Staten eiland

27 december 2020

De reis duurt twee dagen en verloopt voorspoedig.

      

 

De aankomst bij Staten eiland is, hoe zal het ook anders, in het pikkedonker. Doel is Puerto Hoppner, oftewel, Hoppner haven. Nu heeft het woord haven in deze contreien een totaal andere betekenis dan in Nederland. In Nederland denken we aan steigers, havenhoofden, een havenmeester, nautische verlichting etc etc etc. Hier betekent het niets meer en niets minder dan dat er een plek is, waar je bij de juiste weersomstandigheden een heenkomen kunt vinden, mocht het op zee te ruig worden. In het geval van Staten eiland betekent dat een inham waar je kunt ankeren. Je mag zelf je weg zoeken.

Omdat de wind noord is, rollen de golven mee naar het eiland en ze komen even vrolijk en hard weer terug, omdat ze weerkaatsen tegen massieve rotsen. Dat geeft het effect alsof je met de boot een wasmachine binnenvaart. De bewegingen van de boot worden onvoorspelbaar en heftig. Op basis van de kaart wordt door een nauwe ingang tussen de rotswanden door genavigeerd, die met het blote oog nauwelijks te zien is. De kaart zal op zulke plekken maar niet kloppen….. Er achter ligt een soort baai, waar de zee nauwelijks vat op heeft, dus het water is kalm. Op basis van de pilot en de kaart wordt naar een hoekje met een strandje gevaren, waar geankerd kan worden. Simpelweg omdat het water niet te diep is, ook zo’n dingetje. De volgende ochtend is de omgeving van een nauwelijks te bevatten schoonheid.

       

 

Massieve rotswanden rondom verrijzen uit zee. Vanaf de waterrand naar boven uitbundige begroeiing en bomen. Bomen. Bomen. Waar die nauwelijks te vinden zijn op de Falklands groeien ze hier uitbundig in grote getale. De natuur is indrukwekkend. En dan is dit nog maar het voorportaal van puerto Hoppner. De feitelijke plek ligt nog een stuk landinwaarts en kan bereikt worden door een zeer nauwe doorgang, die alleen met doodtij door te varen is. Dus is het wachten op hoog water en dan dan de sprong wagen. Met nauwelijks een meter ruimte aan weerszijden van de boot en een paar tientallen centimeters water onder de kiel, vaart Romlea de binnenbaai binnen. Achter een eilandje kan geankerd worden, met lange lijnen naar bomen op de wal.

    

 

Het verblijf hier is tot 31 december. In die tijd wordt met de brommer naar een riviertje gevaren, de brommer wordt gestald en dan volgt een safari. Werkelijk een safari. De natuur is van een oogverblindende schoonheid. Het water van het riviertje is brandschoon, op een ietwat bruine kleur na, door de uitspoeling van organisch materiaal. Het eiland creëert door zijn hoogte zijn eigen klimaat. Het is hier zeer vochtig en regenwater valt er in overvloed. Vandaar de grote hoeveelheid meertjes en riviertjes.

  

 

Van het rivierwater haal ik later met de nieuwe jerrycans honderdzestig liter water op om dat door de watermaker te voeren. Omdat het niet zout is, gaat het rivierwater er met hoge snelheid doorheen. Met weinig stroom de tanks weer vol met drinkwater. Het kan niet beter.

 

Een volgende dag staat de beklimming van de bergwand tussen Puerto Hoppner en Puerto Parry op het programma. Nu is Staten Island onbewoond, maar in Puerto Parry zit een basis van de Argentijnse marine. De lezer stelle zich hier niet teveel van voor en brengt even het geduld op om verderop in het verhaal te lezen over de marinepost in Bahia Buen Suceso. Puerto Parry had ook het reisdoel kunnen zijn, maar in de pilot wordt dat afgeraden om twee redenen. Ten eerste is Puerto Hoppner mooier en ten tweede heeft een daar geankerd schip minder last van valwinden. De klim is moeizaam, maar het lukt. Er is geen pad (uiteraard) en de grond veert bij elke stap. Het is pure veengrond waar op gelopen wordt. Eenmaal boven en overgestoken naar Puerto Parry, is alleen het voorste gedeelte van de baai te zien waar niets is. De marinepost ligt dieper naar binnen. Die mannen moeten zich te pletter vervelen. Maar wat een mooie ervaring. PS, vind de boot op de eerstvolgende foto...... (met als hint de tweede foto).

       

 

Ik probeer meerdere keren per dag via marifoon en SSB radio contact te krijgen met de Argentijnse Armada, maar alle pogingen zijn vruchteloos. Er is dus geen weersinformatie om LeMaire over te steken, niet het minst vervelende stukje water op aarde. Op goed geluk is het vertrek op oudejaarsdag naar Bahia Buen Suceso. Met geluk. Met een mooi Z/ZW windje van twintig tot vijfentwintig knopen is de oversteek van vijfendertig mijl goed te doen.

 

  Terug naar beginpagina