10-10 Peniche - Bouwmarktpraat

"Hé, Nederlanders. Dan kan ik eindelijk mijn eigen taal weer eens spreken!". Een jongeman bij de kassa van de plaatselijke bouwmarkt hoorde ons met elkaar praten. Terwijl Henk een poging doet om onze aankopen af te rekenen met zijn Nederlandse bankpas, raak ik in gesprek met de jongeman. "Zijn jullie hier met een camper of caravan?", vraagt hij nieuwsgierig. Wanneer ik zeg dat we met onze boot hier zijn, kijkt hij me met enige verbazing aan. Als ik hem ook nog vertel dat we op wereldreis zijn, is hij helemaal onder de indruk. "Maar wat brengt een Nederlandse jonge vent nou in een plaats als Peniche?", wil ik graag weten. Hij vertelt dat hij in Peniche woont samen met zijn Colombiaanse vrouw. Zij hadden het niet naar hun zin in Nederland en zijn daarom naar Portugal verhuisd. Ze zijn druk bezig met het zelf bouwen van een eigen smoothie tentje in de buurt van de haven, waarmee ze hopen een bestaan op te bouwen. Hij komt daarom vrijwel dagelijks in deze bouwmarkt. Hij vindt het heel bijzonder dat wij een wereldreis maken met onze boot. Nou wij vinden het heel bijzonder dat een Nederlandse antropoloog een smoothietentje gaat beginnen in een plaatsje als Peniche!

 

11-10 Peniche - Goed gegokt!

"De Fransen zijn ook al druk bezig met vaarklaar maken", zegt Henk als hij weer naar binnen komt. Naast ons liggen twee Franse boten voor anker. Het is buiten nog mistig, maar er staat wel wind. We hebben net besloten niet tot vanmiddag te wachten met ons vertrek naar Lissabon, maar direct ankerop te gaan. Ontbijten doen we wel zodra we onderweg zijn. De gribs geven aan dat er eind van de middag vijftien knopen wind komt, maar het lijkt erop dat we nu al genoeg wind hebben om te kunnen zeilen.

We halen snel de dinghy aan dek, halen ons anker binnen en varen de haven uit.

Als we buiten de haven komen is de wind nog wat magertjes, maar we gokken erop dat hij aan gaat trekken. Na vier mijl motorzeilen trekt de mist op en de wind aan en kan de knor uit. We vlinderen richting Lissabon met vier tot een dikke vijf knopen. Alleen bij Cabo da Roca moeten we nog even de motor bij zetten om de kaap te ronden, maar gelukkig kan hij daarna opnieuw uit.

We genieten volop van deze prachtige zeildag die wat fris is, maar wel met de hele dag het zonnetje erbij. Tevreden valt om acht uur ’s-avonds het anker in de baai van Cascais, vlakbij Lissabon.

   

 

12-10 Cascais - Zomer in oktober

"Hier onder de zonnepanelen heb ik net een klein beetje schaduw. Kom hier ook maar zitten met je zitkussen", zegt Henk. Nou, dat is wel een heel klein stukje schaduw. "We kunnen de bimini zo langzamerhand wel eens uitproberen", stel ik voor. Henk vindt het nog te warm om daar mee aan de slag te gaan, maar ik haal vast de buizen uit de lazaret en zoek het doek en de spanbanden op. Eind van de middag gaan we aan de slag. Met wat beter puzzelwerk krijgen we het uiteindelijk voor elkaar. De bimini staat. Laat die zon nu maar komen!

   

 

13-10 Cascais - Zeiljeugd

"Ik zie dat het jonge stel aan boord van de Just Joia er is. Ik roei er even langs ok?". Dus roeien we op weg naar Romlea even bij ze langs. De Just Joia is een typisch Engels zeiljacht uit dezelfde periode als Romlea. Ze is alleen wel een pietsie groter met haar zestig voet. Zoals we al dachten is het schip niet van de jongelui, maar blijkt Oliver als schipper aan boord te zijn. Omdat de eigenaren even terug zijn naar Engeland is zijn vriendin Mimi overgekomen uit Noorwegen. We vragen of ze een drankje komen doen op Romlea.

Als ze even later gezellig bij ons aan boord in de kuip zitten blijkt dat ze elkaar tijdens een wereldomzeiling hebben leren kennen. Zowel de ouders van Oliver als die van Mimi hebben een wereldomzeiling gedaan met hun respectievelijke gezinnen. Als we even later horen dat Oliver pas tweeëntwintig is, zijn we daar toch wel verbaasd over. Wij vinden het bewonderenswaardig dat hij al zo volwassen is en de verantwoordelijkheid voor een zeiljacht draagt als de eigenaren er niet zijn. Aan de andere kant is het reilen en zeilen op een jacht hem met de paplepel ingegoten, dus snappen we het ook wel weer.

14-10 Cascais - Stedentrip

"Ik vind Porto eigenlijk veel leuker dan Lissabon", zeg ik tegen Henk als we in de trein terug naar Cascais zitten. "De stad heeft meer bezienswaardigheden en is een stuk compacter". We zijn aan het begin van de middag met de trein vanuit Cascais naar Lissabon gegaan om de stad te bekijken. Lissabon is gebouwd op een aantal heuvels. Het is er erg druk met zowel Portugezen als toeristen. Je kunt het vergelijken met Amsterdam op een mooie zaterdag qua drukte. We zijn door het drukke centrum gelopen, maar ook door straten waar vrijwel geen toeristen komen. Dat vinden we eigenlijk veel leuker, omdat je dan goed kunt zien hoe een stad werkelijk is. We zagen veel slecht onderhouden armoedige huizen en overal graffiti. In de smalle straten hing op veel plekken wasgoed buiten. Het deed mij erg aan Napels denken.

            

Aan het eind van de middag hebben we heerlijk op een terrasje gezeten met wat tapa’s en een lekker glas rosé port. Op de terugweg naar het station liep het al weer tegen de avond en speelden er een aantal bandjes op de pleinen langs de rivier. Overal zaten mensen gezellig te luisteren en te praten. Die typisch mediterrane sfeer vinden wij dan weer wel helemaal geweldig.

   

Eenmaal terug in Cascais is het contrast best groot. Ook daar veel mensen, maar Cascais is luxe vergeleken bij Lissabon.

15-10 Cascais - Druk, druk, druk

Omdat we gister naar Lissabon wilden, zijn we ’s-ochtends naar de jachthaven gegaan. Er zou redelijk wat wind komen uit het zuid-oosten en dan is het niet beschut op de ankerplek en willen we Romlea liever niet alleen achter laten. Een jachthaven bezoek moet natuurlijk zoveel mogelijk worden uitgebuit. Daarom vandaag maar weer eens op de fiets naar een lavanderia om de was te doen, de watertanks bijvullen en een lege gasfles omruilen voor een volle. Al met al zijn we er toch weer een hele dag zoet mee en vertrekken we pas om half vijf weer naar de ankerplaats. Moe, maar voldaan.

16-10 t/m 19-10 Cascais - Verwondering

Deze dagen rommelen we wat aan in afwachting van goede wind om naar de Algarve te komen. We liggen in eerste instantie als enige op de ankerplek, maar iedere dag komen er weer bootjes bij waardoor we uiteindelijk weer met acht boten liggen. Zoals het er nu uitziet kunnen we zaterdagochtend vroeg vertrekken voor de dikke honderd mijl naar de Algarve.

Omdat we het verder niet echt druk hebben is er tijd voor observaties. Zo zagen we gister om een uur of half drie de Australische Windjammer uit de jachthaven van Cascais vertrekken. Ze zetten koers naar het zuiden. Er stond niet heel veel wind. Even later zagen we een kleiner bootje hetzelfde doen. We zagen op Marinetraffic nog een aantal boten vertrekken richting het zuiden. Als op commando vertrekken er drie uit Cascais, eentje uit Lissabon en eentje uit Sesimbra. Ze gaan allemaal richting het zuiden. Wij kunnen ons niet voorstellen dat ze met elkaar hebben afgesproken en masse te vertrekken. Sowieso, wat hebben een Australische, een Engelse, een Zweedse, een Nederlandse en een Franse boot met elkaar te maken? En dan ook nog vanuit drie verschillende plaatsen? Hebben zij iets in de weerkaarten gezien dat wij over het hoofd zien?

Ze vertrekken, zoals een vlucht ganzen vertrekt. De één na de ander "stijgt op". Het fascineert ons dat er een aantal boten tegelijkertijd vertrekt, alsof er een stil commando gegeven is dat ons kennelijk ontgaan is. We raadplegen onze Nederlander in Chili, per slot van rekening heeft hij 6 jaar rond de wereld gezeild. Wat is de psychologie achter onze observatie? We komen er niet goed uit. Onze adviseur heeft het antwoord ook niet, maar geeft wel aan een aantal van die boten bij gelegenheid eens te vragen naar hun beweegredenen. Om daarmee de door hen gevolgde strategie te achterhalen en daar van te leren. Of om te vernemen dat er een hele platte reden is, zoals het op tijd in de Algarve aan moeten komen omdat er gasten landen op een bepaalde datum op een lokaal vliegveld daar.

20-10 Cascais - Skylge?

"Ruik je dat? Die geur is precies Terschelling!". We maken een prachtige fietstocht langs de kust en door het duingebied ten noordwesten van Cascais. Duinen zoals we die in Nederland kennen, met helmgras en kleine bremstruiken en dus de geur van het Terschellinger duingebied. Het voelt een beetje als thuis.

Als we terug komen aan boord maken we alles klaar voor vertrek morgenochtend. We gaan op tijd naar bed, want de wekker staat om vijf uur.

         

 

21-10 Cascais - Echt wel oceaanzeilen

Als om vijf uur de wekker gaat, is het wel even doorbijten om het bed uit te komen. Het is nog stikdonker en supergoed hebben we niet geslapen. Deels door de swell, maar natuurlijk ook de angst door de wekker heen te slapen en de spanning die er toch altijd is als we weer een groot stuk verder gaan. Hoe zal de volgende honderd mijl gaan? Krijgen we inderdaad de voorspelde twintig knopen of wordt het weer knorren? De voorspellingen zijn het allemaal met elkaar eens, dus moet het dit keer toch wel kloppen zou je denken.

Als eerste halen we de gribs binnen om te checken of de windverwachting nog steeds goed is, zodat we niet voor niets vroeg opstaan. Als die inderdaad nog steeds hetzelfde zijn en het ook begint te waaien buiten, staan we op. We ontbijten en maken de laatste dingen klaar. Zodra het licht begint te worden gaan we ankerop.

We vertrekken met vijftien knopen wind en zijn daar dik tevreden mee. De Just Joia vertrekt vlak na ons in dezelfde richting. We varen beiden op een volle genua. Maar als we een stukje uit de kust zijn, gaat de wind weer bijna uit. Just Joia besluit de genua binnen te halen en de motor aan te zetten. Een ander jacht, dat vanaf Lissabon is gekomen, vaart ook op de motor. "Hmm, wat doen wij? We gaan nog een kleine drie knopen en ik denk dat, zodra we de riviermonding van de Taag voorbij zijn, we wel weer wind krijgen." "We zeilen gewoon door", vindt Henk. En dat doen we dan ook. Zodra we de riviermonding voorbij zijn krijgen we inderdaad weer wat meer wind. Als de wind dan later ook nog recht van achter komt, zetten we het grootzeil gereefd bij en vlinderen we prachtig voor de wind.

Om half drie komt dan toch eindelijk de voorspelde twintig knopen. We reven het grootzeil nog een stukje verder en zetten een eerste rif in de genua. We zijn inmiddels ook aardig uit de luwte van het vaste land aan het komen, dus de golven van de Atlantische oceaan worden behoorlijk hoog. Dat klopt ook met de verwachte golfhoogte van vijf tot zes meter en is geen probleem als we maar genoeg wind hebben. We hebben daar een vuistregel voor: bij vrijwel geen golven hebben we genoeg aan zo’n tien knopen, bij golven tot een meter of drie is dat minimaal vijftien knopen en bij de golven die we nu hebben is twintig knopen niet het minimum, maar wel het comfortabelst.

Uiteindelijk hebben we zo’n vijfentwintig tot achtentwintig knopen wind. Dan krijgen we twee golven die Romlea een beetje uit het lood slaan en krijgt Ploon het niet bijgestuurd. Snel sturen we bij op het hoofdroer en reven we de genua nog een stuk verder. We varen nu zeven tot acht knopen met dikke golven op de kont. Dit is dan toch eindelijk het oceaanzeilen zoals we ons dat hadden voorgesteld. Romlea ligt heerlijk in het water en Ploon houdt ons ook voor de wind prima op koers.

"We zijn net de Andante weer voorbij gezeild, verder alles nog zoals het was", deelt Henk mee in de overdracht als het weer mijn beurt is wacht te draaien. Ik ben nog aan het bijkomen van de schrik. Henk wekte mij om tien uur. Dat wil zeggen, ik had niet geslapen, maar mijn rusttijd was wel ten einde. Net als ik mijn bed uitkom, maakt Romlea een zwieper naar bakboord op een vervelende golf. Ploon krijgt het opnieuw niet bijgestuurd. "Dat gaat niet goed!". "Ik zit net op de wc", klinkt het uit de badkamer. Tsja, dan zit er maar één ding op. Ik ren in mijn hemdje naar buiten, ontgrendel het roer en stuur bij. We zijn al snel achter de oorzaak. We hebben Ploon eerder tien graden bij laten sturen om op koers te blijven. Daarmee kwam het grootzeil iets binnen de wind te staan. Dat is op zich niet direct een probleem, want we hebben de bulletalie staan, maar met een verkeerde golf slaat het grootzeil bak. We besluiten dat we met de huidige golfhoogte en omdat het stikdonker is, de zeilvoering laten voor wat hij is en dan maar iets van koers te komen. Dat is met de afstand die we tot Cabo St. Vicente te gaan hebben geen probleem. Als we daar zijn moeten we toch de boom van de genua halen, de bulletalie eraf halen en het grootzeil naar de andere kant brengen. Waarom dan nu dubbele moeite doen met alle risico’s van dien.

Om half één zijn we bij de kaap. We halen het grootzeil in en reven de genua nog een stuk verder. Henk hijst zich in zijn zeilpak, want reken maar dat we straks water over gaan krijgen als we opsturen. We hebben een prima werkverdeling. Henk stuurt en ik navigeer. Het ronden van een kaap met deze golven en wind vergt opperste concentratie. Henk krijgt van mij instructies over de te varen koers. "Je mag naar honderdtwintig graden. Je vaart te scherp, je moet echt afvallen. Je mag naar honderdtien graden. Je vaart weer te scherp, opnieuw wat afvallen!", enzovoorts. Zodra we de kaap voorbij zijn valt de wind terug, zijn de grote golven verdwenen en keert de rust weer. Het laatste stukje is niet meer bezeild en we varen rustig op de Knor de ankerplek binnen. We hebben ook dit varkentje weer keurig gewassen! Om half vijf liggen we dan eindelijk te kooi.

 

  Terug naar beginpagina