Juli 2025, Gran Canaria.
Begin juli komen Michael en Leontien en Shane en Anne aan boord. Joyce is over enkele dagen jarig en dat moet natuurlijk gevierd worden. Michael en Leontien hebben samen een fantastische cheese-cake gebakken, waar de kaarsjes niet op ontbreken. Wat een gezelligheid, bijna Nederlands. ;-)

Op haar verjaardag wil Joyce graag nog een keer naar Maspalomas, dus pakken we de bus naar de zon. Terwijl we op een terrasje zitten, zie ik dat een mede-terrasbezoeker iets voor zijn neus gezet wordt dat erg lijkt op een frikandel met uitjes. De ober brengt hem nog curry en mayonaise en mijn interesse is gewekt. Ik vraag aan de ober of hij frikandellen speciaal heeft en hij knikt bevestigend. Lang verhaal kort, er wordt met smaak een frikandel speciaal verorberd.

Joyce geeft aan dat ze wel weer wil gaan varen, ze denkt dat haar rug dat aankan. En dus varen we uit. Eerst maar eens op de motor door de haven en de volgende dag kijken wat het effect is. Dat lijkt goed, dus gaan we naar fase 2: een stuk zeilen op zee.
Als we terugkomen van deze tweede tocht, blijkt er toch redelijk wat wind te staan. De boten liggen vast aan de steiger en aan twee lijnen die verbonden zijn aan blokken beton in het water. Daardoor zwaaien de boten enigszins uit al naar gelang kracht en richting van de wind. De breedte van onze box is derhalve gehalveerd als ik een poging onderneem om binnen te varen. De vingersteiger vindt het nodig om een gat in de romp te veroorzaken, dus gaan we op vrijdagmorgen de kant op om het gat in het weekend te dichten met wat cellotape. We grijpen het moment aan om de schroefanode te vervangen, de buiswormpjes van de anti-fouling te schrapen, het snelheidswieltje onder de boot weer gangbaar te maken en wat plekjes verdwenen anti-fouling bij te werken. De reparatie werken we niet onzichtbaar weg, dat is van later zorg.

Op dinsdagmorgen gaat ze weer te water. Ze gaat er vast nog wel een keer uit, doen we dan de finishing touch.
De volgende afgesproken testrit voor Joyce haar rug is een zeiltochtje naar een mooie ankerplek ten zuiden van Fuerteventura. Jeròme is een poos in Frankrijk geweest en hij is weer driftig aan het oefenen. We bieden hem aan om met zijn eigen boot mee te varen naar Fuerteventura. Hij kan dan een behoorlijke tocht zeilen, wij zijn bij hem als er iets mis mocht gaan. Hij springt een gat in de lucht. We doen veel langer over de tocht dan nodig, omdat zijn 9 meter lange bootje niet onze snelheid haalt, maar dat is niet erg. We zetten de handrem er op. Hij krijgt het wel voor zijn kiezen. Nabij Fuerteventura de nodige acceleratiewind en langs de zuidkust van het eiland de nodige williwaws.
Wij varen het laatste stuk vooruit om de ankerplaats te verkennen, waarna uiteindelijk ook Jerôme binnenkomt. Niet zonder problemen overigens, hij trekt de reeflijn uit de trommel van de genua en zijn motor valt een paar keer uit.
In tegenstelling tot het eerdere plan blijven we een dag liggen. Wij genieten van de volle zon, Jerôme is de hele dag op zijn boot aan het werk. De reeflijn wordt weer gemonteerd en voor de rest is hij de hele dag druk met zijn motor. Hij constateert dat hij toch wel veel water in zijn dieselfilter heeft. Soms waaien er flinke dieseldampen over de ankerplaats, maar aan het eind van de dag heeft hij alles toch gereed.
Als we denken een walrus naast de boot te horen, blijkt het Jerôme te zijn. Hij is de plomp in gesprongen en naar ons toe gezwommen om ons niet via de marifoon maar persoonlijk te vertellen dat alles gelukt is en dat we de volgende dag terug kunnen. Hij vertrekt eerder dan ons en wij zullen hem dan wel inhalen.

Om 5 uur ’s morgens gaat zijn anker op en hij zeilt de nog aardedonkere ochtend in. Wij vertrekken rond 9 uur.
De omstandigheden zijn als 2 dagen eerder, veel wind in de nabijheid van Fuerteventura en williwaws in het zuiden.
We hebben onderweg een paar keer contact met Jerôme, maar we zien hem niet, ook niet op AIS. Op een bepaald moment horen we hem helemaal niet meer. Om 6 uur ’s avonds liggen we in onze box in de haven van Las Palmas. Van Jerôme nog geen spoor. Ik bel de kustwacht en vertel ze wat er aan de hand is. Met hun professionele apparatuur zien ze zijn AIS-signaal op een mijl of 8 van de haven. Een hele geruststelling. Om 11 uur ’s avonds legt hij aan. Hij zat te laag ten opzichte van de wind en moest daardoor met zijn pruttelmotertje het laatste stuk afleggen tegen stroom en wind in. Bekaf is hij, maar met een grijs voorbij zijn oren. Hij heeft het gedaan, in lastige omstandigheden na een paar lessen een eind gezeild. Alleen. Chapeau.
Toch zit het slechte bereik van zijn marifoon en AIS me niet lekker. Jonathan blijkt een SWR meter aan boord te hebben en hij checkt de kwaliteit van de installatie van Jerôme. Een SWR van 4,3. Niet best. Jerôme zal voor eigen veiligheid aan de bak moeten.
Joyce haar rug klaagt niet, dus de volgende dagen maken we ons gereed voor het vervolg van de tocht, een uitstapje naar El Hierro. Er wordt voedsel voor 4 weken ingeslagen, er komt eten terecht op plekken waarvan ik niet wist dat ze aan boord waren. Alles wordt geregistreerd, zelfs van de laatste aardappel weten we waar die ligt.
Ondertussen ontwaar ik een nieuwste ontwikkeling in de toepassing van zonne-energie op een boot. Er wordt een zonnepaneel op een boot geplaatst, waarna deze voor een deel onder een zonnetent terecht komt. Deze boot ligt in Las Palmas, een andere treffen we aan in de haven van El Hierro. De logica ontgaat me een beetje, maar uiteraard zal ik deze ontwikkeling volgen op de voet.
