Van de Azoren naar Nederland

18 mei 2021

’S middags om één uur word ik (voor de zoveelste keer, maar toe maar) getest op COVID. Het resultaat komt ’s avonds per email binnen en is (uiteraard ook voor de zoveelste keer) negatief. Dat betekent dat ik morgen kan gaan kijken naar een plekje in de jachthaven. Diesel en water tanken, boodschappen doen, de was laten doen, mogelijk wat wandelen en Horta een beetje bekijken en dan door naar Terceira.

Faial is COVID vrij, Terceira niet, dus het wordt een beetje oppassen daar.

19 mei 2021

De tocht van de ankerplek naar de wal is wat problematisch. Dat komt door een Franse boot die bij de pomp ligt en maar niet vertrekt. Ik heb het gevoel dat alle Franse boten een bibliotheek aan boord hebben met maar één boek: Remy. Het welbekende boek over alleen op de wereld zijn. Terwijl ik lig te wachten, hoor ik een boot met de naam "Anna Caroline" de jachthaven oproepen. Ze spreekt te goed Engels om direct het Nederlandse accent te herkennen, maar de naam Anna Caroline triggert iets in mijn hoofd. Ik pak de verrekijker en ja hoor, de "Anna Caroline van Staeten Landt". Het schip waarmee Wietze van der Laan en Janneke Kuysters een wereldreis maken. Deze mensen zijn bekend omdat ze met grote regelmaat een column publiceren in Zeilen. Haar schrijfstijl is zodanig, dat je je aan boord bij hen waant als je de columns leest. Als ze de formaliteiten via de marifoon afgehandeld hebben, roep ik ze op en ik klets een half uurtje met Janneke. Wat een toeval, dat ik deze BN’ers (in de zeilerswereld dan) hier tegen het lijf loop en wat een eer.

Maar daarmee is de koek nog niet op. Tegen de avond hoor ik dat de OKA zich meldt bij het havenkantoor. Ook nu weer is er een trigger in mijn hoofd en ik pak weer de verrekijker. En ja hoor, het is Peter van de OKA, die onder andere ook in Barlovento in Buenos Aires heeft gelegen. Hij herkent me direct en we hebben even kort contact. Zowel Wietze en Janneke als Peter zullen morgen wel hun test doen en dan overmorgen in de haven verschijnen, waar ik inmiddels aan de wal lig. Niet te geloven. Beiden niet. De Anna Caroline om de reden die ik net beschreef en de OKA omdat ik in de veronderstelling was dat die de Pacific in getrokken zou zijn. Er zal wel heel wat bij te praten zijn.

Het weer tijdens de eerste dagen in Horta is naadje. Echt Hollands. Veel wind uit de verkeerde hoek, regen en koud.

                      

 

20 mei 2021

Een bezoek aan de supermarkt. Het is even wennen. Groot, ruim met een groot assortiment. En ik kan weer met de telefoon betalen. :-) Er zit een telecomwinkeltje in de supermarkt. Ik koop een simkaartje, geldig voor 15 dagen, met onbeperkt dataverkeer, voor € 15. De wifi in de haven is uitstekend, maar ik lig op de verkeerde plek en heb geen ontvangst. Maar voor € 15 euro aan snel internet met onbeperkt dataverkeer…… KPN rekent € 9,99 voor een maand en een limiet van 1 Gb.

Op de weg terug van de supermarkt naar de haven, loop ik langs een winkel met visgerij. Ik koop een mooi ogend inktvisje en doop haar gelijk Juliette. Ere wie ere toekomt. Kijken of deze dame me van voedsel gaat voorzien.

Tegen de avond wordt er op de romp geklopt. Harry, een hier wonende Duitser met connecties met Windpilot, die dertien jaar in Nederland gewoond heeft, toont belangstelling voor de boot. Gewoon, omdat ie hem mooi vindt. Ik nodig heb uit voor een biertje en terwijl ik mijn vlees sta te braden, kletsen we honderd uit. Daarna swiffer ik de vloer nog even om alle stof en haren weg te halen.

21 mei 2021

Met de was in de omgekeerde AH tassen naar de wasserij op het haventerrein. Bij de servicebalie is niemand, dus ik wacht even. Dan komen er twee heren binnenlopen die beiden Remy heten, ze weten waar het washok is en lopen daar direct naar binnen. Ik er achteraan. Of ze de was kunnen doen. Ja hoor, zegt de dame, deze beide machines zijn beschikbaar. Ze willen eerst douchen. Mooi zo Remies, ik neem beide machines in beslag. Als ze eerst de was hadden gedaan, had ik ze er op aangesproken. Ik zou vriendelijk gebleven zijn, maar ik irriteer me mateloos aan deze hufterige volksaard van Fransen, waarmee ik me realiseer dat ik ze allemaal over één kam scheer, wat niet terecht is. Gewoon niet het fatsoen hebben om te zeggen: "Die meneer was eerst". De wasdame weet overigens van aanpoten. Om half negen gaat de was de machine in, om half elf is alles droog en klaar. Tegelijkertijd neem ik een lekker warme douche. Wat een weelde weer even.

Vandaag moet ik echt even aan de bak. Vloer stofzuigen en dweilen, beetje schoonmaken en diesel tanken. De gribs voorspellen nog steeds gunstige wind voor dinsdag en woensdag om naar Terceira te varen en die kans kan ik niet laten lopen. Als ik op woensdag in Terceira aankom, heb ik nog vijf dagen voordat Rommert daar landt.

Helaas wordt mijn planning verstoord, maar wel om goede redenen. Janneke en Wietze komen aan boord om bij te kletsen, ondertussen is Peter van de OKA klaar met inklaren en diesel tanken en hij vraagt me of ik hem wil helpen een box in te varen. Natuurlijk wil ik dat. Later loop ik samen met hem naar de supermarkt en ’s avonds drink ik met Peter een biertje in cafe Sport. Zo’n plek waar je geweest moet zijn.

22 mei 2021

Vandaag moet dan de vloer gedweild worden en diesel getankt en dat gaat me lukken ook!

’s Morgensvroeg komt de catamaran Orion achter me liggen om te tanken. Een ruimteschip van 90 voet lang, bijna de dubbele lengte van Romlea. Als ik een over de kade lopende blondine groet in het Engels (achterop de Orion staat Falmouth), groet ze in perfect Nederlands terug. Het is Sanne uit Haarlem, die als crew op deze boot meevaart. Het schip blijkt geschikt te zijn en gebruikt te worden voor charters. Terwijl ze liggen te tanken, wordt er door andere opvarenden een afdruk geschilderd op de grond, dat is nou eenmaal traditie hier. Van Sanne krijg ik een potje witte verf, waardoor ik ook mijn bescheiden stempel kan drukken op dit eiland en daarmee doe ik recht aan de traditie. Tijd voor een kop koffie heeft ze niet, want zodra de tanks vol zijn, vertrekken ze.

    

 

Ik laat mijn jerrycans vullen bij de pomp. De slang is zo lang, dat ik er niet mee hoef te zeulen. Weer een meevaller. Ik kan nu in alle rust mijn tank vullen uit enkele jerrycans met de hevel en de andere opbergen in gasbun en lazarette.

Rond een uur of elf vertrekken mijn buren. Een paar jonge Noorse kerels die totaal geen overlast veroorzaakt hebben. Wat dat betreft hadden ze van mij nog een week mogen blijven liggen, maar met noordenwind is het getrek aan Romlea door hun geslinger wel een stuk minder geworden. Dit ligt en slaapt rustiger.

Na de lunch staat Marjolein van de Jori op de kade. Ook zij wordt uiteraard gastvrij aan boord uitgenodigd. Ze blijken een poosje in een hotel te zitten, omdat ze hier aangekomen zijn met een acuut medisch probleem van haar Henk op zee. Ze hebben het probleem aan kunnen pakken, maar vakkundige medische zorg is nodig.

Terwijl Marjolein en ik zitten te kletsen komt ook Janneke aan boord, met een soort van Power Pills voor me. Die hebben zij zelf ook gebruikt toen ze afgevallen op de Seychellen aankwamen. Om weer wat gewicht aan het lijf te krijgen zeg maar. Power Pills naast het vele andere gezonde eten dat ik hier eet.

Ik loop nog even op verzoek van mijn walkapitein naar de andere kant van de jachthaven om wat foto’s en videootjes van een daar liggende boot te maken en dan is de vloer toch echt aan de beurt. Eindelijk het zout en de daarmee gepaard gaande vettigheid er uit. Ondertussen neemt de wind steeds meer af, in overeenstemming met de gribs. Lekker.

23 mei 2021

Gisteravond heb ik de dieseltank gevuld en de jerrycans opgeborgen. Er stond nog een beetje wind, dus ideale omstandigheden voor deze klus. Op het vullen van de watertanks na is Romlea nu weer gereed voor vertrek naar Terceira.

Als ik vanmorgen opsta, schijnt de zon, is de wind bijna helemaal weg en is het zowaar een stuk warmer dan de afgelopen dagen. Dat nodigt uit tot koffie drinken buiten en te genieten van alles wat om me heen gebeurt. Deze haven leeft.

Om elf uur staat Marjolein weer op de kade. Met een zak noten en vijf blikken vlees. Ze weten nog niet wat ze gaan doen. Terug varen, terug vliegen, boot wel of niet verkopen, het valt ook niet mee onder deze omstandigheden. Zij en Henk zijn gister wel even naar cafe Sport geweest zo vertelde ze, maar dat was zwaar genoeg voor hem geweest.

Een Franse catamaran die achter me aan de wal komt, vind het nodig om tijdens het afmeren mijn windpilot te schampen. Als ik daar wat van zeg, reageert de eigenaar, Remy, niet. Hij is druk bezig met zijn boot vast te leggen. Ik controleer mijn windpilot op schade en goede werking, maar gelukkig blijft het bij wat krasjes. Remy zie ik niet meer. Hufterig. Janneke kent hem en vertelt even later dat hij zijn boot niet goed onder controle heeft. Het zal, maar daarmee hoef je nog niet te doen of je neus bloedt als je een ander raakt.

’s Middags rond een uur of vier duik ik met Wietze en Janneke café Sport in. Zij zullen wat langer op de Azoren blijven voordat ze naar Nederland varen. Janneke is een ware spraakwaterval, de dag is ongeveer een week te kort om alle ervaringen met elkaar te delen. In de avond lopen we terug naar de jachthaven en ik nodig ze uit aan boord voor een kop thee. Terwijl we aan boord stappen, ziet Janneke Marcella op de wal staan, een Spaans-Mexicaanse zeilster die hier ook beland is. Ook zij wordt aan boord uitgenodigd voor een kop thee. Na een half uurtje staat ook haar vriend Fred op de wal en ook hij komt aan boord. Een gezellige kletsavond. Om elf uur vind iedereen het genoeg geweest en gaat naar eigen schip. De rust keert weer op Romlea.

24 mei 2021

Als ik opsta, controleer ik eerst de windverwachting. Voor morgen is die nog steeds gunstig om naar Terceira te varen, dus de knoop is snel doorgehakt. Ik betaal alvast het havenkantoor, check uit, vul de watertank en breng het schip in vaarstand. Na de lunch wandel ik nog wat en leg enkele indrukken van Horta vast op video. Als ik terug loop, loop ik Harry tegen het lijf. We nemen afscheid. Als ik terug aan boord ben, lig ik lekker in het zonnetje van een biertje te genieten.

Peter van de OKA komt nog gezellig langs om een biertje te drinken en ook van hem neem ik afscheid. Hij ligt in de jachthaven aan een steiger met een deur er voor, ik heb geen pasje, dus ik kon hem niet opzoeken. Maar uiteraard worden er wel telefoonnummers uitgewisseld.

Dan is het tijd om te koken, af te wassen en de laatste dingetjes op te ruimen. Ook de laatste gribs zijn goed, dus morgenvroeg gooi ik de lijnen los. Op naar Praia op Terceira.

25 mei 2021

Om zeven uur gaat de wekker. Ontbijten, weersinformatie, etc. Stroomkabel binnenhalen, lijnen losgooien en van de kant af. Met de kont in de wind de haven in laten "zeilen". Er staat genoeg wind om me langzaam door de haven te laten varen op mast en tuig, met de motor stationair in de achteruit en de stuurautomaat aan het werk. Zo vaar ik langzaam en beheerst door de haven met genoeg tijd om de lijnen en stootwillen op te ruimen. Dan de laarzen en regenpak aan en om half negen vaar ik tussen de havenhoofden door. Er staat veel wind buiten en het is even knokken om boven Pico te komen.

Er gebeurt iets grappigs, dat me ook overkwam onderweg naar Horta, vlak voor Horta en nu dus vlak buiten Horta. Mijn plotter geeft een AIS alarm, van een boot die zo dicht achter me zit, dat ik zo over zou kunnen stappen. Op weg naar Horta en ook nu weer, kijk ik goed om me heen, maar zie geen boot. Zelfs geen antenne van een onderzeeër. Dan kijk ik beter en zie dat het een boot is met hetzelfde MMSI nummer als ik. Dat is grappig….

Ik vermoed dat het volgende aan de hand is. Omdat ik de AIS op Long Range Mode heb staan (de satelliet ontvangt mij dan beter), is het zendvermogen vijf Watt. Het AIS signaal dat uitgezonden wordt, weerkaatst waarschijnlijk tegen de harde rotsen die vrij steil uit zee komen. Dus een fractie van een seconde nadat het signaal uitgezonden is, komt het terug en ziet mijn plotter een boot vlak achter me. Als de afstand antenne - rotswand twee mijl bedraagt, dan is de tijd die het signaal er over doet om van antenne naar rotswand en terug te komen vijfentwintig microseconden. Het zou kunnen.

Als ik eenmaal boven Pico ben, moet ik nog aan de oostkant van de berg zien te komen, om echt van de wind te gaan profiteren maar ook dit lukt. Als ik Pico achter me laat en koers zet naar Terceira blijkt dat ik te snel vaar en in het donker aan zal komen. Dus grootzeil in en op een lapje genua met een mooi bakstagwindje recht op Terceira af. Dit gaat beter.

26 mei 2021

Ik zette een timer gisteravond op drie uren. Daarna een paar keer op een uur en daarna elk half uur. Nu en dan stelde ik de koers bij en eenmaal reefde ik verder omdat het nog te hard ging. Voortdurend controleerde ik het traject dat voor me lag op de kaart om een "Wouter Verbraak - experience" te voorkomen. Voor de kust van Terceira liggen twee obstakels (lees: eilanden of rotsen) die gelukkig wel met een rood sectorlicht van de vuurtoren gemarkeerd zijn, maar toch. Het regende overigens de hele nacht.

Rond negen uur vaar ik tussen de havenhoofden door en rond half tien lig ik aan de wal van de jachthaven. Een klein haventje, maar prima. Het regent op dat moment pijpenstelen. Het regenpak houdt me niet droog, mede omdat er nogal stralen water van de giek naar beneden komen, die het nodig vinden om hun pad via mijn hals naar binnen te vinden. Ik check in en doe de rest van de dag rustig aan. Ook deze jachthaven kent alle faciliteiten, van douches tot en met wasmachines.

      

 

27 mei 2021

Om tien uur klopt Paulo op de romp. Ik lig nog net het laatste nieuws te lezen in bed. Uitslapen is na zo’n intensieve reisnacht wel een dingetje. Gistermiddag had ik hem nog gemaild over het uitblijven van de uitnodiging voor een tweede COVID test. Ik wil geen gedoe met autoriteiten. Hij heeft gebeld en vertelt me dat ik vandaag welkom ben in het testcentrum.

Inmiddels is de binnenkant van de steiger vrijgekomen en hij vraagt me om daar naar toe te verkassen. Geen probleem. Gelijk maar doen want er is weinig wind.

Om kwart over vier meld ik me in het COVID testcentrum en een paar seconden later sta ik weer buiten.

Ik doe nog een dagje rustig aan. Morgen begin ik met provianderen en zal ik het uitkijkpunt vlak buiten de haven beklimmen.

28 mei 2021

De dag begint met een stralende zon en dat blijft ook zo. Op de steiger wordt aan de elektriciteit gewerkt. Rond koffietijd klopt Paulo weer op de romp. Hij vertelt me dat ik op de 31e verwacht wordt voor de derde COVID test, maar dat kan niet hier, want de testlocatie hier is op maandag gesloten. Ik zal ervoor naar Angra do Heroísmo moeten. "Ga met de bus en neem in Angra een taxi naar de testlocatie. Die wacht dan op je en brengt je terug naar de bus". Er zitten geen 6 dagen tussen tweede en derde test, maar ik laat het maar gebeuren. Rommert is hier dan al, dan gaan we samen met de bus en zien op die manier iets van het eiland. Aan het begin van de middag loop ik naar de supermarkt. Twintig minuten lopen. Het is dezelfde supermarkt als in Horta, maar groter en met een ruimer assortiment. Ik haal de eerste run boodschappen. Morgen de tweede en dan zie ik wel hoe vaak ik nog moet. Vers vlees en verse groente kunnen we samen halen op de dag voor vertrek of op de dag van vertrek.

Daarna loop ik naar het uitkijkpunt. Er loopt een weg naar toe, maar ook een soort van trap, gemaakt in de heuvel van natuurlijke materialen zoals grond, gras en basaltblokken. Terwijl ik naar boven loop, hoor ik uit een basaltstenen muur piepgeluiden komen, die niet klinken als krekels. Ik neem een kijkje en zie een stuk of zes ver opengesperde bekkies in een vogelnestje. Wat een ontroerend mooi gezicht. Piepen als fietspompen doen ze, maar zodra ze door hebben dat ik mama niet ben, zijn ze stil. Als ik dan met mijn tong klik, begint het concert van voren af aan.

    

 

Boven is het uitzicht magnifiek. De zee is kalm en het zicht is uitstekend.

29 mei 2021

Vanmorgen ga ik eerst terug naar de trap naar het uitkijkpunt. Terwijl ik de steiger afloop, heb ik eerst een praatje met Julie, een Amerikaanse uit Florida. Ze zwerven al jaren over de zeeën en Amerika bevalt haar niet. Mensen zijn volgens haar egoïstisch en dom. Als ik vertel dat een Amerikaans stel me eerder vertelde dat ze Amerika een tweede wereld land vinden, gooit zij er nog een schepje bovenop. "Het wordt in hoog tempo een derde wereldland" vertelt ze. Ook zij blijkt een grote aanhangster van Trump, DUS NIET!

Ik loop naar de trap naar het uitgangspunt, om het vogelnestje nog een keer goed te filmen, dit keer gewapend met leesbril, zodat ik kan zien of de camera op het juiste punt focust en met lamp om bij te schijnen. Het nestje is snel gevonden en de opname is goed. Het valt me op dat er zeker twee vogeltjes minder dan gisteren zijn. Het nestje is dan ook vrij makkelijk bereikbaar voor katten (die ik ook op de trap heb gezien), het zit misschien een meter boven de grond en het zit niet al te diep in de muur. Het doet me denken aan een snackbar met een muur met lekkers. Een kat hoeft maar met zijn poot naar binnen te hengelen en hij haalt zo een snack naar buiten.

Als ik terug loop op de steiger, zie ik een prachtige soort van zeekomkommer. Ook hier maak ik een foto van. Het water is redelijk helder. De anemonen groeien aan de steigers. Ook de hoeveelheid vissen in het water is geweldig om te zien.

    

 

30 mei 2021

Vandaag is natuurlijk de grote dag, Rommert komt vanavond aan. Ik breng de voorraad resterend blikvoer in kaart voor de volgende ronde boodschappen. Ik loop vandaag twee keer op en neer naar de supermarkt. De zon schijnt volop. Rond een uur of zes neem ik de bus naar het vliegveld. Het is slechts tien minuten rijden. Als vliegtuigen hier op het eiland landen, komen ze recht over de jachthaven. Gelukkig alleen overdag. ’s Nachts is het hier heerlijk rustig.

         

 

We nemen een taxi terug (ietsje, lees: veel, duurder dan de bus), maar dan heb je ook wat. Voor de deur afgezet met een zware tas en rugzak. De spullen worden naar de boot gebracht, we nemen een biertje en lopen dan naar een grill restaurant om te eten. Een heerlijk potje stoofvlees, als zijnde een streekgerecht van de Azoren. Omdat er teveel is, krijgen we de rest mee als doggy bag.

31 mei 2021

Deze dag staat in het teken van rust en test. We ontbijten rustig, nemen een douche en stappen rond drie uur in de bus naar Angra do Heroísmo voor mijn derde en laatste COVID test hier op het eiland. Het is miezerig weer. De rit met de bus verloopt prima. Ik moet naar Angra omdat de testlocatie hier naast de jachthaven vandaag gesloten is. De autoriteiten zijn niet zo slim om de test dan net een dag later in te plannen. Prima. We stappen de bus uit en stappen direct in een taxi. Die rijdt zo de teststraat binnen en ik word getest terwijl ik in de taxi blijf zitten. Als we naar buiten rijden vraag ik om terug te rijden naar de bushalte voor de bus naar Praia. Hij vraagt nog een keer nadrukkelijk Praia da Vitória en ik bevestig uiteraard. Tot onze stomme verbazing rijdt hij de snelweg op, dus vraag ik nog maar een keer om naar de bushalte. Hij knikt begrijpend maar rijdt door. Dan pakt ie zijn mobiel, belt een dame en geeft me de telefoon. In perfect Engels vraagt ze me waar we naar toe willen. Ik leg het haar uit, maar zeg dat het prima is dat ie ons naar Praia rijdt en geef de telefoon weer terug. Als hij het misverstand begrijpt, komen er duizend excuses. Ik stel hem gerust en geef aan dat het niet erg is. Het gaat me niet een persoonlijk faillissement opleveren, we hebben de grootste lol op de achterbank van een mercedes met nagenoeg een miljoen kilometers op de teller en laten ons in het zeiknatte weer bij de jachthaven afzetten. Geen uur wachten op de bus en droog voor de deur afgezet worden.

1 juni 2021

Tegen tien uur staan we op de stoep van het autoverhuurbedrijf, een hotellobby. "Ja, ik heb een auto, maar moet hem nog schoonmaken". "Niet nodig, we nemen hem zo wel." zeggen wij als we zien dat er niets aan mankeert. En hup op weg, het eiland op. Eerst gaat de rit naar Angra do Heroísmo, uitsluitend over toeristische wegen. Het eiland is prachtig om te zien. We hadden graag scooters gehuurd, maar dat is niet mogelijk in Praia. We doen het er maar mee en genieten van het feit dat we gewoon met elkaar kunnen praten. In Angra nuttigen we een biefstuk ter grootte van een pallet. We bezoeken delen van het historische fort. De reis gaat door naar een grot. Helaas maak ik de grote fout trui en jas aan te doen, in de grot is het warmer dan buiten, maar het bezoek is grandioos. Een lavagrot, dus anders dan grotten die we kennen. Het hoogste punt van het eiland is de volgende bestemming. Het waait daar uiteraard dat het rookt, met een temperatuur van tien graden. Ik heb het gevoel dat mijn vingers er af vriezen. Het uitzicht is fenomenaal, evenals het antennepark hier boven. Dan rijden we terug naar Praia, om een pizzapunt te pakken en de supermarkt te bezoeken. De auto is een uitkomst.

                             

 

Gelukkig ging alles goed, het ESP hoefde maar een paar keer in te grijpen…..

Het eiland is volgens Wiki het meest dichtbevolkte eiland van de Azoren. Overal staan huizen, het ene nog mooier dan het andere en goed onderhouden. Uiteraard komen we ook bouwvallen tegen, maar over het algemeen is het goed. We zien weinig mensen op straat en wat er aan schaarse horeca onderweg te vinden is, is van tegenvallende kwaliteit. Veel meer dan drie tuinstoelen met één tafel staat er over het algemeen niet buiten. We vermoeden dat er veel Portugese pensionados wonen met een goed gevulde portemonnee.

2 juni 2021

De auto gaat terug, gehakt en kipfilet worden nog uit de supermarkt gehaald, twee wasmachines worden volgepropt, het laatste weer wordt opgehaald en de boot wordt vaarklaar gemaakt. We maken nog wat schoon, inspecteren het want van boven naar onder, vullen de watertanks en waterflessen en vullen wat olie bij in de motor.

We zijn klaar om uit te varen. Dat gaat morgen in de loop van de ochtend gebeuren.

3 juni 2021

Als we rond acht uur opstaan, is het nagenoeg windstil en is het water in de haven blak. We ontbijten, nemen een douche, rekenen af in de haven en nemen voor de laatste keer een lekkere espresso. Tegen negen uur komen de eerste golfjes op het water, tegen tienen wordt er wat wind voelbaar. De laatste spulletjes worden weggestouwd en dan gaan toch echt de trossen los voor de laatste etappe.

Zodra we buiten de haven zijn, zetten we het zeil. Het eerste traject staat er niet veel meer dan een knoop of zes à acht wind, waardoor we op een halve windse koers een knoop of drie tot vier varen. Het mag de pret niet drukken. We nemen een iets noordelijker koers dan zou moeten. Over een paar dagen zal zich een langgerekt hoog vormen van de Azoren naar het noordoosten en daar willen we ten noorden van blijven, om wind te houden en voortgang te kunnen maken. Het rustige weer geeft Rommert even gelegenheid in te slingeren. Tegen de avond neemt de wind toe en zien we regelmatig vijf knopen plus voorbijkomen.

Rommert vermaakt zich op deze eerste dag op zee overigens kostelijk met stormvogels, Portugese oorlogsschepen en dolfijnen.

4 juni 2021

Gisteravond hebben we tot elf uur buiten gezeten en kunnen genieten van een aantal fenomenen. Ten eerste was daar het treintje satellieten dat elkaar in rap tempo achterna zat terwijl het door het luchtruim zweefde. Waarschijnlijk heeft vriend Musk kortgeleden weer een zestigtal satellieten omhoog geschoten voor zijn wereldwijde internet. Een mooi gezicht, al zullen astronomen daar een andere mening over hebben.

Op enig moment leek het wel of er groene waxinelichtjes in het water dreven. Het licht was in ieder geval sterker dan van lichtgevende algen. Er zat dus niets anders op. We moesten wel op onderzoek uit. Per slot van rekening hebben we geen zin om door een nucleaire reactor te varen. Dus wordt het kanon, de onvolprezen LED Lenser zaklamp van stal gehaald. De oceaan was één groot veld kwallen, vlak onder het wateroppervlak, die licht gaven als ze geagiteerd raakten. Lelijke kwallen die nog de meeste overeenkomsten hadden qua vorm en kleur van uit de kluiten gegroeide champignons. Menig kweker zou er jaloers op kunnen zijn. Enorme hoeveelheden, die kennelijk overdag dieper zitten en ’s nachts naar boven komen. Een bijzonder gezicht en een rare gewaarwording. Alsof we door kwallensoep voeren. Dolfijnen schoten als torpedo’s onder de boot door, de kwallen agiterend, waardoor die oplichtten.

De wind is vannacht iets gekrompen, waardoor we tegen zes uur in de morgen kunnen vlinderen. Het had eerder gekund, maar in het donker werk ik niet graag aan dek. De snelheid loopt regelmatig op tot zeven à acht knopen. Dat is ook wel nodig, want morgen krijgen we volgens de grib files een windloze dag. Iedere mijl die onder de kiel doorvliegt is er één.

Vandaag ben ik sinds vertrek uit Ushuaia precies honderdtwintig dagen onderweg, waarvan negenenzeventig dagen op zee.

Juliette gaat de plomp in. Haar tentakels glinsteren in de zon. Een stormvogel onderneemt vier pogingen om haar te pakken te krijgen, maar zonder succes. Gelukkig maar. Ik zou niet weten hoe stormvogel smaakt. ;-). De middag lijkt op een september middag in Nederland. Zon, gefilterd door bewolking en warm, waardoor de atmosfeer een ietwat loom karakter krijgt. We kletsen wat bij en lezen wat. Er zijn autobladen aan boord!

5 juni 2021

Gisteravond zijn we samen naar het theater geweest. Er liepen drie voorstellingen door elkaar heen, waardoor het geheel ietwat complex en ongeorganiseerd oogde. Ten eerste was er een uitvoering van de groep "Wind", die al buitelend over het toneel van hot naar her liep, ondertussen dubbele Rietbergers, dubbele axels en achterwaartse flip flops uitoefenend. Terwijl "Wind" druk doende was met haar uitvoering, verscheen de groep "Dwaze vissers" ten tonele. Langzaam bewogen vijf vissersboten zich volgens een volkomen willekeurig patroon over het toneel, met roterende alarmlampen op de kop. Tenslotte was er het individu "Zeiljacht", dat probeerde van de ene kant van het toneel naar de andere kant te komen, daarbij behendig gebruik makend van "Wind" en zorgvuldig "Dwaze vissers" ontwijkend. We kregen de indruk dat "Zeiljacht" deze "Dwaze vissers" maar beter kon mijden en op afstand houden, omdat het wel eens kwaad kersen eten met die gasten zou kunnen zijn, uiteraard onder voorbehoud van beschikbaarheid van kersen. De voorstelling gaf vertier en afleiding zullen we maar zeggen….

Helaas duurde de voorstelling lang, wat zorgde voor een korte nacht. Er was ook geen ontkomen aan deze voorstelling. Alsof we er midden in zaten en het zelf beleefden, zo indrukwekkend werden de diverse rollen vertolkt.

De ochtend begint met een mooi zonnetje. De wind wordt conform grib minder zodat ik op enig moment de genua inrol en Perkie aan het zwoegen zet om pal naar het noorden te varen. Volgens de gribs komt er een windgebied op ons af met zuidwestelijke wind en daar varen we graag naar toe. Hoe eerder hoe beter.

Rond een uur of tien in de morgen, als de bemanning nog in diepe slaap is, zie ik een bruin half bolletje op het water drijven op enige afstand van de boot. Ik vermoed dat het een schildpad is. Omdat ik dat zeker wil weten, gooi ik het roer om voor een stormrondje. Met alleen grootzeil op voor de stabiliteit en nagenoeg geen wind, is dat prima te doen. Helaas, waarschijnlijk onder water gedoken. Niet meer te vinden. Het geluk is echter nog niet op. Een uur later zie ik voor de boeg weer een bruin bolletje. Ik manoeuvreer er vlak naast en leg de boot stil. Een zeeschildpad. Zo op het eerste gezicht de laatste levensfase voorbij, maar als we foto’s en films maken zit er toch leven in. De lezer vermoedt dat het bemanningslid ontwaakt is, dat vermoeden is juist. Kleine visjes zwemmen er onder. Het achterste deel van het schild is begroeid met schelpen, de ogen zijn dichtgegroeid of overwoekerd. We kunnen niets voor dit beestje betekenen en we hervatten onze koers. Uiteindelijk zien we er drie in totaal.

    

 

In de middag maken we kennis met headbangende walvissen. Een kudde zwemt achter ons aan, steekt het halve lijf boven water en laat de kop op het water petsen. Dit gedrag heb ik nooit eerder gezien. Ze zijn overigens niet groot. Wel imposant. Omdat het water nagenoeg vlak is (op wat deining na), zijn ze heel erg goed te zien. Prachtig. Spelen voor de boeg zoals dolfijnen dat graag doen, doen ze niet, ze vervolgen rustig hun weg. Ook het geluid van het caviteren van de schroef zal geen pretje voor ze zijn. Gedurende de dag verschijnen er enkele malen dolfijnen ten tonele, om na hun spel voor de boeg, ook weer in de diepte te verdwijnen.

  

 

6 juni 2021

Om vier uur afgelopen nacht wenste ik Perkie welterusten. De genua nam zijn dankbare taak over en de stilte keerde weer op Romlea. We hadden de boom alvast over bakboord klaar gemaakt, in de veronderstelling dat de wind iets westelijker zou worden dan ie op dat moment was. Genua en grootzeil staan nu beiden over bakboord. Niet optimaal, maar om midden in de nacht de boom naar de andere kant te brengen spreekt me niet aan, dat is een mooi klusje voor vlak voor de koffie. En zo geschiedde. Tenslotte metselen we het gat tussen voorstag en mast weer dicht door de kotterfok stijf tegen de mast te zetten. Dat geeft ook minder tocht op het voordek, hoewel dat uiteraard maar bijzaak is.

Na de koffie loopt de oude dame dus weer mooi op snelheid op de juiste koers. Een relaxt ritje met de wind op honderdvijftig graden aan stuurboord invallend. Veel comfortabeler dan dit krijgen we het niet. Romlea surft van de golven af alsof het een lieve lust is, traag heen en weer wiegend over bak- en stuurboord. Regelmatig topt ze op negen en een halve knoop, één keer surft ze van een golf af met tien komma vier knopen. Tijd overigens om weer een brood te bakken. De doorloopsnelheid daarvan is behoorlijk toegenomen.

Het is vandaag een grijze dag, zonder zon en met nu en dan wat regen. Ook is het aanmerkelijk kouder dan gisteren. We kleden ons er op.

Juliette plonst sinds vertrek elke morgen met plezier de plomp in, op zoek naar prooi. Zo ook vandaag. Rond zes uur in de avond laat ze weten iets gevangen te hebben. Ik haal haar met prooi en al binnen en jawel, een knoepert van een tonijn. Twee en een halve kilo schoon aan de haak. Direct een zware tik op de kop en het beestje is potentieel mensenvoer geworden. Terwijl ik haar opensnij op de kont van het schip, loopt er een aanzienlijke hoeveelheid bloed uit. Gelukkig is het snel weggespoeld.

Straks klaar maken en dan een dag de koelkast in om het vlees goed te laten versterven. Juliette krijgt een streling over haar bolletje en mag het een paar dagen rustig aan doen. Pas als deze vis op is, ontstaat behoefte aan de volgende.

       

 

7 juni 2021

Gister gedurende de dag varieerde de ware windsnelheid van vijftien tot vijfentwintig knopen. Nooit was Romlea niet onder controle, hoewel zowel grootzeil als genua vol bij stonden, de ene op de boom, de ander met de bulletalie er op. Vijfentwintig knopen (als max) lijkt veel, maar trek er zeven knopen bootsnelheid af en het valt mee.

Nu is er een oud gezegde dat luidt: "Als je denkt dat je moet reven, ben je te laat". Terwijl ik binnen de vis schoon sta te maken, zit Rommert buiten om een oogje in het zeil te houden. Ik voel aan de boot dat het lastig wordt. Ik roep naar buiten dat als de vis schoon is, we eerst maar moeten reven. Voordat Rommert zijn "ja, is goed" heeft uitgesproken, vindt een vlaag wind het nodig om dertig knopen ware wind op de klok te zetten. Dat is zelfs voor Romlea even te veel en iets slaat bak. Ik weet niet hoe snel ik buiten moet komen om het schip eerst uit de baksituatie te halen en vervolgens de stappen te nemen om fors te reven. Het is even hard werken, maar het lukt, zonder dat we schade lopen. Zwaar gereefd gaan we de nacht in, in de wetenschap, dat we het ergste gehad hebben en de wind naar verwachting langzaamaan af zal nemen. Zelfs zwaar gereefd blijft het schip snelheid houden…. Het is overigens een miezerige nacht, het regent voortdurend.

Omdat er minder doek staat, is het dempend vermogen daarvan op slingeren ook minder en dus rolt Romlea lustig heen en weer op de deining. Zo erg zelfs, dat er van slapen niet veel komt. Om de drie uur controleer ik de situatie buiten. Halverwege de nacht staat er al uren vijftien knopen wind en zet ik meer genua bij. Die is makkelijker te reven dan het grootzeil onder deze configuratie.

Zodra we opstaan gaat de genua vol bij en wordt meer grootzeil gezet. De songtekst luidt: "Oh what a night, late December back in sixty three". Wij nemen de dichterlijke vrijheid om er "Oh what a night, early June back in twenty one" van te maken.

Had ik al gemeld dat we vandaag in de namiddag een derde deel van de etappe achter de rug hebben?

En het weer? Zwaar bewolkt en nu en dan regen. Van de soort miezer, type vies. In de middag wordt het wel droog maar het blijft heiig, waardoor de zon niet echt doorkomt.

Voor de lunch bakt Rommert een moot tonijn voor op het brood, ik doe me te goed aan een teveel aan Sashimi. Bij het avondeten wordt de rest van de vis in gebakken vorm genuttigd. Op naar de volgende.

8 juni 2021

Voor de derde dag op rij hebben we bewolkt en donker weer. Het miezert gelukkig wel minder. Tijd daarom voor een persoonlijke ontboezeming. (Feitelijk heeft een derde dag op rij met bewolkt weer, of hoeveel dagen op rij met welk weer dan ook, niets te maken met persoonlijke ontboezemingen, elk causaal verband ontbreekt zullen we maar zeggen, maar ik vond het wel een mooie opening voor vandaag, vandaar).

Als je vier jaar lang onderweg bent met je schip, en je bent het type mens zoals ik, dan ben je voortdurend op zoek naar verbeteringen, veranderingen, handigheidjes enzovoorts. Zo waren er in het verleden zaken die aangepakt zijn, waarvan ik hoofdschuddend heb moeten constateren hoe het mogelijk was, dat de vorige eigenaar dat achttien jaar lang geaccepteerd heeft. Maar goed, hij was ik niet en ik ben hem niet.

Zo gaat het ook met bediening van zeilen en het handelen van de boom of lijnen, schoten, weet ik wel niet wat. Je leert je schip door en door kennen, elke dag leer je bij. In de haven op Terceira lag een zeiler met een groot aluminium schip, met een hoop beddengoed aan de schoten. Ik opperde dat hij flink de was had gedaan. Nou, daar was een iets andere aanleiding voor. Hij had zijn luiken op ventilatiestand staan. Met regenwater is dat geen probleem, met buiswater wel. Hij was dat, ondanks zestien jaar op zee, even vergeten. Alles zout binnen. En dan loop je nog het risico dat een schoot achter een op ventilatiestand staand luik kan haken. Met een beetje pech trek je een luik op die manier aan flarden. En het gat dat je dan in je dek hebt, zorgt voor grote problemen.

De handigheid die je opbouwt wordt zo vanzelfsprekend, dat je er niet meer bij stilstaat. Je ziet ook dingen aan je schip die een ander niet (direct) ziet.

De lezer is zich bewust van het feit dat ik een "bemanningslid" aan boord heb. Het gouden soort, graag de handen uit de mouwen stekend en buitengewoon nieuwsgierig en leergierig. Maar hij kent dit schip niet (goed). Dus als hij iets wil doen, probeer ik dat zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Wat voor mij dagelijkse kost is, is voor hem volkomen nieuw. Daarom staat ie soms even appelig te kijken als ik het over "die blauwe lijn vlak voor je neus" heb. In je hoofd speelt zich een gevecht af, tussen zoveel mogelijk willen vertellen, omdat je weet waar je overal op moet letten en dat zijn een "miljoen" dingetjes, en zo weinig mogelijk willen vertellen om information overload en irritatie te voorkomen. Menig zeilende lezer zal zich hier hopelijk in kunnen herkennen.

Natuurlijk weet ik dat ik na vier jaar weet hoe ik dit schip moet bedienen en waar ik op moet letten. Vaak door schade en schande wijs geworden. Als een schoot achter een kikker blijft hangen, merk je dat gauw genoeg. Zo ook kortgeleden. Ik zag het vanuit de kuip direct, maar het bemanningslid moest echt naar voren lopen voordat hij het zag. Toen ik zei dat we beet hadden, dacht hij dat ik een grapje maakte, waarna ik een forse tonijn naar binnen hengelde. Zo grappig om jezelf te zien als een "old salt" en het bemanningslid als een "newbie". Waarmee er voor vandaag hopelijk weer een leesbaar stukje tekst geleverd is. Nu eerst koffie (met al dan niet gevulde) koek.

Afgelopen etmaal hebben we bijna honderdvierenveertig mijl afgelegd, een gemiddelde snelheid van afgerond zes knopen. Dat is veel. Rekenend met honderd mijl per dag betekent dit een veertig procent meer afgelegde afstand in een etmaal. Romlea ruikt de stal kennelijk, al zal het mooie constante windje van de afgelopen dagen ook een rol (van betekenis) spelen. De lezer weet dat ik niet kan zeilen, dus zeker zijn van de invloed van die wind ben ik niet, maar ik heb zo mijn vermoedens.

De middag vult zich met buiten zitten als het kan, praten, lezen, een halve kilo meel verspelen, brood bakken, water maken en lekker douchen.

Vlak na zes uur vaart de Argo MOD70 achter ons langs. We zien alleen de contouren, omdat het weer heiig is. Waarschijnlijk een Volvo Ocean racer, gezien de snelheid van dertig knopen. (https://youtu.be/18RtvaEvUaQ).

    

 

9 juni 2021

Zo’n veertig jaar geleden werd bekend dat Intel microprocessoren een fout bevatten, waardoor computers (een) rekenfout(en) konden maken. Ik was toen IT-verantwoordelijke bij een waterschap. Nadat DEC een aanbesteding bij ons had gewonnen om een IT infrastructuur te leveren, waaronder begrepen enkele DEC computers met DEC Alpha microprocessoren, vertelde de account manager, de heer Woudstra mij, dat hij aan zijn directie voorgesteld had om in enkele landelijke kranten een paginagrote advertentie te plaatsen, met de tekst: "Op de Alpha kun je rekenen". Ik vond het een briljante marketingstunt, maar zijn directie dacht er anders over en het feestje ging niet door. Saillant detail: Woudstra had het hele aanbestedingsproces bij DEC vanuit zijn ziekenhuisbed bestierd.

Hoewel deze anekdote niets met het volgende te maken heeft, schoot het wel even door mijn hoofd (ik beken, ik heb een raar soort associatief denkvermogen). Al dagenlang profiteren we van een mooie stabiele zuidwesten wind (de vlaag van dertig knopen bevestigt de uitzondering op de regel denk ik dan maar) en volgens de grib van gisteravond blijft die in stand totdat we tenminste bij Engeland zijn. "Op het Azoren hoog kun je rekenen". Het enige wat we doen is zo nu en dan het obligate graadje op- of afsturen en al naar gelang de windkracht iets zeil reven of geven. Geen paaltjes tikken, geen heipalen rammen, gewoon over het algemeen lekker heen en weer wiegend de oceaan over en zo nu en dan een vervelende zwieper. Wel even iets anders dan veertig dagen aan de wind van Ushuaia naar St. Helena, ik teken er voor.

Ook vandaag is het heiig en daardoor wat kouder dan gewenst. We maken echter goede voortgang en de stemming aan boord is opperbest.

Omdat het ook vandaag nu en dan regent, heb ik geen zin om Juliette overboord te zetten. Als ze beet heeft en wij zijn binnen, dan krijgen we dat niet mee. Vis vangen is iets anders dan dierenmishandeling, door een vis uren aan een haak achter een boot aan te laten slepen. Bovendien moet het vlees nu eerst ook op.

Hoe dichter we bij het Kanaal komen, hoe meer boten we op de AIS zien, al valt het aantal boten nog in het niet bij het aantal op de Noordzee straks. We spotten er nu een paar per dag.

10 juni 2021

Klokten we twee dagen geleden nog honderdvierenveertig mijl etmaalafstand, vandaag klokken we maar liefst ruim honderdéénenvijftig mijl, hetgeen ons netto honderdvijfenveertig mijl dichterbij Nederland brengt. Het tempo ligt hoog, we zijn afgelopen etmaal de helft van de af te leggen afstand gepasseerd.

De mist is in de loop van de morgen opgetrokken, we hebben weer ruim zicht. Wel zo fijn. De lucht is ’s morgensvroeg nog wel zwaar bewolkt, maar het blijft vandaag tenminste droog. Tegen de middag komt er eindelijk een volle zon door. De wind zou in de loop van de dag wat moeten ruimen, zodat we elk uur een graadje mee hadden kunnen smokkelen en daarmee beter op koers kunnen komen voor de ingang van het Kanaal, maar dat bleek ijdele hoop. We koersen nu nog iets te noordelijk.

Aan het eind van de dag passeren we drie vissersschepen. Het wordt nu merkbaar drukker en we besluiten dan ook om vanaf nu ’s nachts wacht te gaan lopen.

11 juni 2021

Iedereen weet, dat na regen zonneschijn komt. Dat was gister zo. Niemand wil weten dat na zonneschijn regen komt, maar dat is wel het geval. Dat is vanmorgen zo. Ik realiseer me dat we dichter bij Engeland komen en Engeland is natuurlijk het regenland bij uitstek. Er zal een verband zijn.

Hoe het ook zij, gisteravond hadden we ineens weer "vaste grond" onder de voeten. De dieptemeter gaf een diepte van tweehonderd meter aan, in plaats van streepjes. Een blik op de kaart liet zien dat we boven de Cockburn bank zijn beland. Het water gaat hier vrij rap van een kilometer diep naar een meter of honderd à tweehonderd.

Het wachtlopen moet weer even wennen, zeker als het mistig is, zoals vannacht. Om het kwartier ging één van ons kijken of er andere scheepvaart (zonder AIS transponder, of met, maar dan uitgeschakeld) in de buurt was, maar in mist zie je niets. Dus ging zo nu en dan de radar even aan.

Als ik opsta, gaan de zeilen uit vlinderstand. We koersen nog steeds te noordelijk en het lijkt me toch handiger via het Kanaal naar Nederland te varen dan dwars over Engeland. En dus zet ik koers naar Land’s End. De windkracht is conform verwachting afgenomen, gelukkig niet zoveel dat we overdag geen goede voortgang meer maken. Duimen maar nu, omdat de grib van gisteravond toch minder wind laat zien de komende dagen. Er zit ons een hogedrukgebied op de hielen. Kijken of we dat er een beetje uit kunnen racen. Het betekent een groot deel van de dag spelen met de wind. Zodra de wind verder ruimt, komt die meer achterlijk in, waardoor de genua in de luwte van het grootzeil komt en tegen het want begint te slaan. Dus loeven we weer iets op om dat te compenseren, totdat de wind weer achterlijker inkomt enz enz enz. Het is niet de meest efficiënte route helaas, maar we doen het er maar mee.

Het gebruik van de schroef leverde de laatste dagen weer wat ongewenste bijgeluiden op in de boot. Omdat we nu een stuk rustiger varen, steken we de GoPro maar weer eens met de kop onder water. Het valt op dat er aan de schroef niets te zien is, behalve dan dat de schroefanode verdwenen is, maar dat wist ik al. Het blijft raar. Ook valt op dat het onderwaterschip nagenoeg brandschoon is. Dat is een mooie meevaller, dan heeft het schuren van het onderwaterschip in Buenos Aires zijn werk gedaan. Het is trouwens erg interessant om onder water te zien wat een schroef doet en hoe die zich gedraagt. We leren er weer van.

Gedurende de dag komt het zonnetje er gelukkig bij en helaas geeft de wind er in de namiddag de brui aan. We gaan motoren. Bijkomend voordeel: Er is stroom te over en dus maak ik water.

"Bemanningslid" wil voordat we gaan motoren de schroef ontdoen van enkele cavitatie veroorzakende pokken. Het voordeel van een GoPro onder water dat kristal helder is. Op mijn opmerking dat het veel te koud zal zijn, vind hij dat hij een paar baantjes kan zwemmen om op te warmen. Als hij dan geheel zwemklaar de trap afloopt en tot zijn middel in het water staat, komt hij er gauw weer uit. "Ik denk toch dat je gelijk hebt". Tja, een hilarische belevenis op zee.

12 juni 2021

De wisseling van de wacht om vijf uur ’s morgensvroeg verloopt nog zoals gister en eigenlijk zoals normaal. Omdat de wind iets is toegenomen, wordt er zeil gezet en kan de knor uit. Maar daarna wordt de dag totaal anders dan verwacht.

Ten eerste is het opbouwende hoog boven Engeland goed merkbaar. De mist is weg en de dag begint zonnig, wat de hele dag zo blijft. We varen op geringe afstand langs de Scilly eilanden. Ze liggen als parels van smaragd te glanzen in de blauwe oceaan. Een blik met de verrekijker verraadt dat het prachtig knusse eilanden lijken te zijn, buitengewoon geschikt om te wandelen. Niet te hoog, afwisselend van landschap en niet te groot. Uit het noorden nadert een zeiljacht.

           

 

We zien weer visboeitjes liggen, Land’s End komt in zicht, er worden meer zeiljachten gespot, de Scilly’s kleuren op de plotter groen van de AIS signalen. Helicopters vliegen af en aan met regelmatige tussenpozen. We passeren een lichtschip. Voor onze neus langs vaart de Queen Elizabeth, een groot vliegdekschip van de Britse marine. Natuurlijk houden die zich niet aan wetten, op de AIS is ze niet te vinden. Alsof er oorlogsdreiging is.

Om ons heen de nodige vissersschepen. Falmouth Coast guard geeft een Mayday uit. Iemand is vanaf een schip in de plomp gevallen en er wordt om assistentie gevraagd. Ik kijk even in de kuip maar Rommert zit er nog. Hij is het dus niet. Meevaller. Al gauw wordt het Mayday afgeschaald. De drenkeling is opgepikt, aan land gebracht en bij bewustzijn.

Ondertussen hebben we internet. Het blijkt dat hoewel de Britten Exit zijn, de Europesche regels nog van toepassing zijn, dus internet via de mobiele telefoon is hier net zo duur als in Nederland. We maken er dankbaar gebruik van. Ineens is iedereen veel dichterbij dan op volle zee.

Aan het eind van de middag is de wind nog steeds gunstig en maken we voortgang, al is het soms maar anderhalve knoop snelheid, maar iedere mijl onder de kiel door blijft er één. Morgen zullen we tegenwind hebben, dus gaan we ankerplek zoeken onder de kust om de zondag uit te zitten en zodra de wind weer draait, weer op pad te gaan. Vooralsnog heeft dit oponthoud geen effect op onze ETA.

De Britten hebben de Azoren tot oranje gebied verklaard, waarbij ondertussen Engeland door de Nederlanders tot oranje gebied verklaard is, door de Indiase variant op het eiland. Wel ankeren, niet aan land dus, anders moeten we eerst verplicht in quarantaine in Engeland en daarna in Nederland. Zolang COVID de wereld niet uit is, blijft het uitdagend voor de enthousiaste wereldzeiler.

Ondertussen mag ik nog een klusje doen in de machinekamer. De toerenteller werkt al een aantal dagen niet. Er blijkt een simpel draadje los te hangen, dus het probleem is gelukkig snel opgelost.

Omdat er zoveel menselijke activiteit om ons heen is, voelen we ons alsof we een vakantiedagje op zee beleven. De boot kabbelt rustig voort, het is aangenaam buiten, de zon schijnt, we komen weer in de "normale wereld", voor zover die als normaal bestempeld kan worden gegeven alles wat met COVID te maken heeft. Heerlijk!

En Juliette? Die hangt sinds vanmorgen weer in het nat, maar meldt zich nog niet met prooi. Kom op meid, je kunt het! Als er geen tonijn is, maakt niet uit. Iedere vis is goed. Behalve de Oeiknoegoer natuurlijk.

Tegen zes uur in de avond, als we de Scilly’s allang gepasseerd zijn, blijkt mijn maatje Denis Gorman (Youtube video aflevering 6) daar voor anker te liggen. Of we langskomen voor een sun downer. Graag vriend, maar dan een andere keer. Als jij je AIS niet aan hebt als je ankert, zie ik je niet en je zou in Schotland zijn nu. Gemiste kans.

13 juni 2021

Mochten we gisteravond nog reven, onderweg van Land’s End naar de landtong bij Falmouth, maar toen we nabij Falmouth waren, kon alles weer bij. Ondanks dat alle zeilen bij stonden en ondanks dat we door het water naar het oosten voeren, bewogen we de facto naar het westen, dus de koers ten opzichte van de grond. De wind was nagenoeg weg. De bootsnelheid was minder geworden dan de ebstroom en dus spoelden we het Kanaal weer uit. Niet voor lang echter, want Perkie schoot te hulp. Nadat we de landtong voorbij waren, kenterde op enig moment het tij en konden we weer rustig zeilen.

Vandaag is een prachtige dag. Volop zon en veel minder koud dan gister. Dat het actuele weer zich niets aantrekt van de weersvoorspellingen blijkt in de loop van de ochtend maar weer. Volgens het weermodel ECMWF zou er nagenoeg geen wind mogen staan. Wij genieten van een oostenwind van tien tot twaalf knopen. Bruikbare wind zeggen we dan. In plaats van voor anker liggen, blijven we mijlen maken. Netto niet superveel, omdat we feitelijk kruisen, maar iedere mijl dichter bij Nederland is er toch één.

De windvoorspelling voor morgen tot en met woensdag blijft naadje, maar we zullen zien. Ook nu zou het naadje moeten zijn en toch varen we.

Het is druk met scheepvaart. Vrachtschepen, vissersboten en zeil- en motorjachten. Wachtlopen door te slapen en ieder kwartier de kop even boven het luik uitsteken is er niet meer bij. Dat betekent dus dat we er ’s nachts als Michelin poppetjes bij lopen, ingepakt in vele lagen kleding om warm te blijven.

Falmouth Coast guard heeft ook vandaag de handen vol aan een zeiljacht met problemen. Er is een pan pan uitgeroepen. Kennelijk is er een zeiljacht dat water maakt. Boten die in de buurt zijn, melden zich om te helpen. ACTIE!

Het is genieten deze dag. In de loop van de middag ruimt de wind en koersen we op van vijfenveertig graden naar ruim tachtig. Dit gaat goed zo. We zitten vandaag overigens op vijfenzeventig procent van de af te leggen afstand.

Van Juliette nemen we vandaag afscheid. Ze blijft haken achter een lijn van een kreeftenpod. Ze doet haar best los te komen, maar helaas…..

14 juni 2021

Waar zal ik vanmorgen eens beginnen. Er valt nogal wat te melden. Laat ik beginnen met afgelopen nacht. We hadden een mooi (lees: sub-optimaal) koersje te pakken, richting oost-achtig. Minpuntje was wel dat we op de shipping lane bij Alderney aankoersten, maar zolang we daar niet in zaten, waren we vrij om te varen en liggen (niet gaan en staan, dat werkt niet op water), waar we wilden.

Het plan was, om afhankelijk van de wind, langs de noordelijke berm parallel aan de shipping lane naar het oosten te varen, of deze dwars over te steken en dan verder te varen langs de zuidelijke berm.

De wind besloot anders. Toen we voor de middenberm! lagen, begon de wind spelletjes te spelen, waardoor de bemanningen op alle schepen in de buurt ROFL moeten hebben gedaan. (Voor de niet-ingewijden: Rolling on the Floor of Laughter). De Floor van de stuurhut wel te verstaan. Dat Nederlandse zeiljachtje dat daar aan het modderen was vlak voor de middenberm van de shipping lane, dat daar als een soort malle pietje aan het ronddolen was, het moet een koddig gezicht geweest zijn. Gelukkig heeft zich niemand via de marifoon gemeld, noch andere boten, noch autoriteiten, maar leuk was anders. Uiteindelijk hebben we op de motor gemaakt dat we wegkwamen en varen gedurende de morgen langs de noordelijke berm, wachtend op voldoende wind. Gelukkig hebben we op dit moment de stroming mee. De ware wind bedraagt maar lieft twee knopen. De zee is net zo blak als op de evenaar. Wie dat ooit bedacht heeft….

Dan, wil iemand aub een mailtje sturen naar Jaap, Hugo en Mark? We hebben gediagnosticeerd dat we het SVEL-21 virus aan boord hebben. Er wordt Veel En Lang geSlapen aan boord. Tot ver in de ochtend is slechts één bemanningslid actief. Dit kan niet goed zijn. Hopelijk hebben ze geleerd van het COVID-virus, om snel een vaccin te ontwikkelen. Met een beetje geluk kunnen we Nederland dan virus-vrij houden.

Ten derde. Er moet ons vannacht bovenwinds een schip gevuld met mest gepasseerd zijn. De hoeveelheid (str***)vliegen aan boord is meer dan een gemiddeld mens aan kan. (Voetnoot: Deze constatering volgt na bijna negentig dagen op zee, zonder ook maar ooit één vlieg of mug gezien te hebben). Gelukkig zijn ze zo dom als olie, ze blijven zitten als je ze nadert en ze zijn met lichte druk van een duim in een split-second naar het hiernamaals te helpen, maar goor is deze beleving wel. Of zijn het de vervliegende resultaten van de G7 afgelopen weekend in Cornwall?

De voortgang afgelopen etmaal was naadje. We hebben van de honderd procent die we gevaren hebben, er vijftig in effectieve mijlen om weten te zetten. We zijn dus netto net geen vijftig mijl dichterbij de bestemming gekomen. Een verlies van een halve dag. Het is niet anders.

Het hoogtepunt van de dag wordt gevormd doordat Rommert een UFO ziet drijven. Hij denkt dat het een navigatielamp is. Als we er langs varen, blijkt het een potje Nescafé te zijn, waar een welige bos algen onder hangt.

De rest van de dag vult zich met het uitroeien van muggen en vliegen. Volgens ons zijn het Boris Johnson vliegen. Zo brutaal als de nacht en zo dom als olie. In de middag dolen we wat rond, afhankelijk van wind en intenties. Uiteindelijk besluiten we geen risico te nemen en in Engeland bij te tanken, maar door te varen naar Frankrijk. We vullen de dieseltank met de laatste vijftig liter diesel uit de jerrycans en gaan motorzeilen de nacht in. Beiden vinden we deze windloosheid maar helemaal niets.

15 juni 2021

Kleine correctie op de belevenissen van gister. Kort na het versturen van de daily update werd Aeolus ineens wakker en kwam er een werkbaar windje uit het noorden. Doeken uit, Perkie stil en daar gingen we, zeilend de nacht in. Deze wind hield de hele nacht aan, dus we maakten (gelukkig) zeilend goede voortgang. Nu in de ochtend ruimt de wind verder naar oost, dus we varen scherp aan de wind. Reisdoel voor vandaag is in eerste instantie Dieppe. Later in de ochtend besluiten we toch om koers te zetten naar Boulogne. Dat is weliswaar tegen de wind in, maar richting Dieppe is feitelijk ook al niet meer bezeild en dus kiezen we voor de snellere route naar huis. Diesel tanken in Boulogne en door, noordwaarts, huiswaarts. Hopelijk. Hopelijk doen de autoriteiten niet moeilijk als we alleen diesel willen tanken en niet eens aan wal willen. De afstand naar IJmuiden is nog ruim tweehonderd mijl. Dat is in twee dagen te doen. Volgens de grib van gister, krijgen we eerst windstilte en daarna noordenwind op vrijdag, dus wind op de kop. Diesel zal er tijdens de laatste loodjes voor moeten zorgen dat de mijlen weggetikt worden. Afhankelijk van het weer uiteraard, want het weer verandert net zo snel als de verwachting en andersom…. (!)

De dag begint in ieder geval koud. De zon verstopt zich vanmorgen. Natuurlijk ligt er eentje zwaar onder de invloed van het SVEL-21 virus in het vooronder, maar de rust heeft hij echt wel verdiend. Een beter bemanningslid kun je je eenvoudigweg niet wensen.

In de loop van de dag komt de zon tevoorschijn, maar het blijft koud. Nu en dan zien we vissersboten, andere zeiljachten en vrachtschepen. Ik ben weer in Europa en dat is goed te merken. De wind is meer dan op basis van de gribs verwacht mocht worden. Ook krimpt ze tegen de avond, waardoor we weer een stuk kunnen zeilen door een iets oostelijker koers te pakken. Zo gezegd, zo gedaan.

Vandaag passeren we overigens de nul-meridiaan. Ik ben weer met de boot op het oostelijk halfrond, sinds lange tijd.

16 juni 2021

Het is te lezen in veel blogs van (wereld)zeilers. Plannen zijn plannen en dat is precies wat het zijn, plannen. Realiteit is realiteit en in het beste geval is realiteit de benadering van de uitkomst van een plan. Waarom dan toch plannen maken als ze toch bijna nooit realiteit worden? Om perspectief te hebben, intenties waar te maken. Als je geen plan hebt, maakt het niet uit welke koers je gaat varen, iedere koers is goed. Zelfs blijven liggen is dan goed. Of stranden. Het maakt dan niet uit.

Zo ook deze rit. Nadat we gister besloten hadden naar Boulogne te varen en de daily update verzonden was naar thuis- en ander front, stak de wind weer op en konden we mijlen ver zeilen richting Boulogne. Hard ging het toen niet, maar dat deerde niet. We hadden en hebben toch tijd zat. Zeilen betekent diesel besparen en dus kwam het gesprek al gauw op doorvaren naar Nieuwpoort. Dan hoefden we niet in het donker Boulogne aan te varen, konden bij licht Nieuwpoort in komen en hadden we niets te vrezen van Franse autoriteiten, want die hebben geen autoriteit in België. Je zult ze er dus niet treffen. Rommert tankt vaak in België en daar zijn nooit problemen mee. Dus varen we door. Het scheelt ook mogelijk wachten in Boulogne tot iemand het pompstation opent, aannemende dat dat ’s nachts gesloten is.

Als ik om twee uur in de nacht de wacht over neem, varen we voor Boulogne langs. Het is daar DRUK met boten. De shipping lane komt er tot vlak voor de wal, er zijn vissersbootjes en andere jachten.

Een Remy (een lokaal vissersbootje) is kennelijk klaar met vissen en besluit naar de haven te varen. Helaas lig ik in zijn koerslijn en voor een Remy bestaat dat niet, omdat hij alleen op de wereld is. Omdat hij niet helemaal gek is, krijg ik zijn schijnwerper vol in mijn mik, terwijl ik duidelijk met navigatieverlichting vaar, de juiste. Er zit voor mij dus niets anders op dan mijn kanon te pakken en hem met dezelfde vriendelijkheid vol in het licht te zetten. Zijn schijnwerper gaat direct uit en ik schijn nog net een paar seconden door. Remy vaart achter mij langs naar Boulogne.

De ronding van Cap Gris-Nez is een ware beleving. Ik ben zoooo blij dat we stroming mee hebben. Even rekenen. Ik vaar negen knopen. De normale snelheid op motor op stilstaand water en geen wind (het waait nu ook nauwelijks), is vijf knopen. Ik heb dus maar liefst vier knopen stroming mee. Het lijkt wel een achtbaan. Het is vannacht relatief licht, dus ik zie veel, ook het water en golven en visboeitjes. Vlak voor Gris-Nez verandert het water van blak naar een soort van wasmachine, met golven, ribbels, draaiingen, opwellingen en wat al niet meer. De scheiding daar tussen is een rechte scherpe lijn. Bizar om te ervaren en te zien.

Als we aankoersen op Nieuwpoort, zien we een helikopter boven het water hangen. Even later zakt iemand aan een touw de plomp in. Waarschijnlijk gaat het hier om een militair toestel, waarbij een militair zwemles krijgt. Wij vinden dat misschien raar, maar het zijn Belgen.

De aanvaart bij Nieuwpoort verloopt vlekkeloos. We varen tussen een in aanbouw zijnde constructie door. Even googelen (https://www.afdelingkust.be/nl/stormvloedkering-nieuwpoort) levert het volgende op:

"WAAROM EEN STORMVLOEDKERING?

Om de kust en het hinterland te beschermen tegen zware stormvloeden keurde de Vlaamse Regering in 2011 het Masterplan Kustveiligheid goed. Stormvloeden vormen immers één van de belangrijkste natuurlijke bedreigingen in de Noordzeeregio. De kusthavens zijn vandaag het meest bedreigd met overstromingsgevaar in geval van zwaar stormweer. Ook Nieuwpoort en haar hinterland zijn niet voorbereid op de hoge waterstanden die met zware stormen gepaard gaan.

Om Nieuwpoort en omgeving te beschermen stelt het Masterplan de noodzaak voor de bouw van een stormvloedkering op de monding van de IJzer voorop. Na grondige studies en een architecturaal ontwerp is gekozen voor een horizontale sectorschuif met een doorvaartbreedte van 38 meter.

De bescherming door de stormvloedkering is al noodzakelijk bij stormvloeden met een kans op voorkomen van eens in de 10 jaar. De stormvloedkering zal echter ook bescherming bieden tegen een 1000-jarige storm. Hierbij wordt rekening gehouden met een zeespiegelstijging tot 2100."

Ik begrijp hier in ieder geval uit, dat er wat Duitse invloeden zijn. Hinterland lijkt me een Duitse term. Maar goed, er wordt dus volop gebouwd. Geen Nederlandse aannemer te bekennen.

We varen de haven van de Koninklijke binnen. Binnen twee minuten staan er twee heel relaxte douane officials op de steiger. Ze willen de bootpapieren controleren. Uiteraard is alles in orde, tot en met de verzekering toe. Heel relaxed vervolgen ze hun weg, na me bedankt te hebben dat ik de zon van de Azoren meegenomen heb.

De havenmeester is al even vriendelijk. De gewenste diesel wordt vlot getankt. Hij vertelt me dat hij altijd direct het verschil ziet tussen een boot van een weekendzeiler en een wereldzeiler. Grappig. Na het tanken verleggen we de boot een paar meter, zodat de tankplaats vrij komt en we doen ons te goed aan een heerlijke maaltijd in de Brasserie van de Koninklijke. De ober vertelt ons dat de keuken net dicht is, dus dat het bij een snack moet blijven, maar de potige dame die vlak daarna aan ons tafeltje komt, beweert van niet, omdat de tijd op haar horloge "leidend is" en niet de klok van de Brasserie. En dus bedanken we haar uitgebreid voor haar gastvrijheid. De trossen gaan los en we profiteren weer mooi van de vloedstroom.

De genua helpt om een knoop toe te voegen aan het motorisch geweld. Maar niet voor lang, de wind komt op de kop en neemt af. We varen langs de lelijke Belgische kust vol met hoogbouw. Ter hoogte van Zeebrugge, zijn we echt terug in de geïndustrialiseerde wereld, met op de wal grote containerkranen en op zee een groot windmolenpark. Geef mij het Beagle kanaal maar.

17 juni 2021

De laatste dag. Een lange reis komt ten einde. De reis begon feitelijk op 29 mei 2017 en eindigt op 17 juni 2021. Vier jaren later. Het vaarwater wordt bekender. Wat nieuw is, is de enorme hoeveelheid peperduur schroot dat voor de Nederlandse kust voor anker ligt. Tussen Vlissingen en Rotterdam waan ik mij op de A2. Een lange sliert stilliggend schroot. Ze lagen er eerder wel, maar niet zo veel. Voor wie het niet gelooft, kijk op Marinetraffic.com. Later bij Scheveningen ligt nog een pluk boten voor anker. Ik vaar er dwars doorheen. Een surrealistische ervaring. Als ik de verrekijker pak, zie ik mensen op een brug van een schip rondlopen. Het zal je werk maar zijn. Zelfs de Oosterdam, een cruiseschip van de Holland America Lijn, ligt als een dode, zielloze stad in het sop. Geen feestverlichting, geen zwaaiende mensen aan de reling, slechts dood koud staal en glas.

De Maasmond oversteken kent geen geheimen meer. Den Haag komt voorbij, Scheveningen. Twee Urker vissers varen de haven van Scheveningen uit. Aankoersend op IJmuiden zullen de havenhoofden straks weer in zicht komen. Stootwillen uit, landvasten klaar leggen en dan de bekende sluis door. Weer op zoet. Wat een andere wereld. Wat zal het wennen worden. Ik ga mezelf tijd gunnen om deze indrukken een plek te geven. Als de tijd daar is, zal er waarschijnlijk nog wel een epistel verschijnen over wat deze reis met me gedaan heeft. Maar nu nog niet. In laten zakken, verinnerlijken, accepteren, inzinken, thuis komen, in laten werken. Van de (relatieve) rust van het wereldzeilers leven met toch zijn eigen dynamiek naar de rat race in Nederland. De heksenketel. Het gehaast. Geen tijd voor elkaar. "Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats want we hebben ongelofelijke haast" zong Herman van Veen. De mallemolen van het Nederlandse bestaan. Ik blader door mijn logboek. Alle plekken die bezocht en opgeschreven zijn. Het besef dat Romlea vier jaar lang mijn thuis is geweest. Nooit heeft ze me in de steek gelaten. Perkie, die ruim negenhonderd uren gewerkt heeft voor me. Moeiteloos en zonder zeuren. Emoties zoeken hun weg door mijn hersenen en mijn lijf. Nu en dan een brok in mijn keel, een traan achter mijn ogen. Flarden van de reis van Ushuaia naar hier schieten als wild siervuurwerk door mijn hoofd. Even komt alles er uit. Even zit ik te mijmeren terwijl het bemanningslid lekker ligt te knorren na zijn nachtelijke uren wachtlopen. Wat een feest om zo quality time met je zoon te kunnen hebben.

Om tien uur Nederlandse tijd varen we de haven van IJmuiden binnen. Ruim tienduizend mijl heb ik gevaren van Ushuaia naar IJmuiden, waarvan bijna acht en een half duizend solo. Ik heb het gedaan, ik heb het gezien en voor elkaar gekregen.

Tijd voor wat nuchtere statistieken.

#

Van

Naar

Afstand

Gevaren

Verschil

Verschil

Gevaren

Snelheid

     

Nm

Nm

Nm

%

Uren

Kn

                 

1

Ushuaia

St Helena

3.693

4.159,0

466,0

11,2

955,0

4,4

2

St Helena

Ascension

707

726,7

19,7

2,7

157,0

4,6

3

Ascension

Kaap Verden

1.641

2.100,9

459,9

21,9

458,5

4,6

4

Kaap Verden

Faial

1.315

1.406,0

91,0

6,5

285,0

4,9

5

Faial

Terceira

90

101,8

11,8

11,6

24,5

4,2

6

Azoren

Nederland

1.592

1.714,6

122,6

7,2

333,0

5,1

                 
   

Totaal

9.038

10.209,0

1.171,0

11,5

2.213,0

4,6

 


Start, Ushuaia

04-02-2021

Vandaag, IJmuiden

17-06-2021

   

Aantal dagen

133

Aantal zeedagen

92

 

 

Dank aan mijn lezerspubliek. Dank voor alle hartverwarmende berichten, via mail, whatsapp, op welke manier dan ook. Dank aan Henk uit Ushuaia en dank aan walkapitein Mark.

Dit was (voorlopig) de laatste!

 

  Terug naar beginpagina