Naar Albemarle

Omdat Thea graag naar dochter en kleinzoon in Buenos Aires wil, besluiten we om samen naar Ushuaia te varen. Daar zal ze het vliegtuig nemen naar Buenos Aires, het gezin van haar dochter bezoeken en van daar verder vliegen naar Nederland, zodra de gelegenheid zich voordoet. Ik zal vanuit Ushuaia terug varen naar Nederland, al dan niet met crew, maar met de winter voor de deur op het zuidelijk halfrond wil ik niet te lang wachten met de terugreis.

De tijd om te vertrekken uit Stanley word gebruikt om de beide koffers met reserveonderdelen en andere artikelen weg te werken, dus er staan een aantal klussen op het programma.

Ondertussen bezoeken we op een mooie dag met de fiets York Bay. York Bay is een baai met een prachtig wit strand, buiten Stanley, op de route naar de vuurtoren. Recent zijn de Falklands volledig mijnenvrij gemaakt, veertig jaar na het beëindigen van de Falkland oorlog. Men heeft er hier lang op moeten wachten, maar het is dan toch zo ver. Het moment van vrijgave van York Bay, zodat eilanders het strand weer kunnen bezoeken, is voor veel Falklanders een ware mijlpaal en een emotionele gebeurtenis. Veertig jaar lang hebben ze, naar hun mening, het mooiste strand van alle Falkland eilanden niet kunnen bezoeken.

                      

 

Het is werkelijk een prachtig gebied, met mooi wit zand, een hoop schelpen en een rijkdom aan vogels. Dat dit veertig jaar lang niet toegankelijk is geweest, is bijna niet te begrijpen.

11 november 2020

Er dient zich een mooi weergat aan om van Stanley naar Albemarle te varen. We grijpen de kans en klaren uit bij de douane, ze mededelend dat we eerst naar Albemarle zullen varen om daar te wachten op een goed weergat om naar Staten eiland te varen. Uiteraard is dat akkoord. Eliza heeft inmiddels met Shaun en Tania gebeld met de vraag of we in "hun" baai op een goed weergat naar Staten eiland mogen wachten en of we gebruik mogen maken van hun mooring. Het antwoord is uiteraard een hartverwarmend ja. Het vertrek uit het haventje van Carl verloopt probleemloos op hoog water, dank zij een mooie manoeuvre, maar we varen linea recta eerst naar een mooring vlak buiten zijn haven. Er is geen koelwater. Dus of de toevoer is verstopt of de pomp werkt niet. De wierpot gaat open en er blijkt een soort van zeetomaat de toevoer te verstoppen. Het vergt enkele pogingen om het kreng weg te krijgen, maar dan varen we ook naar de public jetty. Deze zeetomaten schijnen hier een crime te zijn, zo vernemen we later. We vertrekken in de vroege ochtend om de ruim honderdveertig mijl naar Albemarle te varen. Helaas helaas passeren we Sea Lion Islands pas als het donker is. Sea Lion Islands is de plek waar Orca’s zich te goed doen aan jonge zeeleeuwen. Ze zwemmen zonodig het strand op om zeeleeuwen te snaaien en werken zich dan terug in zee. We hadden dat spektakel graag vanaf eerste rang willen zien, maar het zit er dus niet in. De ankergrond voor de eilanden is zeer beroerd, dus een overnachting ter plekke zit er niet in. De volgende morgen zien we nog een grote walvis voorbij komen in de Falkland Sound, maar met de GoPro in de aanslag laat het visje zich niet meer zien. Wel zien we onderweg uiteraard dolfijnen.

     

 

De aanvaart naar Albemarle is goed te doen. Eénmaal ter plekke is de baai een goed beschutte plek om op een goed weergat te wachten. We pikken de mooring op en volgen de aanwijzingen van boer Shaun op, die vanaf de wal, in aanwezigheid van zijn vier kleine kinderen, ons de weg wijst.

De eerstvolgende dagen waait het nog te hard om de brommer op te pompen en te water te laten. Maar dan breekt de dag aan dat dat toch lukt en we varen naar de wal. De ontmoeting met boer en boerin Shaun en Tania is hartelijk. Ook hun vier kinderen zijn uitgelaten. Albemarle ligt zeer geïsoleerd. Ze zijn dan ook volledig self-supporting. Er staat een windmolen voor het opwekken van stroom, (drink)water halen ze uit de grond in de heuvels, dat onder vrij verval naar de boerderij stroomt en boodschappen doen ze eens in de zoveel tijd in een winkeltje op een aardige afstand.

Albemarle was vroeger een zeeleeuwenstation. De zeeleeuwen werden gevangen en vooral gebruikt voor het "maken" van lampenolie etcetera. Het zal hier geen pretje geweest zijn. De oude kookketels liggen weg te rotten in het water.

     

 

Tijdens ons verblijf bij Shaun en Tania beleven we de nodige avonturen. Als een bal van de kinderen het water in rolt en wegwaait, ga ik er even later achteraan met drie kinderen in de brommer. De bal vinden we niet meer, maar de meeneempen van de schroef breekt wel af op een stuk kelp. Ik probeer nog terug te roeien, maar de wind is te sterk, dus besluit ik om een inhammetje in te varen om daar de brommer te parkeren en terug te lopen met de vier kids. Aan de oudste, Holly, vraag ik of de kortste weg terug aan de ene kant van het water is of aan de andere kant. Aan de ene kant verzekert ze me. Oké. Brommer parkeren en lopen. Ondertussen leren de kinderen mij dat bepaalde bloemen eetbaar zijn en dat ze stikvol vitamine C zitten. Ze werden vroeger door zeelui gegeten om ongemakken als scheurbuik te voorkomen. Ik moet zeggen, ze smaken bijzonder lekker, beetje fris zurig.

    

 

Gelukkig hielden Shaun en Tania ons goed in de gaten, toen ze me zagen roeien, dachten ze al dat er iets mis was. Dus is Shaun in zijn 4X4 baggerbak gestapt en is naar ons toe gereden. Dat is dus echt terreintijden van het zuiverste soort, met als hoogtepunt het oversteken van een heuse beek, op een wijze waarvan de gemiddelde Nederlander gezegd zou hebben: "Dat is niet te doen". Met enkele spijkers van verschillende diameters en een grote kniptang op zak, gaan we weer terug naar de brommer. Daar vervangen we de meeneempen door een afgeknipte spijker. Shaun rijdt terug, maar de kinderen willen en zullen met de brommer mee. Ik besluit er een wedstrijd van te maken en te zien wie het eerst bij de boerderij is, hun papa of wij. Natuurlijk winnen wij en dat heeft Shaun geweten ook.

In de dagen er na gaan we verschillende keren op pad naar pinguïn kolonie’s op de boerderij. Het is een prachtig gezicht. Er zijn een hoop jongen die zo vetgemest worden, dat ze nauwelijks overeind kunnen komen. Volgens de boer is er ook een keizerspinguin koppeltje, maar dat hebben we niet kunnen ontdekken.

                

 

We vinden het eenvoudige graf van een zeeman. Volgens Shaun moeten er twee liggen, omdat de documenten niet kloppen.

    

 

Ook lopen we ons een dag lang de benen onder het lijf vandaan om een ander zeeleeuwenstation te bezoeken, helaas vinden we het niet.

Nu en dan zwemmen er dolfijnen door de baai. Vanzelfsprekend ga ik één keer met de brommer in hot pursuit mode achter ze aan, in een poging ze te filmen in het redelijk heldere water. Deze visjes zijn echter niet dom, dus na enkele pogingen staak ik mijn queste, ze geven me volledig het nakijken.

 

Shaun vertelt me hoe groot Albemarle is. Zijn boerderij dus. Geloof me, grooooooooooot! Een acre grond kost één pond. Dat komt omdat de grond zo schraal is. Alleen schapen kunnen er op leven en hier en daar een verdwaalde koe of paard. Zijn boerderij is éénenzestigduizend acres groot en als hij me een berg wijst die ook nog van hem is, heb ik moeite om die te zien, zo ver weg. Ze wonen zo ongelooflijk afgelegen, dat er bij de boerderij een schooltje staat (dat overigens bij veel boerderijen zo is) en een woning voor de lera(a)r(es). Eens in de zoveel tijd komt zij/hij dagenlang langs en woont zij/hij daar tijdelijk om dan verder te reizen naar een volgende boerderij. De kinderen voeren tot het volgende bezoek opdrachten uit.

Met kerst gaan ze naar Stanley. Tania en de kinderen vliegen, Shaun gaat rijden, omdat hij veertien "beef", lees: koeien, naar het slachthuis brengt. Een geweldig leuk gezin. Omdat Aloma er ook gelegen heeft, geef ik Shaun mijn oude marifoon. Die wil hij eerst niet hebben, maar als ik dan vraag waar de afvalbak is, zodat ik mijn oude marifoon weg kan doen, is hij er blij mee. Het geeft hem de mogelijkheid te communiceren met boten die na ons komen. Albemarle is werkelijk de ideale plek om te vertrekken naar Staten eiland of Ushuaia.

21 december 2020

Om zeven uur ’s avonds vertrekken we naar Staten eiland. Volgens de gribs is de wind eerst niet al te gunstig, maar wordt dat later in de nacht wel en de golven zijn niet al te hoog. Als we eenmaal de baai bij Albemarle uit zijn en vervolgens de Falkland Sound uitvaren, blijkt de waarheid ter plekke enigszins anders. De golven zijn hoger dan verwacht, in de loop van de avond neemt de hoeveelheid brekers toe en in toenemende mate gedraagt Romlea zich als een duikboot die keer op keer besluit vol de golven in te duiken. Nu kan ze veel hebben, maar comfort is ook een groot goed. Dus besluiten we om tien uur ’s avonds terug te keren. We volgen onze track terug en in het pikkedonker pikken we de mooring weer op. Op de boerderij is het aardedonker, Shaun is in de loop van de morgen al vertrokken met een vrachtwagen vol "beef". Hij moet de veerboot halen tussen West- en Ook Falklands.

Alsof de duivel er mee speelt, brandt het Sailmail radio station in Chili tot de grond toe af. Dit is het station waar ik met de SSB radio de weersinformatie ophaalde. Trinidad is één keer bereikbaar en verder niet. Zonder actuele weersinformatie hebben we een probleem. De boer is weg, er is dus ook geen internet. We moeten toch wat. In de dagen er na wordt de brommer weer opgepompt en na enig onderzoek (het schooltje is open), lukt het mij om de internetverbinding van het schooltje aan de praat te krijgen. Het hoort natuurlijk niet, maar nood breekt wet. Zo veel alternatieven hebben we niet. Vertrekken op goed geluk is in dit vaargebied geen goed idee en wachten tot het gezin terugkomt ook niet. Er dient zich een geschikt weergat aan op zesentwintig december, dus dan vertrekken we naar Staten eiland. Deze keer gaat het goed.

 

  Terug naar beginpagina