riool)water in de haven. Over het milieu maakt niemand zich nu even druk.

Als we 's morgensvroeg door de haven lopen op weg naar de autoriteiten om in te klaren, passeren we de veerterminal. De veerboot van Santo Antao is net aangekomen. De boot loopt leeg met overladen pick-up trucks die in Mindelo hun waren komen verkopen.

Ondertussen proberen mensen hun dagelijkse leven weer op te pakken.

We maken er maar het beste van en eten veel fruit als mango’s en maracuja’s. Boodschappen doen valt niet mee, vooral verse groente is een probleem.

Dagenlang varen er twee dinghy’s en een aluminium politiebootje door de haven volgens een ongestructureerd patroon zoals een vlieg door de lucht vliegt. De ene dinghy gevuld met duikers, de andere is voorzien van een GPS-muis, een sonar en een computer. Op enig moment maken ze een praatje met me. Ze zoeken een auto, die met de regen de baai ingespoeld is. Uiteindelijk hebben ze beet. Er worden twee auto’s uit het water gehaald, een aanhangwagen en een stalen kooi met gasflessen.

De grootste positieve verrassing blijkt echter een Italiaans restaurant te zijn, waar ik het beste en lekkerste Argentijnse vlees at, dat ik buiten Argentinië gegeten heb. Ook een fles Kaapverdische wijn blijkt een aangename verrassing. Een pareltje, dit restaurant.
Iedere morgen meert er in alle vroegte een vissersbootje af aan een meerboei vlak voor onze boeg. Op de boot al gauw een man of tien, die kennelijk de vis uit de bun halen waarna deze met kleinere open boten naar de visafslag wordt vervoerd. Zonder ijs. De vis wordt daar verkocht waarna ze op straat verder verkocht wordt aan shoppend publiek. Zonder ijs. Bij dertig graden.
Zonder ijs.

De voertaal op de vissersboot is Schreeuw. Wij kunnen er geen Portugees of Creools in ontdekken. Ook apps als Duolingo en Babel voorzien niet in deze eigen taal. Na wat search op internet, komt dit er het dichtste bij voor mijn gevoel.
https://youtu.be/lTmgKyt98Xs?si=s_b-ygwDVdRMdcR4.
De kleine bootjes die gebruikt worden om de vis aan wal te krijgen worden ook gebruikt voor het vervoer van mensen van en naar voor anker liggende grote vissersboten in de baai. Vaak (ook) met zoveel jonge mannen aan boord, dat er geen zitplaats is. Regelmatig schuift er een bootje aan ons voorbij met een aantal op figuren uit het terracotta leger lijkende staande mennekes in de boot. Een mooi gezicht.

De reigers hier op het eiland zijn bepaald niet dom. Deze hier heeft zijn eigen visboot.

Het begint te kriebelen. De hitte, de vliegen, de lucht van rioolslib, de geringe keus aan verse groente, de voertaal Schreeuw 's morgensvroeg.... Het is echter te vroeg om de oversteek naar het Caribisch gebied te maken, het orkaanseizoen is bepaald nog niet achter de rug. The Gambia?