Van Ushuaia naar St. Helena

 

Dan komt er wat gedoe met de autoriteiten over de vergunning voor de Falklandeilanden, of zoals de Argentijnen zeggen, Malvinas. Om naar de Falklands te mogen moet je van de Argentijnen vergunning hebben. Heb je die niet en kom je na bezoek aan de Falklands in Argentinie, dan mag je een boete aftikken van ruim zevenhonderd Amerikaanse greenbacks. Die vergunning heb ik (ik heb destijds ook een vergunning gevraagd om naar België te mogen varen, maar die vraag begrepen ze niet), maar die gold maar voor twee maanden en we zijn er meer dan een jaar geweest. Ze willen me een boete opleggen omdat ik niet tijdig verlenging heb gevraagd. En dus komt de Argentijnse papierfabriek op gang.

Nu zijn de autoriteiten in Argentinië ware papierfabrieken en hoe meer stempels er op papieren staan, hoe blijer een Argentijn wordt.

Er zijn zelfs wereldzeilers die voor dat doel een stempel van de boot aan boord hebben. Gewoon een stempel met de afbeelding van de boot met de naam er onder. Ieder papier wat ze door de Argentijnse autoriteiten onder de neus geschoven krijgen om te ondertekenen wordt door hen van het stempel van de boot voorzien met een vaardigheid die een geroutineerde notarisklerk in de jaren ’60 niet zou hebben misstaan, waarna een krabbel volgt die een handtekening voor moet stellen. Je kunt een Argentijnse official niet in grotere extase krijgen dan door met flair dit ritueel uit te voeren.

Ook ik krijg het ene na het andere vel papier uitgereikt met een keur aan stempels, waar een stempelmuseum dol op zou zijn. Alleen jammer dat de Argentijnen geen A4 formaat gebruiken, hun papieren zijn ongeveer een kwart langer. Dat heeft er mee te maken dat ze plek moeten hebben voor hun stempels. Vermoedelijk.

Ondertussen doe ik onderzoek naar opties. Boot ter plekke verkopen en naar huis vliegen. Goed idee, maar als er iets is wat de Argentijnen niet hebben dan is het geld. De economie ligt op zijn gat, de peso devalueert waar je bij staat en dollars of euros zijn hier een fortuin waard.

Na een aantal gesprekken met een aantal doorgewinterde lokale zeilers en ander ruig volk, wordt me te kennen gegeven dat er nog een andere optie is. Midden in de nacht wegvaren en maken dat ik Argentinië uit kom. Ik voel me er niet goed bij. Ten eerste zit het niet in mijn natuur om problemen te ontlopen en ten tweede is het Beagle kanaal een kleine honderd mijl lang. Dit te varen kost ongeveer een etmaal, wat de Argentijnen genoeg tijd biedt om mij met een boot achterna te komen en mij terug te halen. Mij wordt echter verzekerd dat dat zeer onwaarschijnlijk is. Bij de Prefectura Naval in Ushuaia schijnen ongeveer vijfhonderd man te werken, maar boten hebben ze niet. Vijfhonderd man voor die drie en een halve zeilboot in Ushuaia en het mandje van Mozes! Contact zoeken met de Chilenen om hulp doen ze ook niet. De relatie tussen Argentinië en Chili is niet optimaal en de Argentijnen zijn te trots om hulp te vragen zo wordt me verzekerd. Er zijn eerder boten in het holst van de nacht vertrokken, bijvoorbeeld om belastingproblemen te ontlopen zo wordt me verteld. Ik ben de eerste niet. Vanzelfsprekend heeft de Prefectura radar in de haven, maar het is maar net of ze er toevallig op kijken of niet, om door te hebben of ik wegvaar of niet.

De laatste dagen zorg ik ervoor dat ik genoeg proviand aan boord heb voor veertig dagen op zee. Het is circa drieduizendnegenhonderd nautische mijlen naar St. Helena, ik reken altijd zeer behoudend met een dagafstand van honderd nautische mijlen, dan heb ik altijd genoeg, ook om windstille dagen te overbruggen. De dieselvoorraad aan boord is niet groot genoeg om dagen achtereen te motoren. De boodschappen doe ik een beetje stiekem. Bij verschillende winkels en alles in mijn rugzak, die ik altijd bij me heb, om geen argwaan te wekken. Het lukt. Daarnaast ligt er nog een aanzienlijke hoeveelheid blikvoer onder de vloer, dus ik kom mijn reis en tijd wel door. Tenslotte wordt de watertank tot de nok toe gevuld alsook de lege drinkwaterflessen. Dan ben ik er klaar voor. Ik besluit om te gaan. In de eerste plaats omdat ik een bloedhekel heb aan flauwekul zoals boetes voor een verblijf op de Falklands. Hier bedank ik voor. Chao, ik red me wel.

4 februari 2021

Ik maak de boot zo goed mogelijk vaarklaar. Het plan is om om elf uur in de avond te vertrekken. ’s Middags staat Diego op de steiger, de president van de jachtclub. Hij maakt me duidelijk dat ik moet vertrekken van de steiger. Diego is een jong menneke dat twee papieren (met STEMPELS) in zijn handen heeft. Hij paradeert over de steiger alsof hij eigenaar van de club is, een beetje zoals John Wayne, een loopje van iemand met de broek vol str***. Ik moet er een beetje om lachen en vertel dat ik er over na zal denken. Om tien uur ’s avonds pak ik mijn laatste uurtje rust in bed. De volgende vierentwintig uren zal ik niet meer slapen, het Beagle kanaal is geen open oceaan. Om elf uur gooi ik los. Het is een half bewolkte nacht, de maan komt laat op, het Beagle kanaal is een zwart gat vergeleken bij de felle verlichting van de stad Ushuaia. Een leuke stad overigens, met een beetje de sfeer van een bergdorp als Chamonix. Zonder pandemie zijn er veel toeristen, er zijn dus ook veel bars, restaurantjes en winkeltjes. Het is gewoon steeds gezellig druk geweest met vriendelijke mensen.

Totaal zonder verlichting, met de iPad op de grond in de laagste lichtstand om mee te navigeren, vaar ik op de motor zo stil mogelijk weg van de steiger door het mooringveld de baai in. Ook de marifoons zijn uitgeschakeld. Marifoonoproepen zou ik kunnen negeren, maar ik wil er ook niet nerveus van worden. Daar komt bij dat moderne DSC-marifoons "gepingd" kunnen worden, zonder dat de eigenaar doorheeft dat dat gebeurt en dat is natuurlijk het laatste wat ik wil. Ook de AIS transponder staat uiteraard in de niet-zenden modus. Zodra ik uit het licht van de stad ben, rol ik de genua uit. De motor gaat uit en geruisloos verdwijn ik in het donkere Beagle kanaal. De wind staat pal west, en waait hard genoeg om me met redelijke snelheid voort te bewegen.

Voortdurend kijk ik achterom om te zien of ik een boot zie aankomen, maar dat gebeurt tot mijn stijgende verbazing niet. De mannen hadden gelijk, ze komen me niet achterna, ze hebben geen boten. Wel zie ik op een bepaald moment blauwe zwaailichten over de boulevard rijden, die uiteindelijk stil komen te staan op een doodlopende weg langs het kanaal, een stuk de stad uit op een bij Argentijnen geliefd weggetje om vanaf zekere hoogte vanuit de auto het Beagle kanaal te kunnen overzien. Ik weet niet of die zwaailichten iets met mijn vertrek te maken hebben, een auto is per slot van rekening geen boot, dus ze hadden niets gekund, maar opvallend vind ik het wel. Ik voel geen angst, maar vind het wel spannend allemaal. Ik betrap mezelf er op, dat iedere keer als ik achterom kijk, er een liedje in mijn hoofd speelt: "Time to say goodbye".

5 februari 2021

Na een aantal uren zeilen passeer ik probleemloos Puerto Williams. Daarna volgen de Prefectura posten die we op de heenweg allen gesproken hebben. Puerto Harberton, Isla Snipe (Chileens), Moat. Daarna wordt het Beagle kanaal veel breder en opent de zuidelijke oceaan zich. Als ik Moat passeer, is het al licht. Ik zie de fonteinen van walvissen, maar de golven zijn te hoog om ook ruggen of rugvinnen te zien. Even komt er ééntje boven water op een meter of twintig afstand van de boot. Als altijd komt ze majestueus boven, doet haar ding en gaat al even majestueus weer onder. Geschatte lengte van dit visje, even lang als de boot. Dit is hun wereld. Hier voelen ze zich thuis. Tijd om even weg te doezelen is er niet, de wind is gedraaid naar ZWZ en trekt aan tot dertig knopen, met uitschieters naar vijftig knopen in (hagel)buien.

    

Er staan hoge, brekende golven, maar tijdens buien begint de zee echt te koken. De golven lijken zich bij elkaar te voegen tot muren van tonnen en tonnen water die vervolgens brekend de zee inrollen, een spray van zout water loslatend die door de wind meegevoerd wordt. Met de genua ingerold tot ongeveer de grootte van een badhanddoek, zeil ik onder deze omstandigheden richting de zuidkant van Staten eiland. Er zijn een aantal goede redenen om niet door Lemaire te varen, maar onder Staten eiland langs. De eerste is dat de armada post Buen Succeso me dan niet zien op hun radar. De tweede is dat ik niet weet hoe stroom en wind ten opzichte van elkaar staan in de straat. Ten derde loopt er een stevige stroom onder Staten eiland door, waar ik profijt van kan trekken en ten vierde is er niets aan de zuidkant van Staten eiland, zoals de armada post aan de noordkant in Puerto Parry.

In buien, geholpen door de stroming, bereikt Romlea met een badhanddoek zeil, snelheden tot negen à tien knopen. Voor haar is het business as usual. "Neat te rêden", zou mijn zoon wel zeggen. Ondanks de vermoeidheid en ondanks de zware omstandigheden ben ik geen moment bang. Dit schip heeft sinds vertrek uit Nederland zoveel vertrouwen ingeboezemd dat er voor angst geen enkele reden meer is. Het zou mijn denken ook maar vertroebelen. Sinds vertrek uit Ushuaia, ben ik niet meer binnen geweest, behalve om wat te eten en te drinken. En altijd wordt er dan zout water mee naar binnen gesleept, er wordt nooit zout water naar buiten gesleept, alleen naar binnen…

Op ruime afstand van Staten eiland zeil ik door de nacht, geen moment zonder aangelijnd te zijn, zelfs niet als ik in de kuip zit. Er hoeft maar dit te gebeuren en het schip zeilt weg, mij achterlatend in zee. Overleven in dit water is niet mogelijk. De verhalen over de bemanning van de Paradise, het zeiljacht op de Falklands, zitten me nog te vers in het geheugen. Als het schip door bijvoorbeeld een monstergolf plat zou slaan, ben ik nergens, als ik niet aangelijnd ben. Gelukkig gaat alles goed.

Ter hoogte van Puerto Parry, zie ik ineens een AIS signaal van een bootje in die haven op mijn telefoonscherm verschijnen. De telefoon ligt binnen, maar zodanig dat ik die kan zien terwijl ik buiten zit. Ik ga even naar binnen en doe de marifoon aan. Ik hoor een éénzijdig gesprek en vang de woorden "velero" (zeiljacht) en "Ushuaia" op. Het duurt enkele ogenblikken voordat het tot me doordringt, maar ze hebben het over mij. "Ushuaia???" hoor ik nog zeggen, als in ongeloof dat er een zeiljacht uit Ushuaia heeft "kunnen ontsnappen". De marifoon gaat weer uit en het AIS signaal verdwijnt, afgeschermd door de hoge bergen van Staten eiland. Maar mooi dat ik dit meegekregen heb. Ik ben op mijn hoede.

Ik spring een moment vooruit in de tijd.

Op negentien februari lukt het me eindelijk, eindelijk om radio contact te krijgen met Trinidad, zodat ik twee emails kan ontvangen en er een paar kan versturen. Het gaat traag, maar het lukt. Een behulpzame local emailt me als volgt (ik heb de vrijheid genomen dit lichtelijk te bewerken):

"Ha Henk,

Zooo, een vliegende start zo te zien, lekker windje in de rug! Alles wel daar? Alhier leek het wel een soap-opera sinds jouw vertrek. Prefectura een aantal keer beduusd naar de lege ligplaats kijkend, Diego werd op de Prefectura de les gelezen, je advocaat zeer druk met allerlei bezoekjes. Geestig, hij was ervan overtuigd dat de machtige Argentijnse Armada jou rap zou vinden met hun geavanceerde apparatuur. Heb hem verteld dat dit niet ging gebeuren. Of de eerste 12 uur, of helemaal nooit niet. Heb hem ook gevraagd, onder het genot van een biertje, wat hij nu ging doen met de zaak."

Helemaal geweldig om te lezen hoe het er in Ushuaia aan toe ging na mijn vertrek. De Prefectura stond erbij en keek er naar. Diego werd op het matje geroepen. Ben benieuwd of hij zijn stoere John Wayne-houding op het Prefectura kantoor overeind kon houden. ;-)

6 februari 2021

Het is nog stikdonker, zelfs de contouren van Staten eiland zijn niet te zien, als ik het eiland voorbij ben en een noordelijker koers kan pakken. Nog altijd ben ik voortdurend buiten om een vinger aan de pols te kunnen houden en in te kunnen grijpen als dat nodig is. Langzaamaan wordt het licht, de buien nemen af, het waait nog hard, maar de wind wordt stabieler en aangezien ik een noordoostelijke koers pak, weg van Staten eiland, laat ik me zo nu en dan wegdoezelen. In de morgen staat er een mooi windje, de zee is aanzienlijk rustiger geworden (Staten eiland fungeert als golfbreker) en ik pak wat langere periodes van slaap. Tussendoor dweil ik de vloer van de kajuit en de kuip, in een poging zo veel mogelijk zout terug te brengen naar zee en zo weinig mogelijk mee naar binnen. Sinds vertrek uit Ushuaia heb ik de navigatieverlichting niet gevoerd. In de loop van de dag neemt de wind steeds verder af tot er rond een uur of drie in de middag te weinig wind staat om de genua gevuld te houden. Deze begint tegen het want te slaan, zodat ik deze helemaal inrol en als een drijvend eiland ga wachten op wind.

  

 

Ik motor wel een uurtje, om door een gebied te varen waar twee zeestromingen elkaar ontmoeten. Het geeft een zeer ongewoon patroon in het water, van vlakke stukken waar water omhoog komt tot drilpuddingachtige korte golfjes van tien centimeter doorsnee met een spitse kop. En dat op water met een diepte van enkele honderden meters. Ik geniet van het schouwspel. Daarna gaat de knor uit en laat ik me drijven tot er wind komt. Het beetje wind dat er staat is overigens snerpend koud, tot het moment dat er een windshift komt en de temperatuur voelbaar sterk oploopt. De dikke jas kan even uit en de muts kan even af.

Om een uur of zeven in de avond is er nog niet genoeg wind om goed te zeilen, maar de deining is zodanig afgenomen dat ik de zeilen weer kan hijsen zonder dat de genua voortdurend tegen het wand slaat. Met twee knopen snelheid vaar ik in ieder geval de goede kant op, weg van de Argentijnse kust. Ik ben er nog niet gerust op. Marifoon, AIS en navigatieverlichting zijn nog immer uitgeschakeld. Ik gun mezelf nu periodes van drie kwartier slaap. Op de telefoon is nog geen AIS signaal te ontdekken en ook rondkijkend is er niets te zien dan een donkere nacht met zo nu en dan een schitterende sterrenhemel.

7 februari 2021

Ik heb in de nacht in perioden van drie kwartier prima kunnen slapen. De wind gedraagt zich keurig. Op een mooie westenwind zet ik met zevenenzeventig graden koers naar St. Helena. Het is negen uur en tijd om een brood te bakken. Het laatste stuk brood gaat er in als ontbijt, het volgende brood is dan klaar voor lunch.

De zee is tamelijk rustig, ik vaar met vijf knopen snelheid op ruime afstand onder de Falkland eilanden door. In de loop van de middag neemt de wind toch weer af. In plaats van de genua in te halen, besluit ik om het grootzeil bij te zetten. Voor twee personen is dat al een lastig klusje, in mijn eentje moet ik echt mijn manier zien te vinden om deze klus te klaren, maar het lukt. De snelheid komt terug en het rollen is gestopt. Rond zes uur in de avond valt de wind helemaal weg, dus ik haal beide zeilen op mijn gemak binnen en ga koken en vervolgens afwassen. Om negen uur ’s avonds is er nog steeds niet voldoende wind om weer zeil te zetten, met een knoopje of vijf houdt het op. Het wordt echt wachten op wind. In tegenstelling tot gisteravond trekt de wind na zonsondergang nog niet aan. Om half tien is er weer voldoende wind om de genua uit te rollen. Later die avond moet ik twee keer reven omdat de wind toeneemt tot een knoop of vijfentwintig. ’s Nachts neem ik geen enkel risico. Ten koste van snelheid zorg ik voor een gereefde genua. Als er iets gebeurt zoals een windshift, kost het me minuten om me aan te kleden en naar buiten te gaan. Onder deze condities is een grote lap klapperend zeil geen genoegen.

8 februari 2021

De dag begint bewolkt. Er staat een knoop of zeventien wind, dus de genua wordt weer verder uitgerold. Comfortabel zeil ik op ruime afstand onder de Falklandeilanden door. Hierdoor heb ik weinig last van windeffecten die eilanden altijd veroorzaken, zoals windversnellingen.

Hoe noordelijker ik kom, hoe hoger de buitentemperatuur wordt. Gelukkig! De ijzig koude wind bij Staten eiland is er niet meer. Het wordt alleen maar beter. Vannacht heb ik voor het eerst gevaren met de navigatieverlichting aan. De AIS transponder blijft nog altijd uit. Ook de Argentijnen weten MarineTraffic te vinden en ik heb geen zin op een confrontatie op volle zee. Hoewel de kans klein is, weet je het nooit.

De accu’s hebben door een gebrek aan zonlicht op de panelen honger. Als ik water kook voor de thee, zakt de spanning naar elf en een half Volt. Tijd om de knor bij te zetten om te laden. Bijkomende voordelen: de snelheid neemt toe (de motor altijd onder belasting gebruiken) en het water in de boiler wordt heet. Een lekker warme douche wordt een aantrekkelijk vooruitzicht.

Vanaf nu probeer ik dagelijks radio contact te krijgen met de SailMail stations in Trinidad en Panama. Het Chileense station is ruim een maand nadat het afgebrand is, nog steeds niet operationeel. Mijn familie weet nog van niets en een beetje weersinformatie zou ook welkom zijn. Ik ben er in geslaagd om met radio en Pactor modem NAVTEX berichten op 518 kHz binnen te halen, maar moet daar nog verder mee experimenteren. Door te veel storing in Ushuaia, waren de ontvangen berichten daar nauwelijks leesbaar.

Het grootzeil en ik zijn vanaf het moment van aankoop van de boot geen vrienden. De mannen van De Groot in Stavoren hebben de handling van het in-mast furling systeem sterk verbeterd, maar optimaal is het nog niet. Het zeil rolt moeilijk in en uit. Vooral de bovenste verticale zeillat heeft moeite in en uit de mast te komen. Toch kun je bijna niet zonder grootzeil erbij. Het geeft extra snelheid en stabiliseert het rollen van de boot sterk. Op mijn gemakje bekijk ik het in- en uitrollen en doe een kleine aanpassing terwijl het zeil nog in de mast zit, die pas effect krijgt als ik het zeil uitgerold heb en daarna weer inrol. Eerst maar eens uitrollen. Het zeil vult zich en Romlea begint vaart te maken als een kievit in een pas gemaaid weiland. Ik voel aan de boot dat ze hier voor gemaakt is. Volmaakt in balans, de stuurautomaat staat als het ware uit de neus te eten. Als de wind rond een uur of drie in de middag toeneemt tot tweeëntwintig knopen ware wind, vind ik het wel tijd om het zeil binnen te halen. Tot mijn genoegen gaat dat probleemloos. Het vertrouwen neemt iets toe. Kijken of dit blijvend is en het morgen weer zo gaat. Helaas zakt de wind er tegen vijf uur in de middag weer uit. In tegenstelling tot eerder neemt de wind niet in kracht toe nadat de zon onder is gegaan. Ik rol de genua volledig in en maak van de boot weer een drijvend eiland. Stroming voert me met een snelheid van één knoop naar het noorden. Rond middernacht is er nog steeds te weinig wind, maar omdat de deining is afgenomen, kan ik de genua weer zetten. Om twee uur ’s nachts is er nog steeds geen wind.

9 februari 2021

Om twee uur ’s nachts vergeet ik de timer te zetten. Ik val in slaap en wordt de volgende morgen om half zeven pas wakker. De wind is nog immer gelijk en met een knoopje of twee kachel ik voort. Het wordt tijd om het grootzeil weer bij te zetten. Dat gaat zonder problemen en de snelheid neemt met twee knopen toe. Ik zie nog een puntje Falklands aan de horizon.

De vijfde dag in mijn eentje op mijn boot op volle zee. Sinds mijn vertrek uit Ushuaia heb ik geen boot meer gezien. Hier ben je werkelijk moederziel alleen. Dat is overigens niet hetzelfde als eenzaam, dat ben ik bepaald niet. Alleen zijn is een keuze, eenzaamheid is een gevoel. Ik geniet met volle teugen van het alleen zijn. Hier zijn in de verste verten geen teststraten, geen voortdurende wijzigingen van inentingsstrategieën. Geen demonstraties voor of tegen een virus. Geen brommers zonder uitlaten met veel lawaai. Geen drukke straten met lawaai van bussen, blaffende honden en schreeuwende mensen. Hier is het sereen en rustig, met deze weersomstandigheden. De golven, de wolken, wat albatrossen en stormvogels en ik met mijn bootje, that’s it. Onvoorstelbaar genieten dit.

Rond half twaalf trekt de mist een deken om me heen. Het zicht wordt verminderd van de horizon tot naar schatting tweehonderd meter. De wind blijft gelijk, mijl na mijl trekt onder Romlea’s kiel door. Om twaalf uur noteer ik weer de nodige gegevens in het logboek, zoals positie, afgelegde afstand, windkracht etc. De afgelegde afstand in het laatste etmaal is slechts vierentachtig mijl, de minste afstand tot nu toe. Eilandje spelen doet je dagafstand geen goed. De golven nemen in hoogte toe. Het teken dat ik ten noorden van de Falklands kom en de golven vanaf de Argentijnse kust weer vrij spel hebben.

Albatrossen zijn overigens opmerkelijke beesten. Zelfs in de gierende wind onder Staten eiland verliezen ze nooit de controle over hun vlucht en met gratie zweven ze over de golven, de punten van hun vleugels het water net niet rakend, harde wind of niet. Ze zien opstijgen en landen is een belevenis apart. Als ze opstijgen, gebruiken ze hun poten om vaart over het water te maken. Echt geweldig om te zien. Als ze landen, vouwen ze hun vleugels op hun rug, als ware origami kunstenaars. Hoe ze het voor elkaar krijgen is mij een raadsel, maar het is fantastisch om te zien hoe de natuur dit geregeld heeft.

Voor de rest blijft het de hele dag mistig. Om half acht ’s avonds valt de wind weer geheel uit. Ik haal beide zeilen binnen en ga weer eilandje spelen, wachtend op wind. Ondertussen vraag ik me af hoe dit nu mogelijk is. Een jaar lang heb ik op de Falklands moeten bivakkeren, waarbij uit je verschoning waaien de norm was. Nu is het al dagen hetzelfde patroon. Te weinig wind om de gewenste koers te varen, ik vaar nu te hoog, soms pal noord en zal dat later moeten zien te corrigeren. Het is voor een zeiler met haast ook nooit goed.

     

Vandaag heb ik wel de windpilot weer in gebruik genomen. Hij moet iets bijgesteld worden, maar het is weer sturen als vanouds. Fijn. Dit bespaart een hoop stroom.

10 februari 2021

Tot twee uur vannacht heb ik elk uur gekeken of er meer wind was. Helaas. Daarom geef ik er de brui aan en ga lekker slapen. Om acht uur word ik wakker. Eerst maar eens ontbijten en de broodmachine klaar zetten. Om kwart over tien komt er wat wind, dus zet ik de zeilen. Dobberen op zee op je privé eiland geeft wel een heel andere beléving dan onder zeil zijn. Van een oude grijze filosofisch ingestelde medelander met schrijverstalent heb ik begrepen dat het gaat om de beléving en om niets anders. Overigens heeft het geen zin om hem tot schrijven te bewegen, want dat is trekken aan een dood paard, helaas. De wind is gedraaid van west naar noordwest, dus ik kan een iets oostelijker koers zetten. Vlak voor vertrek heb ik de laatste gribfiles nog binnen gehaald. Boven de Falklands was een warrig weerbeeld te zien, maar geen storm, dat was het belangrijkst.

Ik merk dat ik in een soort van ritme begin te komen. Dat geeft rust en vertrouwen. Ik stel de windvaan bij. Best wel lastig. Goed aangelijnd en dan achter het schip op het zwemtrapje staan om met steeksleutel tien de zaak bij te stellen, maar het lukt.

Ik hou mezelf overigens goed in de gaten. Stel dat ik in de laatste dagen in Ushuaia COVID-19 heb opgelopen. Dan krijg ik, afhankelijk van de klachten, wel een probleem. Zeker zonder email. Zoals gezegd hou ik mezelf goed in de gaten en ik hoop het beste er maar van.

In het laatste etmaal heb ik maar een dikke vijftig mijl afgelegd, maar dat zijn er altijd nog een dikke vijftig meer dan nul. Zo’n vijfenzeventig mijl uit de dichtstbijzijnde kust spelen twee zeeleeuwen. Als ze me opmerken terwijl ik vlak langs ze voorbij vaar, maken ze dat ze weg komen.

Vandaag zag ik even een schaduw voorbij komen op de AIS. Even ben ik niet alleen. Al snel verdwijnt het signaal weer. Enkele uren later hoor ik een soort van Russisch op de marifoon. Raar, ik zie niets op de AIS en zelfs op de radar kan ik binnen 36 mijl afstand geen schip ontdekken. Misschien een stealth-schip?

Voor de rest is het vandaag een troosteloze dag. In de morgen lijkt de mist even op te trekken, maar in de loop van de middag trekt alles weer dicht. Er is wel een trendbreuk met eerdere dagen. De wind valt niet weg aan het eind van de middag maar zet lekker door. Een aantal keren reef ik. Voor iemand die totaal niet kan zeilen, gaat het nog niet zo slecht, al zeg ik het zelf. Ondertussen galoppeert Romlea over de golven zoals een mustang over de prairie galoppeert. (Voor zover mijn kennis reikt, zijn er geen mustangs op de toendra, anders had ik dat woord wel gebruikt). De windvaan doet onvermoeibaar zijn dankbare werk. Omdat de wind zo mooi stabiel is laat ik vannacht het grootzeil gereefd staan. Voortgang maken is best wel lekker.

11 februari 2021

Een strak blauwe lucht, de zon schijnt, vijftien tot zeventien knopen wind, zonnepanelen die staan te laden, veel beter dan dit wordt het niet.

De kuip is kletsnat van regen en dauw, maar dat is alleen maar mooi. Dan spoelt het zout een beetje weg. Vanmorgen heb ik een totaalafstand afgelegd van zeshonderdvijfenzeventig nautische mijlen, omgerekend als ik het goed heb twaalfhonderdvijftig kilometer. Aan de zee zie ik het niet, het water en de horizon zijn al dagen hetzelfde. Ik moet op de kaart zien dat ik voortkruip. Echt kruip. Het is natuurlijk een hele afstand die ik al afgelegd heb, maar de oceaan is groot! Maar goed, elke afgelegde mijl is er één en als het dan ook nog in de juiste richting is, is het helemaal mooi.

Ik word de hele dag vergezeld door een zeevogeltje. Ik weet niet precies wat het is, maar het lijkt een beetje op een stern. Ik weet wel dat het geen grasparkiet, struisvogel of pinguïn is. En zo, door weg te strepen wat het in ieder geval niet is, wordt het aantal mogelijkheden wat het wel kan zijn, sterk gereduceerd. Kwestie van logisch nadenken.

Het sturen op de windvaan gaat voortreffelijk, het ding doet zijn werk. Wel begin ik hem steeds beter te begrijpen. Dat komt omdat de windvaan werkt op een delicaat evenwicht tussen wind en koers. De ware windsnelheid op een zeilboot is veel minder belangrijk dan de schijnbare windsnelheid. Het zelfde geldt voor de ware - en schijnbare windhoek. Zodra de zeilen goed getrimd zijn en de boot goed in balans is, wordt het hoofdroer vastgezet en wordt de boot op koers gehouden met de windvaan. Als het overdag vijftien knopen waait en ’s avonds neemt dat af tot tien knopen, dan verandert dus de ware windsnelheid. Omdat de ware windsnelheid verandert, verandert de schijnbare windsnelheid. Omdat deze verandert, verandert de schijnbare windhoek waarop de windvaan stuurt. De windvaan zoekt een nieuw evenwicht en het gevolg is dat het schip van koers verandert. Logisch allemaal, maar je moet het wel even goed doorleven om het optimaal te kunnen begrijpen. Dat geldt althans voor mij op mijn leeftijd met aftakelende hersencapaciteit. Als je met de windvaan de koers van het schip wilt verleggen, kost dat wat tijd, omdat je na het veranderen van de hoek van de windvaan, deze gelegenheid moet geven om een nieuw evenwicht te vinden. Een verandering pas je het beste in kleine stapjes van niet meer dan vijf graden per keer aan.

Hier goed mee om leren gaan houdt je in ieder geval van de straat (die hier voor zover ik het kan overzien, niet is, maar het gaat om de woordspeling).

En dan is het vandaag echt tijd voor een paar mijlpalen:

Aan het eind van de dag is de windsnelheid nog geen knoop afgenomen, hetgeen betekent dat ik lekker doordender.

12 februari 2021

Om twee uur ’s nachts reef ik de genua verder. De wind trekt aan tot twintig à tweeëntwintig knopen en echt lekker voelt het niet meer. Daarna gaat het weer als de brandweer. Als ik ’s ochtends wakker lig te worden, gaat het AIS alarm af. Op tien mijl afstand komt een Chinese jigger ongeveer recht op me af varen, dus ik besluit mijn eigen AIS voor het eerst sinds vertrek uit Ushuaia te activeren. Op twee mijl afstand passeren we elkaar. Ik kan de nasi bijna ruiken. Ik moet goed kijken wil ik hem kunnen zien. Een schip van vijfenzeventig meter lang, grijs, tegen een grijze lucht en een grijze zee. In deze omstandigheden zie je hem snel over het hoofd. AIS is toch een fantastische uitvinding. Een typisch Chinese vissersschuit, zoals die vorig jaar zoveel in de haven van Stanley lagen. Ook deze koerst op Stanley aan. Het is de tijd weer om rond de Falklands te vissen.

    

 

In de loop van de nacht is de wind iets gekrompen van noord naar noordwest. Ik vaar dus een iets hogere koers, wat me goed uitkomt, omdat ik daarmee iets sneller noordwaarts vaar, richting het betere weer. Omdat ik een iets hogere koers vaar, vaar ik meer richting de golven in dan gisteren. De boot beweegt daardoor (veel) meer. Zoveel mogelijk zitten blijven in het devies. Voor je het weet, word je van de ene kant van het schip naar de andere kant gelanceerd. De ervaring die ik daarmee heb, nodigt bepaald niet uit tot herhaling.

Rond het middaguur breekt het zonnetje door, de panelen produceren weer dat het een lieve lust is. Helaas is die pret van korte duur.

Aan het eind van de middag krimpt de wind verder naar het westen. Ik kan de koers iets oostelijker verleggen, waardoor Romlea net wat minder helt en er minder paaltjes getikt hoeven te worden. Wel zo comfortabel.

Vanavond krijg ik radiocontact met Trinidad, maar er worden geen gegevens over en weer uitgewisseld. De afstand is nog te groot. Gelukkig neemt die elke dag af. Morgen weer proberen, de aanhouder wint tenslotte.

13 februari 2021

"Ring ring"
"We hebben een beller"
"Zegt u het maar lieve luisteraar"
"Ja, u spreekt met mejuffrouw Truus de Mier uit het grote donkere bos en ik wilde graag weten hoe u de dagen op zee ervaart"
"Oh lieve Truus, dat kan ik gemakkelijk met één woord omschrijven: waterig".
Mompelend: "Domme gans".

 

Vandaag begint de dag mistig met nu en dan miezer. Hoewel het mistig is, is het niet koud buiten. Rond tien uur is de broodbakmachine klaar, dus ik zet de motor tijdig bij om genoeg stroom te hebben voor het feitelijke bakken. De bonus is een warme douche morgen. Rond half twaalf trekt de mist op en zakt de wind in. Even vrees ik voor weer een dobberende eilanddag. Maar zodra de mist verdwenen is, neemt de wind weer toe en geniet ik de hele middag buiten van een strakblauwe lucht en stralende zon. De motor had dus niet bij gehoeven. Omdat er nu zonne-energie in overvloed is, laat ik de watermaker drie uur lang zijn werk doen. De tanks zijn bepaald niet leeg, maar dat hou ik graag zo. Mocht de watermaker onverhoopt uitvallen, dan heb ik tenminste redelijk volle tanks en weet ik dat ik moet gaan ratsoeneren.

Vandaag passeer ik de duizend mijl afgelegde afstand. Mijn vorige record van zo’n twintig mijl solo-zeilen wordt daarmee niet verbeterd, maar compleet vermorzeld, vergruisd. What a feeling. Twintig mijl op het Markermeer solo zeilen kan niet op tegen duizend mijl op zo ongeveer het ruigste vaarwater ter wereld.

De wind blijft ’s avonds lekker doorstaan en ik zeil met een gangetje van dik zes knopen de nacht in. Helaas neemt de wind in de loop van de nacht toe en moet ik er een paar keer uit om te reven. Uiteindelijk twintig knopen wind met uitschieters naar vijfentwintig bij een aandewindse koers is niet mijn definitie van comfort, maar ik kachel tenminste nog wel steeds de goede kant op.

14 februari 2021

Valentijnsdag. Nou, ik merk er hier helaas weinig van.

De wind neemt in de loop van de morgen wel af, maar hard gaat het niet. De dag begint bewolkt, zo nu en dan komt er een flets zonnetje door. De wind is nog steeds noord en dat is in toenemende mate de kant die ik op wil. Westenwindje graag, of nog beter zuidwest of zuidoost, allemaal goed. Dan toch zo meteen eerst maar de aan mezelf beloofde warme douche. De temperatuur buiten neemt gestaag toe. Ik ben met drie laagjes kleding begonnen, daarvan is nu één laagje over.

In de loop van de middag komt eerst het zonnetje er bij, om daarna weer te vertrekken en de avond in te gaan achter een grauw wolkendek.

Het is vandaag de tiende dag dat ik een volle dag op volle zee zit. In tien dagen drie Chinese jiggers gezien op afstand en dat was het. De afstand naar St. Helena is ongeveer achtendertighonderd mijl, laten we zeggen vierduizend, omdat je nooit exact de koerslijn kunt volgen. Met (conservatief gerekend) een dagafstand van honderd mijl, zit er nu een kwart op! Dat gaat de goeie kant op.

Wel blijft het vreselijk irritant dat na anderhalve maand de SailMail organisatie er nog niet in is geslaagd om ook maar provisorisch het radio station in Chili aan de praat te krijgen. Trinidad is vooralsnog steeds te ver weg en mijn reis gaat nog niet echt noordwaarts, waardoor de afstand maar langzaamaan minder wordt. Dit heeft te maken met de koerslijn over het wereldbolletje (eerst oostelijk en daarna meer noordelijk) en de windrichting. Het blijft nog altijd een hele uitdaging om recht tegen de wind in te zeilen. Hopelijk draait de wind snel naar het westen, waardoor ik een veel noordelijker koers kan pakken dan nu.

15 februari 2021

De wind is de hele nacht lekker door blijven staan en de mijlen vliegen onder de kiel door. Als ik ’s morgens wakker word, is de wind weggevallen. Omdat er ook nagenoeg geen deining is, slaan de zeilen niet. Ik draai me nog een keer lekker om. Tegen achten sta ik op. De wind neemt wat toe. Tijd om meer zeil te zetten en de boot weer op gewenste koers te brengen. Daarna ontbijten en koffie drinken. Wederom een grijze ochtend. In de loop van de morgen doe ik een klein klusje. Na twaalven komt de zon voorzichtig om de hoek kijken. Hoewel de wind nog strak noord is, is het buiten wat kouder dan de afgelopen dagen. Na drie uur neemt de wind weer af tot een knoop of zes. Om de tijd wat te vullen, ga ik maar eens aan de studie en pak het boek "Zeilen voor beginners". Na vier jaar zeilen wil ik wel eens weten hoe dat nu eigenlijk moet. Ik lees over bolling, koordes, hydrodynamica, aerodynamica, waarom vliegtuigen vliegen, de wet van Bernoulli, om duizelig van te worden. Om zes uur rol ik de zeilen in om weer eilandje te spelen. Met een snelheid van twee knopen koers ik strak naar het zuiden, precies waar ik niet naar toe wil! Ik heb weinig keus. De oceaan is op wat deining na blak. Later die avond, als het stikdonker is, pak ik het kanon (LED Lenser zaklamp) en schijn in het water. Het ene na het andere "zeemonster" trekt aan me voorbij. Kwallen en andere levensvormen die ik niet ken. De zee zit er vol mee. Ik probeer deze levensvormen te filmen met mijn GoPro. Ben benieuwd wat er van te zien is. Dan is het bedtijd. Welterusten.

    

 

16 februari 2021

Drieëntwintig mijl. DRIEËNTWINTIG NAUTISCHE MIJLEN hebben Neptunes en Aeolus mij vannacht teruggezet. Exact in de richting tegengesteld aan waar ik naar toe wil. De heren worden bedankt! Om half zes word ik wakker van de deining. Er is nog te weinig wind om te zeilen, maar als de deining is toegenomen, moet er ergens wind zijn.

Als ik rond acht uur op sta, is er net genoeg wind om de zeilen te zetten. Dat doe ik dan eerst maar. Met de wind aan bakboordzijde, zoals tot nu toe, koers ik echter naar het zuidoosten, in een richting groter dan negentig graden. Dat zet te weinig zoden aan de dijk. Ik ga door de wind en koers nu in noordelijke richting, tussen driehonderdvijftig en nul graden. Noch steeds geen noordoostelijke koers, maar wel ongeverig de goeiege kant op. Voorlopig hou ik dit maar even aan. In de loop van de middag kruis ik mijn afgelegde weg-lijn van gisteren. Netto ben ik dus een dag kwijt met een rondje varen en geen meter effectief opgeschoten. Het hoort er bij zullen we maar zeggen.

In de loop van de morgen spot ik een grote witte vlek op het water, het lijkt wel op een dinghy. Helaas zag ik het object te laat, anders had ik dichter langs kunnen varen. Als ik de verrekijker pak, zie ik dat het waarschijnlijk een dode vis is, formaat die we in Nederland niet kennen. Enkele vogels hebben een feestmaal. Rare gewaarwording zoiets. Vlak na de middag zie ik sinds het Beagle kanaal voor het eerst de fontein van een walvis een heel stuk verderop. Ook weer te ver weg om dichterbij te komen, maar het blijft imponerend om zoiets te zien.

Ondanks verwoede pogingen om radio contact te krijgen met Trinidad, lukt dat helaas nog steeds niet. Maar met een pal noordelijke koers wordt de te overbruggen afstand snel kleiner, sneller dan de afgelopen dagen in ieder geval. Ik blijf elke dag proberen. En ik heb een nieuwe storingsbron kunnen identificeren: de stuurautomaat. Kijken hoe ik dat op kan lossen.

Ik ga de nacht in met een hoop wind en een aan de windse koers. Over bakboord. Niet echt comfortabel. De boot ligt over de verkeerde kant en ik loop kans om in mijn slaap het bed uit te rollen. Ik besluit daarom om op de bank in de kajuit te gaan slapen. Ondertussen tikt Romlea het ene paaltje na het andere weg, soms worden er zelfs echte heipalen de grond in gebeukt. Het hele schip trilt dan en ik verbaas me erover dat ze niet dwars door midden breekt. Afkloppen maar.

17 februari 2021

De hele nacht staat de wind behoorlijk door. Vandaag is een grijze dag met nu en dan regen en veel overkomend buiswater. Geen dag om buiten te zijn. Volgens meneer Cornell moeten de forties hier gekenmerkt worden door veel harde westen wind. Wat zou ik die graag hebben zeg. Lekker bakstag windje en weglopen maar, naar het noordoosten, naar St. Helena. Maar het zit er nog even niet in, helaas.

Als in de loop van de dag de broodbakmachine met een grote klap op de grond landt (hij doet het nog), vind ik het welletjes. Ik ga goed ingepakt naar buiten, reef nog wat zeil, trim nog wat om de helling te verminderen en dan gauw weer naar binnen. De stuurautomaat moet het vandaag maar even regelen. De windvaan krijgt het niet helemaal strak en ik heb onder deze omstandigheden geen zin om uitgebreid de zaak uit te gaan balanceren. Hopen dat de wind in de loop van de nacht af gaat nemen en zich dan aan de vuistregels van meneer Cornell gaat houden. Vooralsnog probeer ik zo snel mogelijk noordelijker te komen, uit de roaring forties, want roaren, dat doen die forties hier.

En omdat het bed toch net wat lekkerder slaapt dan de bank, zet ik het slingerzeil. Ik heb er geen zin in dat iemand me vindt met de knop van een laatje door mijn schedel. Omdat de tekst hierna door loopt, mag gerust de conclusie getrokken worden dat dat niet gebeurd is. :-)

18 februari 2021

Om half drie begint de stuurautomaat te mekkeren en houdt daar ook niet mee op. Opstaan dus. De wind is grotendeels weggevallen en de stuurautomaat krijgt de koers niet meer gecorrigeerd. Een uur lang piel ik om met zeilvoering. De wind trekt aan, gaat weer liggen. Verandert van richting en weer terug. Om redelijk tureluurs van te worden. Na een uur is de toestand stabiel en koers ik verder in noordnoordwestelijke richting. Niet gewenst, maar op dit moment het best haalbare. Vanwege de nog enorme deining laat ik Romlea een iets ruimere koers varen dan strak aan de wind, dit zorgt voor een iets rustiger op het water liggende boot. En slapen maar weer. Om half zes begint de automaat weer te mekkeren. Tijd om op te staan dus. Eerst maar eens flink zeil bij zetten, de wind is sterk afgenomen en de deining ook. Daarna ontbijten en koffie zetten. De wind neemt toe tot een knoop of twaalf en daar moet ik het voorlopig maar even mee doen. Wel in westnoordwestelijke richting nu. De dag begint overigens met natte mist.

Rond twaalf uur probeert het zonnetje door te breken, maar het lukt niet. Ik trakteer mezelf op tosti vandaag. Brood, kaas, ham, ketchup, wat boter, een koekenpan en een warmtebron. Meer heeft een mens niet nodig om op gelukkige wijze de laatste dag te vieren waarop hij éénenzestig jaar is. Onderwijl zakt de wind er maar weer eens uit. Het is hier ook nooit gemiddeld. Of te weinig of te veel. Helaas kan ik de wind nog niet vertellen wat ik van hem verlang. Ik zal er mee moeten dealen.

19 februari 2021

"Er is er één jarig hoera hoera
dat kan ik wel zien dat ben ik
dat vind ik zelf wel zo prettig ja ja
en daarom zing ik nu blij
ik leve hoog hoera hoera
ik leve hoog hoera
ik leve hoog hoera hoera
van mijn hieperdepiep hoeraaaaa
hieperdepiep hoeraaaaa
hieperdepiep hoeraaaaa"

 

"Lang zal ik leven
lang zal ik leven
lang zal ik leven in de gloria
in de gloria
in de gloriaaa
hieperdepiep hoeraaaaa
hieperdepiep hoeraaaaa
hieperdepiep hoeraaaaa"

 

Het is vandaag zangzaaddag en dus gooi ik er nog maar een carnavalskraker tegen aan, anders is het allemaal wat karig.

 

"Berend Botje ging uit varen
met zijn scheepje naar Zuidlaren
de weg was recht
de weg was krom
nooit kwam Berend Botje weerom

 

Één twee drie vier vijf zes zeven
waar is Berend Botje gebleven
hij is niet hier
hij is niet daar
hij is naar America"

 

Laten we dit tweede lied, dus de carnavalskraker, eens grondig analyseren. Ten eerste concluderen we dat Bot ging varen naar Zuidlaren en dat de weg recht én krom was. Hoeveel vaarwater ligt er naar Zuidlaren? Is dat de Drentse Hoofdvaart? Of moet ie door slootjes? In het laatste geval moet Bot dan veel met zijn scheepje over dammen en damwanden, klúnen zeg maar.En welke weg was recht en krom en waar dan? Is dat relevant hier? Tenzij door de bedenker van het lied gedoeld wordt op vaarweg, maar dat staat er niet. Tenslotte gaat hij naar Zuidlaren en kwam nooit weer weerom. Waarom niet? Is hij daar overleden? Scheepje gezonken? En hoe rijmt dat dan met een reis naar America? Dat hij niet hier is, dat kan ik bevestigen, maar waar is daar in hemelsnaam? Dat kan toch overal zijn, behalve hier, Zuidlaren of America? En waarom moet er tot slot geteld worden? Wat is het nut? Ik zou verder kunnen gaan met analyseren, maar ik laat het hier even bij in de hoop en verwachting dat ik de lezer achterlaat met een gevoel van: "Gelukkig, ondanks alle dagen alleen op zee, is het gezond nog verstand en is de helder nog geest". Proost op mijn verjaardag.

 

"Ik zit hier heel alleen mijn verjaardag te vieren" (Vrij naar Hazes).
"Pipooooo koeieeee…" (Vrij naar Kluk Kluk)
"Ehhhhh, heeft iemand mijn verjaardagstaartje gezien?"

 

Vandaag is ook de dag waarop mijn veertiendaagse COVID-19 quarantaine er op zit. Het is een cadeautje dat ik geen corona heb opgelopen in Ushuaia en dat ik nu weer naar "buiten" kan. Lache wah? Ja tochj? Niet tan?

"Het is vandaag een gouden dag. Als ik wakker wordt, schijnt de zon volop! Er staat een krachtige westenwind, vijfentwintig knopen en ik dender de hele dag door op exact de juiste koers, lekker comfortabel bakstag voor de wind weglopen. Die zon komt mooi uit. De accu’s zijn vol, er wordt een brood gebakken en er moet water gemaakt worden. Ik krijg uitgebreid ontbijt op bed. Zacht gekookte eitjes, echt Fries suikerbrood zo van de bakker, vers geperst sinaasappelsap, een mix van tropische vruchten en pas gebakken brood van meel van de molen in Burdaard. Bij de koffie vers geklopte slagroom en tweeënzestig kaarsjes op een onvervalste verse Friese oranjekoek. Bij het avondeten een lekker flesje rode wijn, een Margeaux van een goed chateau. Er komt eten voorbij dat ik in vier jaar niet gegeten heb: sashimi, snert, babi pangang, een paar hertenbiefstukjes en als klap op de vuurpijl Hertog ijs met Tova saus na. De dag sluit ik af met feesttoeter, een polonaise door de boot en over het dek en een welverdiende whiskey met kaasplankje."

Tja, dromen zijn nou eenmaal bedrog.

Vandaag is het wél eindelijk gelukt om via SailMail Trinidad een paar berichtjes te ontvangen en te versturen. YES!!!! Het beste verjaardagscadeau dat ik me kon wensen.

Welterusten!

20 februari 2021

Om vijf uur word ik wakker. De wind is aangetrokken. Omdat alles stabiel loopt, draai ik me nog even lekker om. Tot kwart voor zes. Dan barst er een stortbui los. Mooi zo. Spoelt het zout van de boot. Ik sta toch maar even op, omdat in deze bui de wind behoorlijk toeneemt. Eénmaal buiten stuur ik hoger op, zodat ik een noordelijker koers ga varen. Na het stellen van de zeilen ga ik weer naar binnen. Daar zit je dan om zeven uur. Ontbijt achter de rug en wat nu. Voor koffie is het nog veel te vroeg. Dus is er maar één optie en dat is terug de kooi in.

  

 

Omdat de knor gister lang gelopen heeft is er weer warm water, dus in de loop van de ochtend neem ik een welkome warme douche.

De wind zet de hele dag door met een knoop of achttien. Hoewel aan de wind, loopt Romlea voldoende snelheid in de juiste richting. Omdat de zee rommelig is, is het weer een dag om zo weinig mogelijk te bewegen. Rond lopen op een schip dat alle kanten op beweegt is niet makkelijk. Daarom besluit ik dat vandaag filmdag wordt. In een marathon sessie bekijk ik alle drie de Matrix films. De tijd vliegt voorbij. Pas in de loop van de avond neemt de wind af tot een knoop of elf, het ziet er naar uit dat ik geen eiland hoef te spelen maar door kan sukkelen in de juiste richting.

21 februari 2021

De dag begint helemaal goed. Stralend blauwe lucht, zonnetje en een stevig windje. Helaas nog steeds uit de verkeerde hoek, maar ik koers recht op mijn doel af, dus hoewel niet helemaal comfortabel, het is beter dan niets. Tegen het eind van de ochtend komen er wat buien over met bijbehorende wind. Reven en zeil geven dus. Halverwege de middag neemt de wind toe van achttien knopen tot een knoop of vijfentwintig, dus weer reven. Ook laat ik Romlea twintig graden afvallen om wat comfortabeler op de golven te komen. Daarna zet ik weer meer zeil en stuur weer wat hogerop. De zon is er voor de rest de hele middag bij, maar omdat er veel vocht in de lucht zit, wordt het sterk gefilterd. De zon is niet krachtig genoeg om de accu’s bij te laden, dus doet knor weer twee uurtjes mee. Ik zit voor het eerst uren zonder jas in de kuip. Heerlijk temperatuurtje. Op de kaart zie ik dat ik ter hoogte zit van San Blas, met naar mijn ervaring de beste en meest hulpvaardige Prefectura van heel Argentinië.

Voor het eerst draait nu en dan de schroef. Dat mag niet. Dat klopt ook niet. Ik weet niet wat er aan de hand is, omdat er gewoon voortstuwing is als ik de motor in het werk zet en ik hoor geen al te rare geluiden. Zodra de zee weer rustig is, zal ik eerst de GoPro weer eens op onderzoek sturen. Kijken of er wat te zien is. Óf er zit iets in óf de cutless bearing is losgekomen, maar dat laatste wil er bij mij niet in. Ik ben wel benieuwd. Rommel uit de schroef verwijderen hier zal geen pretje zijn. Ik ga er vanuit dat het water hier nog ijskoud is. Ik hoop eventueel werk uit te kunnen stellen tot St. Helena.

22 februari 2021

Vanmorgen word ik rond een uur of vier à vijf gewekt door een soort van balletvoorstelling. De wind is er uit gezakt en er staat veel deining. Het gevolg is dat Romlea als een balletdanser over de golven danst en de genuaschoot tegen het want slaat. Er zit niets anders op dan het uit te zitten en te wachten op wind. Het heeft weinig zin om de zeilen in te halen, daarvoor is het niet erg genoeg.

Rond een uur of negen komt er wat wind, nog steeds hardnekkig uit de verkeerde hoek en meer dan elf knopen ware wind krijg ik ook vandaag niet. Het schiet niet echt op. Het lijkt wel of er ergens een gebied van hoge luchtdruk op een verkeerde plek ligt en daar hardnekkig blijft liggen. Zonder weersinformatie weet ik ook niets, ik moet het maar doen met wat ik om me heen zie.

Voor de rest wat buien rond een uur of tien, maar daarna de hele dag door een stralend blauwe lucht. Ik verbrand zowaar in mijn gezicht, ik zal morgen iets voorzichtiger zijn. Vandaag zit ik zelfs een uurtje in t-shirt buiten in de kuip.

23 februari 2021

Ik heb vannacht de genua voluit laten staan in plaats van te reven zoals gebruikelijk voor de nacht. De reden is dat er een mooi stabiel windje stond van een knoop of tien en ik een alarm gezet had dat af ging bij dertien knopen wind. Dat deed het ook, maar ik werd er niet wakker van. Dus toen ik rond vier uur vanmorgen ergens anders van wakker werd, kon ik gelukkig concluderen dat de wind wel iets was toegenomen, maar niet zo veel dat er gereefd had moeten worden. Experiment mislukt.

De dag begint een beetje bewolkt, maar al gauw komt de zon er bij. Alweer een mijlpaal vandaag. Ik passeer de veertigste breedtegraad en dat betekent dat ik de roaring forties achter me laat. Niets van te merken trouwens want in de loop van de morgen neemt de wind toe tot een knoop of twintig tot soms vijfentwintig. Toch reven dus. Omdat ik vandaag halve wind vaar, wordt de windenergie niet omgezet in paaltje tikken of heipalen rammen, maar in snelheid. Ook wel eens lekker. Romlea rost over de golven met snelheden van zeven tot acht knopen. Ik houd haar niet tegen. Na zoveel tempo doeloe dagen is een dag met hoge snelheid ook wel eens lekker. Eens kijken of de wind vannacht doorzet, anders wordt het een nachtje met weinig slaap. Deze wil ik toch wel even benutten. Iedere mijl onder de kiel door is er één! Ik kom overigens in de buurt van de helft van mijn reis. :-)

24 februari 2021

Ik word vanmorgen wakker en denk aan mijn moeder. Ze beleeft dit jaar haar eerste trouwdag zonder mijn vader. Het zal wel een rare gewaarwording zijn, maar ze slaat zich er tot nog toe prima doorheen. Mijn zussen kennende, zullen ze zich vandaag wel over haar ontfermen. Moeke, in gedachten ben ik bij je.

De wind heeft vannacht lekker doorgezet, dus ik heb de nodige mijlen achter de rug. Honderdenzestig maar liefst, het hoogste aantal mijlen per etmaal tot nu toe. Helaas is de wind wel wat geruimd, dus ik kom weer wat hoger aan de wind te liggen, maar oncomfortabel is het nog niet. De dag begint zoals gewoonlijk weer met een stralend zonnetje, maar in de loop van de morgen trekt er toch weer (sluier)bewolking over. De zonnepanelen doen hun best, maar helaas is het nog niet genoeg. Het valt me op dat er veel bewolking is boven de zuidelijke Atlantische oceaan. Dat was me ook al opgevallen toen ik terug vloog van Engeland naar de Falklands. Uitgestrekte en uitgestrekte wolkenvelden. Ik hoop maar dat het beter wordt, naarmate ik noordelijker kom. Onder zeil lust Romlea wel een slokje stroom.

Vandaag is het korte broek weer. Een korte broek met licht t-shirtje is genoeg. Het is aangenaam warm dus geniet ik er nog maar van. Straks wordt het weer onaangenaam warm.

Sinds twee dagen begint de bedieningsunit van de stuurautomaat te piepen als er wat buiswater over komt. Nou is deze kleinzerig, dat weet ik, maar dit is ongewoon en kan maar één ding betekenen, lekkage ergens. Ik plak er een lap plastic overheen met Duct-tape (zonder Duct-tape kom je als zeiler nergens), om de unit te beschermen tegen buiswater. Er zit niets anders op. Zodra de omstandigheden gunstig zijn, de unit demonteren, inspecteren, eventueel zout water verwijderen, droog maken, waterdicht maken, installeren en het beste er van hopen. Ik kan me herinneren dat de bemanning van de Vagabonde dit probleem ook hadden. Zij zijn urenlang in de weer geweest met een föhn om de unit weer droog te krijgen. Nou heb ik een föhn aan boord, maar deze vraagt bij warme lucht teveel vermogen van de omvormer, dus dat wordt hem even niet. Koud blazen kan natuurlijk wel. Ik zie wel. Hij moet het niet begeven, want als de windsnelheid te grillig is, is de windvaan niet goed bruikbaar en dagen achteréén sturen op de hand is teveel van het goede.

En dan de volgende vermeldenswaardige mijlpaal. Vandaag vaar ik over de helft van de afstand tussen Ushuaia en St. Helena. Achttienhonderdenveertig mijl. Vanzelfsprekend heb ik meer mijlen op het log, ik vaar niet exact de kortste route. Een zeilboot is nu eenmaal geen motorboot, maar de helft zit er op. Twintig volle dagen zit ik nu op zee, ik had gehoopt wat verder te zijn, maar eilandje spelen zet echt geen mijlen op het log. De wind in noordelijke hoek helpt ook niet echt, maar het goede nieuws is: ik ben over de helft!

Hoewel ik in de thirties ben, hebben de forties kennelijk lange tengels. Terwijl ik rond lunchtijd een ei sta te bakken, zie ik hoe een vis door het keukenraam naar binnen koekeloert. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Het zeewater golft over het gangboord. Ik word getrakteerd op een bui die razendsnel opkomt. Dertig knopen met uitschieters naar veertig. Als een gek reven dus. De bui duurt ongeveer een half uur. Daarna zet ik weer meer zeil en blijf ik een aantal uren buiten, om niet weer zo verrast te worden, maar zo gek als dit wordt het gelukkig niet meer.

Als ik ’s avonds net in mijn kooi lig, zie ik een lichtflits buiten. Snel streep ik het aantal mogelijke oorzaken in mijn hoofd af:

ik schiet in mijn kleren, want een onweersbui betekent heel snel heel veel wind en ik ga buiten zitten. Na een uur concludeer ik dat de bui uitblijft en ga weer slapen.

25 februari 2021

De morgen begint met een windje van een knoop of elf, een strak blauw lucht en een helder zonnetje. Ik zet nu eerst de klokken maar eens goed, want met het passeren van de dertigste lengtegraad, ben ik een andere tijdzone binnen gevaren. Hoewel tijd hier op zee maar een relatief begrip is. De wind is EINDELIJK gekrompen naar tweehonderdnegentig graden. WNW dus. De schijnbare wind zit op negentig graden bakboord. In de loop van de ochtend neemt de wind toe tot een knoop of vijftien en in plaats van palen tikken, swoesjt Romlea nu van de golven met een knoop of zes à zeven, met een beetje maar comfortabele helling. Lekker.

Het is nu terwijl ik dit tik negen uur in de avond. Lokale tijd. Ergens op de Zuid Atlantische oceaan. Maar goed, wat ik wilde melden is dat het vandaag een zeildag uit het boekje was, waar menig IJsselmeerzeiler jaloers op zou zijn. (Even los van het feit dat hier geen IJsselmeerzeilers zijn, die je geen voorrang geven, omdat ze "naar Enkhuizen moeten"). De hele dag is het strak blauwe lucht gebleven met een uitbundig zonnetje. Aan het eind van de dag kwamen er aan de horizon wat wolken opzetten, maar dat mocht geen naam hebben. Een t-shirt was genoeg. Zolang het kon heb ik buiten gezeten, want ik wilde een verbrand lijf ook niet opzoeken. In de loop van de middag nam de wind toe naar twintig knopen en dat waait het nog steeds. Nog steeds halve wind. Wat wil een mens nog meer. Kijken of morgen weer zo’n mooie dag brengt, want dit is stukken beter dan het weer van gisteren.

Ik zit vandaag precies drie weken volle dagen op zee. Eergisteren is mijn laatste stukje verse vlees opgemaakt, het verse fruit is al een paar dagen op, er zijn nog wat verse groenten, de koekjes zijn gerantsoeneerd en vandaag heb ik het laatste verse toetje verorberd. Ik stap nu dus over op blikvoer. Ook bepaald geen ramp. En aan piepers nog voor twintig dagen voorradig. Ik denk dat ik het wel red.

Radio ontact maken met Trinidad lukt niet! Ik vaar een noordoostelijke koers, de afstand tot Trinidad neemt nu per dag toe met ongeveer honderd mijl. De afstand tot het radiostation in Afrika wordt kleiner, de propagatietabel geeft geen optimale omstandigheden aan, maar morgenvroeg ga ik dat toch proberen. Niet geschoten is altijd mis.

26 februari 2021

De dag begint grauw en bewolkt. Geen zonnetje te zien. De windsnelheid is dertien knopen en de wind is wat verder gekrompen, deze staat nu achterlijker dan half. Het heeft lang geduurd, maar eindelijk. De zeilen worden weer vol (genua) en nagenoeg vol (grootzeil) bijgezet en daar gaat de snelheid weer omhoog. Ik sta op tijd op om te proberen contact te zoeken met het radio station in Afrika. Omdat het bewolkt is, is de temperatuur goed om wat klusjes op de boot te doen. Zolang de zon niet schijnt is het klusdag vandaag. Als de zon vol aan de hemel staat is het al gauw benauwd warm in de boot en loopt het zweet snel. En dat betekent veel drinken.

Vanmiddag zal de motor even bij moeten om bij te laden. Een mooi moment om weer water te maken. En om te douchen. Met alle zoute spray die ongemerkt toch over komt, lijkt mijn haar wel een Belgische frituurpan.

Aan het eind van de ochtend, trekt de bewolking weg en krijg ik een stralende dag. Wind met een knoop of vijftien uit de juiste hoek en alles gaat vandaag crescendo. Hopelijk blijft het de komende dagen zo.

Vooralsnog lukt het niet om contact te krijgen met het radio station in Afrika. Vanavond maar weer proberen volgens de propagatietabel. Het aantal zonnevlekken schijnt minimaal te zijn, waardoor het sowieso lastig is om contact te leggen. Frustrerend is het wel. Jammer dat Elon Musk met zijn Starlink netwerk niet wat eerder gestart is.

YES!!! In de namiddag lukt het om even emails uit te wisselen en zowaar een minimale hoeveelheid weersinformatie binnen te halen. Het gaat tergend langzaam, maar het lukt! In de propagatietabel is het aantal zonnevlekken toegenomen van twaalf naar twintig. Kom maar op met die zonnevlekken.

Vandaag begeeft mijn MacBook Air het. Het oude beestje geeft het op. Jammer, want daar staat mijn hobby materiaal op. Maar goed, via de backup kan ik dat waarschijnlijk wel op de Pro krijgen. Wat erger is, is dat ik nu geen backup PC meer heb. Ik had een nog oudere werkende MacBook Air, maar iemand heeft besloten die achterover te drukken. Waarvan acte. Wel gaaf dat een MacBook Air uit 2013 nog altijd goed en snel genoeg werkte.

Gedurende de dag komt een chinees vrachtschip langs.

27 februari 2021

De dag begint wederom met hier en daar bewolking met zo nu en dan zon. Ik word niet gewekt door de wekker, maar door het AIS alarm. Een vrachtschip vaart achter me langs op een afstand van minder dan vijf mijl. Mooi dat die techniek werkt. Ik kom dus wel in de "bewoondere’ wereld, het tweede vrachtschip binnen AIS bereik in twee dagen! Ik moet op gaan letten. De zeilen staan te klapperen. Dat komt door een combinatie van weinig wind en een verkeerde koers. Door te weinig wind, kan de windvaan het niet meer aan. Dus gaat de stuurautomaat er op. Als ik het schip op de hand op de juiste koers breng, merk ik dat het sturen zwaar gaat. Dat is dus de veroorzaker van een hoog stroomverbruik, samen met de koelkast, die met vijfentwintig graden celcius in de boot, zo ongeveer vierentwintig uur per etmaal staat te zwoegen.

Afgelopen nacht heb ik zeer tegen de gewoonte in, met ongereefde genua gevaren. Wel met het windalarm op vijftien knopen, maar dat is niet afgegaan. Toch fijn, een beetje betrouwbare weersinformatie.

Maar goed, klusdag vandaag, noodgedwongen. De Lazarette moet leeg en daarna kan ik het bovenste roerlager smeren. Ik hoop dat dat de oplossing is, als het het onderste lager is, kan ik weinig doen, behalve het roer zo weinig mogelijk gebruiken. Een geluk bij een ongeluk dat er wat bewolking is, klussen is zo goed te doen. Tot mijn schrik ligt de vetspuit niet waar die behoort te liggen en de vetnippel kan ik ook niet vinden. Ik kan me niet herinneren dat ik die uitgeleend heb en niet teruggekregen heb, dus de logische verklaring is dat die in het vooronder ligt. Dat wordt schatgraven. Het bovenste roerlager blijkt ongeveer een millimeter speling te hebben. Langdurig intensief gebruikt eist zijn tol. Een mooi klusje voor de mannen in Ipswich.

In de loop van de middag ontwikkelen zich aan de horizon enkele (potentiële) buien. Als dan ook nog de wind toeneemt, reef ik de genua voorzichtigheidshalve. Na een half uur blijkt dit niet nodig te zijn en alles gaat weer vol uit. Toch blijf ik een uurtje in de kuip zitten, om vinger aan de pols te houden. Dan zie ik vlak naast de boot een walvis. Hij lijkt wel dood, maar het blijken er twee te zijn die tempo doeloe door het water zwemmen. Ik spurt naar binnen om de GoPro te pakken en kan ze hopelijk net filmen. Als ik rond kijk, zie ik een aantal fonteinen waardoor ik weet dat er meer in de buurt zijn. Op stom geluk ben ik achter een kudde van die beesten langs gevaren. Op een aanvaring met zo’n visje zit ik nog steeds niet te wachten.

Later in de middag vind ik de eerste vliegende vis in het gangboord. Ik zal mijn tennisracket te voorschijn halen, als er eentje aan komt vliegen en die wil landen op de boot, dan mep ik hem net zo hard terug.

    

 

Vandaag lukt het zowaar een eerste deel van mijn blog te mailen naar een aantal mensen.

En van mijn maatje Mark ontvang ik weer relevante weersinformatie. Dank! Ondanks dat ik weer een grib file van tien bij tien graden heb binnengehaald, meldt hij me het ruimere overzicht.

28 februari 2021

De dag begint bewolkt. Na een onrustige nacht (Romlea rolde alsof het een lieve lust was) besluit ik om vijf uur om maar op te staan. De windhoek bedraagt zo’n honderdveertig tot honderdvijftig graden. Met alleen de genua op (anders zit de genua in de luwte van het grootzeil) ligt Romlea lekker te rollen op de golven. Omdat ik een te noordelijke koers vaar, corrigeer ik en moet de genua naar de andere kant.

Daarna is het tijd voor ontbijt. Zoals iedere dag twee stukken brood met hagelslag en een bak thee. Ik zou niet weten hoe het met de mensheid zou zijn als er geen hagelslag was geweest. Ik heb achttien pakken meegenomen uit Nederland naar de Falklands en die zijn gelukkig nog lang niet op.

Ik bestudeer drie hagelshagjes met een loepje. Na deze wetenschappelijk verantwoorde en representatieve steekproef trek ik de conclusie dat elk hagelslagje dat ooit door een mens is gemaakt, wordt gemaakt of nog gemaakt zal worden, een puur kunstwerkje is. Jammer dat de mensheid dat niet onderkent en er een standbeeld voor opricht. Misschien moet ik een crowd funding actie beginnen.

Na deze mijmeringen constateer ik dat er weinig zon is, de accu’s leeg zijn, er water gemaakt moet worden en er een brood gebakken moet worden. Hoogste tijd om Perkie weer aan het werk te zetten. Vanmiddag is er overigens wel weer volop zon, goed om de accu’s goed door te laden.

Drie keer is scheepsrecht. Daarom breekt tijdens de lunch voor de derde keer in korte tijd een stuk van een kies af. Of de oorzaak een steentje in het broodmeel is weet ik niet, maar vervelend is het wel. De eerste keer gebeurde dat op de Falklands, de tweede keer in Holwerd en nu dus voor de derde keer op volle zee, met nog zeker twee weken voor de boeg. Voor zover ik het kan zien, is er geen wortel blootgelegd. Ik dek het afgebroken stuk af met noodvulling, maar die mag officieel maar achtenveertig uur zitten blijven. Daarna moet je naar een tandarts, maar dat wordt lastig hier. Ik ga het zien, zolang er geen pijn komt, vind ik het goed. Werner van de Black Forrest heeft twee maanden rondgelopen met epoxy op een afgebroken kies. Je moet toch wat(!)

In de middag varen er achter elkaar twee vrachtschepen achter me langs, ik zit kennelijk in de route van Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika naar Zuid-Amerika. Beide schepen hebben bestemming Brazilie. Grappig, één van beide schepen zend me tot twee keer toe een DSC testbericht. Omdat ik de beroerdste niet ben, acknowledge ik beide keren. Iemand wordt kennelijk getraind in het gebruik van de marifoon.

Voor de rest: "Just an other day at sea".

Het lukt me overigens vandaag niet om emails te verzenden en ontvangen. Straks Trinidad nog maar een keer proberen, maar ik heb weinig hoop. En niet dus. Om middernacht vaart het derde vrachtschip achter me langs op vier mijl afstand.

Toch weer een mijlpaal te melden. Vandaag hebben de zonnepanelen in dertienhonderdennegenenzestig dagen sinds ingebruikname, twee megawattuur aan elektriciteit opgewekt. Dat had meer kunnen zijn, maar als de accu’s vol zijn, zijn ze vol en stopt het laden. Wat een prestatie! Hoeveel uur had ik de motor stroom moeten laten draaien om dat te bereiken?

    

 

1 maart 2021

De dag begint wat bewolkt, gedurende de dag laat de zon zich echter regelmatig zien. De wind is wat gekrompen, dus ik stel de windvaan wat bij. Om tien uur komt er een regenbui over en moet ik reven. Een half uur later is alles achter de rug en kan het lap doek weer uitgevierd worden. Om twaalf uur komt er nog een regenbui over, maar dit keer zonder extra wind. In de loop van de middag krimpt de wind behoorlijk, van honderdvijftig graden windhoek, naar negentig graden. Weer de windvaan bijstellen dus en overwegen om weer grootzeil bij te zetten. Omdat er verderop op de oceaan nog wat buien hangen, wacht ik even af wat er gaat gebeuren.

Omdat ik nu over bakboord lig, valt het zonlicht in een gunstiger hoek op de zonnepanelen, goed voor de stroomproductie. Als de zon helder schijnt, heeft het water hier een niet te beschrijven blauwe kleur. Zo ongelooflijk mooi en helder. Het lijkt soms wel blauw gekleurd glas. Dit is echt op en top genieten. Zeilen op het ruimste water dat je je voor kunt stellen, niemand in de buurt behalve wat vogels(!). Gisteravond heb ik nog een aantal uren in het donker in de kuip gezeten. Het is hier vroeg donker trouwens. Alleen maar genieten van de maan, het maanlicht over de golven, wolken, sterren, golven, de wind en het glijden van de boot door het water. Dit is pure vrijheid. Wat een beléving, volgens mijn erudiete Almeerse grijze vriend, met schrijverstalent, maar zonder schrijversambitie. Het zij zo.

Toch maar grootzeil bij zetten en genua wat reven vlak voordat het donker wordt. Zo ga ik de zoveelste nacht weer in. Morgen een nieuwe dag.

2 maart 2021

De dag begint volgens vast ritme. Ik sta op, kijk naar mijn instrumenten om te constateren dat ik te langzaam ga en ik ontbijt vervolgens. Na het ontbijt eerst wassen (deze volgorde wil nog wel eens wisselen) en dan de zeilen uit de nachtstand halen en in de dagstand brengen. Met andere woorden: meer doek zetten en gas op die lollie. Als het nodig is de windvaan bijstellen. Ik kijk rond en vooral naar de lucht. Dan probeer ik op basis van wat ik zie een weersvoorspelling te doen. Voor de eerstvolgende tien seconden lukt me dat altijd glansrijk, de voorspellingen voor enkele uren later zijn wat minder accuraat. Dan begrijp ik ook weer waar die meteocursussen voor waren en dat het beroep van meteoroloog toch iets meer behelst dan elke dag op tv roepen: "Oan’t moarn". En dan begint de dag.

Gisteravond laat passeerde in de verte nog een vrachtschip, maar voor de rest zie ik niets of niemand. Soms drijft er een stuk plastic in zee. Jammer.

Rond twaalf uur zie ik dat ik naar het noorden vaar. De wind is dus verder gekrompen. Met de windvaan leg ik Romlea weer op een koers van vijfenveertig graden. Dit betekent na een aantal dagen genieten van een lekker bakstagwindje, weer aan de wind varen. Paaltje tikken dus.

Het lukt me nog steeds niet om goed radiocontact met Afrika te krijgen. Ik zie wel dat deel 2 van de blog verstuurd is, er staan zeven mailtjes voor me klaar maar het lukt nog niet om ze binnen te halen. Frustrerend is het wel. Ook deel 3 van de blog gaat er vandaag nog niet uit. Een gribfiletje heeft toch iets hogere prioriteit maar ook dat is kansloos. Morgen nieuwe ronde en hopelijk nieuwe kansen.

In de middag vaart op ruime afstand (twintig mijl) een vrachtboot achter me langs, kennelijk ben ik de "shipping lane tussen Zuid Afrika en Zuid Amerika voorbij.

Aan het eind van de middag, kleurt de lucht voor me zwart. Ook links van me, dat is westelijk en downwind vanuit mijn positie bekeken. Oostelijk, dus bovenwinds van mij wordt het ook donker. Raar fenomeen. Om niet verrast te worden, reef ik beide zeilen uit voorzorg flink. Nu kan er rustig gekookt en gegeten worden. De wind krimpt verder, ik vaar in de avond weer een noordelijke koers. Ik kan niets meer bijstellen, ik vaar aan de wind. Morgenvoeg benieuwd welke koers ik dan heb. Als de wind verder ruimt en door het noorden gaat, is ze in een paar dagen tijd in een cirkel om me heen gedraaid. Is weer eens wat anders.

3 maart 2021

En de koers is ’s morgens vroeg nog steeds noord. Even lijkt de wind verder te krimpen, waardoor ik noordwest ga varen. Ik overweeg om in dat geval overstag te gaan, maar eerst ontbijten, koffie en de broodbakker aan zetten. Als dat achter de rug is, lig ik toch weer noord. Het is een rare dag met wispelturige windsnelheden. Om die reden verander ik de zeilvoering niet. Nu en dan waait het hard, dan zakt de wind weer in. Ik heb geen zin om elk half uur te reven en daarna weer te ontreven. Na het middaguur ruimt de wind weer wat zodat ik op dertig graden koers kom te liggen. Prima. Voor de rest een bewolkte dag met nu en dan regenbuien, maar gelukkig komt daar niet veel wind uit.

Aan het eind van de morgen vaart er weer een vrachtschip op twintig mijl afstand achter me langs. Wel zichtbaar op AIS, niet zichtbaar met het blote oog.

Hoe noordelijker ik kom, hoe eerder het ’s avonds donker is. Om zes uur gaat het licht echt uit, wat een verschil met Ushuaia. ’s Morgens vroeg daarentegen begint het rond een uur of vier licht te worden. Allemaal niet helemaal jofel voor het bioritme, maar vooruit maar.

Ondanks de bewolking doen de zonnepanelen hun best. Dat de zon elke dag een stukje hoger aan de hemel staat helpt. Vannacht ben ik de twenties in gevaren. Nog even en ik passeer de drieëntwintig en een halve graad Zuid (exact: 23° 27’)(Steenbokskeerkring) en dan ben ik weer in de tropen. Dat wordt zweten, dus zal ik tegen die tijd de bimini maar weer tevoorschijn halen en installeren. Overigens is het al dagen rond de achtentwintig graden Celcius in de boot, dus veel heeft het verder niet om het lijf (…?…).

Dan toch een feestje. Na dagen proberen en niet willen, lukt het toch contact te krijgen met Sailmail en haal ik negen mailtjes binnen. Altijd een opsteker om iets van familie, vrienden, mijn weerman Mark en mijn REDDER Henk in Ushuaia te vernemen. Ook lukt het om delen drie en vier van de blog naar buiten te persen. Tenslotte slaag ik er in om een mini grib filetje op te halen, maar iets is beter dan niets. Hopelijk heb ik morgen weer "geluk".

In de avond zakt de wind er uit, zoals voorspeld door weerman Mark en bevestigd door de ijzeren natuurwetten van de grib files.

Dat wordt een nachtje heel voorzichtig doorvaren als de genua niet voortdurend tegen het want slaat of het wordt een nachtje eilandje spelen en dan morgen kijken waar de heren Neptunus en Aeolus me gebracht hebben. Hopelijk niet weer tientallen mijlen de verkeerde kant op. We zullen zien.

    

 

4 maart 2021

Het is een nachtje eilandje spelen geworden. Vlak na donker haal ik de zeilen in en lever me over aan de elementen. Ik krijg vanzelfsprekend onmiddellijk te maken met de wetten van de zee, opgesteld door de heer N. Tunes (broer van I. Tunes), in lang vervlogen tijden. In dat maritieme wetboek, deel vijftien, hoofdstuk zesendertig, artikel honderdachtentwintig, sub g, lees ik, en ik citeer: "Ieder schip dat zich zonder enige vorm van aandrijving of voortstuwing op open zee bevindt, zal zich laten leiden door invloeden van wind en stroming, waarbij dat schip zich dwarsscheeps op de inkomende deining zal oriënteren". Er is geen ontkomen aan. De heer N. Tunes heeft het zo gewild. En dus begint een nacht van rollen (heen en weer slingeren van het schip). Slapen gaat even, maar dan word ik wakker en pak de slaap niet meer. Ik besluit om op het scheepscinematheater de film Mission Impossible III te kijken. Om een uur of drie probeer ik de slaap weer te pakken, maar na vijf minuten hoor ik de wind gieren. Ik ga naar buiten, inderdaad, zeventien knopen wind uit de juiste hoek. Ik zet gauw de genua bij, breng de boot op koers en ga mijn kooi weer in. Na de volgende vijf minuten klappert de genua weer dat het een lieve lust is, dus weer inrollen maar. Even denk ik in de wolken Aeolus te herkennen die een lange neus naar me trekt. Of is het verbeelding?

(Het verhaal van de broers N. Tunes en I. Tunes vraagt wat toelichting. N. Tunes heeft dus de wetten van de zee opgesteld. Maat wat niemand weet is dat hij de beschermheilige van het zeemanslied is. Toen hij dat wilde vercommercialiseren, was zijn broer, I. Tunes, werkzaam bij Apple, hem net te vlug af. Sindsdien zijn de heren gebrouilleerd en heeft N. Tunes zijn naam veranderd in Neptunes, zodat de link met Apple en zijn broer niet meer herkend zou worden. En zo is het.)

Rond tien uur is er nog geen zuchtje wind. (Feitelijk wetenschappelijk klopt dat statement niet, want er is altijd wel beweging van lucht, wat we wind noemen, maar dit is nou eenmaal de volksuitdrukking van een toestand van weinig wind en ik wil nu de discussie even niet aan gaan). De boot ligt lekker op de plomp en ik besluit om een douche te nemen. Vanaf de zwemtrap. Eerst controleer ik de temperatuur van het zeewater met de koelkastthermometer, die geeft zevenentwintig graden aan. Nu geloof ik veel, maar dat niet. Desalniettemin voelt de temperatuur heerlijk. Ik doe mijn zwembandjes om mijn armen, gooi de badeend in de plomp en spring er pardoes achteraan. Zomaar in ongeveer de grootste badkuip ter wereld. Wat spartelen in water met een diepte van naar schatting een kilometer diep (de lezer herinnert zich dat ik "van de kaart af gevaren ben" en dus geen feitelijke informatie over de diepte heb, maar veel zal het niet schelen). Haar wassen, lijf wassen, conditioner (jawel) en daarna uitspoelen met lekker warm zoet water uit de boiler. Ondertussen het duikmasker even op gehad en een blik op de schroef geworpen, maar zo op het eerste gezicht niets gezien. Oh ja, ondertussen stevig aangelijnd aan de boot. Dat wel. Heerlijk, wat knap ik hier van op. Misschien maar een dagelijks ritueel van maken. Uiteraard niet op deze manier als ik vaart maak, maar met een puts of nog beter de dekwash. Daarmee krijg ik ook wel de douche die ik wil hebben.

De snelle grote overgang tussen een jaar lang op de koude Falklands en nu de reis naar de tropen vraagt gewenning. De hele dag door loop ik met een zweetlaag op mijn lijf. Echt lekker is dat niet. Heeft even tijd nodig.

In de avond lukt het weer om moeizaam wat email uit te wisselen. Mark komt met (deels) de volgende weersverwachting:

" Maandag loop van de dag kun je 25-30' verwachten, gusts tot 40' in de avond/nacht als het front doorkomt met stevige regen en onweer. Pas op dus!!

En of ik op pas! Ik zal in ieder geval wat elektronica in de oven stoppen. Ik heb alleen nog geen bewijs dat dat werkt bij een "direct" (Duizenden ampéres door de mast) of een "near" (Schade door inductiestromen van een inslag vlakbij) "hit". Afwachten dus en duimen. De enige bliksemafleider van twintig meter hoog in de wijde omtrek! Maar het is de verwachting voor maandag, mogelijk valt het nog mee. Het heeft in ieder geval weinig zin om nu de motor te starten en te maken dat ik hier weg kom. Daarvoor gaat dat niet snel genoeg. Morgen nieuwe dag, nieuwe ronde, nieuwe kansen, nieuwe informatie. Ook is duidelijk dat ik door windstiltes de komende twee dagen nergens naar toe ga. Eilandje blijven spelen dus. Gelukkig neemt de deining langzaamaan af. Romlea rolt wat minder. Voor de rest was het vandaag een bloedhete dag, dus ik ben lekker binnen gebleven, op mijn badderavontuur na. Nu eerst maar eens iets lichts koken.

5 maart 2021

Na een volle nacht doorslapen word ik rond een uur of acht wakker. Als ik naar buiten kijk, zie ik mijn vlaggetje enigszins bewegen. Zou er wind zijn? Een blik op de windmeter geeft uitsluitsel. Acht knopen ware wind, te weinig om fatsoenlijk mee te zeilen. Totdat ik zie dat de wind uit het oosten komt. Een cadeautje, want met oostenwind en een noordoostelijke koers wordt dat aan de wind zeilen, de schijnbare wind neemt toe en dan is er ineens wel genoeg zeilwind. Aeolus is vandaag vriendelijk voor me. Snel breng ik de boot op koers, zet ik genua en grootzeil vol bij en knal met vier tot vijf knopen de goede kant op. Een meevaller, vooral als dit zo blijft vandaag. Ik check nog gauw de grib van gister, maar daar staat toch echt nog maximale wind vandaag hier vijf knopen. Ik teken er voor. Ontbijten, wassen, koffie zetten… kortom de verwachting van nog een eiland dag is weg en ik ben weer onderweg. Om kwart voor elf passeer ik het noordelijkste punt waar ik tot gister gekomen was. (Daarna ben ik zuidwaarts gedreven). Ik herken zelfs een paar golven van gisteren en daarmee is voor mij op wetenschappelijk onderbouwde wijze bewezen dat:

Wat is wetenschap toch mooi.

De rest van de dag knoeit Aeolus een beetje met de windknoppen. Krimpen, ruimen, meer wind, minder wind, het lijkt wel of hij een borrel op heeft. Om half drie in de middag moet de windvaan een borrel meegekregen hebben. Ik hoor de genua tegen het want slaan en kijk buiten. We varen ineens zuid-west! Dit is een geheel nieuwe ervaring voor me. Handmatig weer op koers brengen en daarna de windvaan streng toespreken. Meer kan ik ook niet doen nu. Bizar.

Voor wat mijn afgebroken kies betreft, de noodvulling zit nog steeds goed op zijn plek en ik voel er niets van. Ook vermoed ik dat het geen verstandskies is. De tekst die ik hierboven sinds mijn kies afgebroken is teruglees, vertoont geen sporen van Swahili, Krinaboeska of Klaporamia. Goed teken dus.

Radiocontact vandaag kan ik vergeten. Duidelijk hoorbare (atmosferische?) storing. Geen schijn van kans. Helaas.

6 maart 2021

Twee maal in de nacht word ik wakker. De genua klappert tegen het want. Te weinig wind, dus Romlea besloot naar het zuiden te varen. Daarom zet ik na de eerste keer de stuurautomaat bij, maar die flikt me hetzelfde.

Rond half acht gaat er zeil bij, ontbijt ik en duik daarna in de kelder in de Lazarette, om de buizen voor de bimini boven dek te krijgen. Het lukt en om kwart over negen staat de bimini! Ik kan nu gedurende een groot deel van de dag in de schaduw buiten zitten, zonder gekookt of gebraden te worden door de zon.

De wind is vandaag vervelend. Variërend in sterkte, eerst noord daarna iets krimpend, maar genoeg om hoog aan de wind gang te maken op de juiste koers. Doordat de windkracht zo varieert, zwabbert Romlea door het water en moet ik handmatig bijsturen met het hoofdroer. Vervelend, zeker op het moment dat ik tergend langzaam mail met de wal uitwissel. Vanwege storing staat de stuurautomaat uit, maar zodra de mail door is, gaat die aan en koerst me linea recta naar St Helena. Afgelopen etmaal ben ik overigens de laatste duizend mijl kortste afstand "streep" overvaren. Nog een dag of tien met de juiste wind. St Helena, HERE I COME!

Vanwege de oplopende temperaturen in de boot, voeg ik aan iedere fles drinkwater een druppel Aquaclean toe, om bederf van het water te voorkomen. Hoewel één druppel een behoorlijke overdosering is, maak ik me daar niet zo druk over. Een beetje zilver in het drinkwater komt mij wel chique voor.

’s Avonds neemt de wind af tot een knoop of vier. Omdat er weinig deining staat, valt het klapperen van de zeilen erg mee. Om elf uur laat ik het grootzeil vol staan en fixeer de giek met de bulletalie om klapperen te voorkomen. De genua reef ik dubbel, om te voorkomen dat het zeil tegen het want slaat. De schoot doet het nu wel, maar dat is minder erg. Ik bereid me voor op een eiland dag morgen, omdat in het gribje te zien is dat ik morgen in windstilte terecht kom. Omdat de windvaan niets meer doet, staat de stuurautomaat bij. Hoewel de voortgang ongeveer één á twee knopen is, is iedere afgelegde mijl in de juiste richting er één.

7 maart 2021

Geniaal. GENIAAL! Om zeven uur word ik wakker omdat de boot helt. Dat komt door:

Als ik buiten kom staat er tien knopen wind uit het noorden en ik vaar precies de juiste koers. Een glas water, de genua uitrollen, beetje trimmen, de boot in balans brengen, windvaan stellen, stuurautomaat uit en daar ga ik. Dit blijft de hele dag zo, alhoewel om een uur of tien de eerste zeventien knopen schijnbare wind voorbij komen en reven noodzakelijk wordt. Maar ik vaar met vijf a zes knopen. YES!

Vandaag verwissel ik mijn twee propaan gasflessen. Gekregen en gevuld op de Falklands. Niet dat de ene al leeg is (In gebruik sinds 1-12-20), maar op basis van een passage uit het boek "Klassiek zeemanschap in de praktijk" van Dick Huges. (Hoewel de titel van het boek de lading niet dekt, is het een zeer lezenswaardig reisverslag van zijn solo-reis om de wereld). Op enig moment laat Dick zijn beide propaan gasflessen vullen op een hakkitakkie eiland. Hij neemt ze mee aan boord en zet ze in de gasbun. Eentje neemt hij in gebruik. Dan moet hij op enig moment dagenlang noodgedwongen motoren. Daarbij wordt het nodige in de buurt van de motor warm, dat is logisch. Kennelijk zit zijn gasbun dicht bij de motorruimte (volgens mij een grove ontwerpfout), want ook zijn gasflessen worden warm. Dat is op zich niet erg, want gasflessen kunnen wel wat hebben. Als hij later ergens zijn niet in gebruik zijnde propaan gasfles uit de gasbun wil halen, lukt dat bijna niet. De gasfles is uitgezet. Dick is door het oog van de naald gekropen. De gasfles was tot de nok toe gevuld en het vloeibare gas kon dus nergens heen. Een explosie midden op zee en niemand had hem ooit teruggezien. Nu zit mijn gasbun ver verwijderd van de motorruimte en ik motor ook niet dagenlang (nog), maar het is hier wel veel warmer dan op de Falklands. Dertig graden tegen vijf. Dus wissel ik ze uit voorzorg om. Nogmaals, er was niets mis met mijn flessen maar van zo’n passage schrik je toch en kleine moeite om gasflessen om te wisselen, zodat er ruimte in de fles ontstaat. Ik hou ook niet van propaan. Hopelijk kan ik de propaan flessen straks laten vullen met butaan. Wel zo veilig, want de gasdruk is veel lager. Maar goed, in het zuiden werkt butaan niet, daarvoor is het daar te koud.

Ik zit vandaag urenlang in de kuip te genieten van wat ik zie. Golven, wolken, een enkele vogel en vandaag voor het eerst scholen vliegende vissen die massaal uit het water opstijgen, een flink stuk vliegen en verderop de plomp weer in duiken. Machtig gezicht. Dat rondkijken verveelt nooit. Om een uur of twee kiert de zon onder de bimini door en ga ik naar binnen. Ik heb geen zin om voor kreeft te spelen, al helemaal niet zonder publiek.

In het afgelopen etmaal, ben ik de driekwart afstand gepasseerd. Nog een kwart naar St. Helena.

8 maart 2021

De dag begint met wat ik noem een "holle" wind. Tien knopen wind, aan de windse koers, maar Romlea wil niet op snelheid komen. Dit gebeurt wel eens vaker, de oorzaak kan ik niet achterhalen of beredeneren. Het eerste wat ik in zo’n geval doe is achter het schip kijken om te kijken of het roer iets opgepikt heeft en meesleept, maar dat is nooit het geval. Anyway, maar hopen dat de wind wat toeneemt in kracht, "hol" of niet.

Vannacht ben ik de vijftien graden west gepasseerd. De klok mag weer een uur vooruit.

Vanmorgen stond ik weer, zoals gewoonlijk, als een soort zombie op. Omdat er nog geen energie in zit, valt lopen op de boot niet mee. Daarom is het, indien mogelijk, eerst ontbijten. Soms toch eerst de zeilen doen, want voortgang is alles. Daarna snel koffie en dan begint de machine op gang te komen. ’s Avonds op tijd naar bed, omdat het de hele dag door corrigeren van de bewegingen van het schip, veel energie kost. En dan begint de volgende dag hetzelfde ritueel van voren af aan. Daarom is een bakstag windje ook zo lekker, de bewegingen van het schip zijn rustiger dan op een aandewindse koers. Ondanks haar gewicht van ruim twintig ton, is Romlea een speelbal op de golven.

In de middag controleer ik de noodvulling van mijn kies. Vergis ik me of mist er een hoekje? Geen risico, schoonmaken en weer plamuren. Een tweede keer gaat altijd beter dan de eerste keer en ik ben tevreden over het resultaat. Een half uur lang knaag ik letterlijk met mijn linker kaak op een houtje om de noodvulling tijd te geven om uit te harden. Het ziet er veelbelovend uit. Gelukkig heb ik mijn Dremel aan boord, mocht het nodig zijn wat werkzaamheden aan mijn kies uit te voeren, maar dat is echt plan B. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt als dat ding door toedoen van een golf uitschiet met dertigduizend toeren…. :-(

Mark voorspelt me aan het eind van de week een eindspurt naar mijn voorlopige doel. Daar ga ik je aan houden. Voorraden normaal eten genoeg, maar de "lekkers" is op of begint op te raken. Ook mede veroorzaakt door net te weinig tijd voor boodschappen in Ushuaia. Maar kijken wat St Helena te bieden heeft aan proviand.

9 maart 2021

Vanmorgen vroeg word ik drie keer gewekt door de stuurautomaat, die me vertelt dat ie "Off course" is.

Ik breng haar weer op koers. Als ik later opsta, zie ik dat ik te hoog aan de wind zit (waardoor de genua bak slaat en ze met de neus door de wind gaat), de wind is vannacht iets geruimd. Met een slaapdronken hoofd heb je dat niet zo door. Helaas.

Vanmorgen probeer ik Sailmail uit. De propagatie moet volgens de tabel beter zijn dan in de middag, op een hogere frequentie (achttien versus twaalf Mhz). (Veel) eerder had ik dat ook al geprobeerd, maar toen kreeg ik niet eens contact met het radiostation en in de middag wel.

Nu dus nog maar een keer proberen. En ja, ik krijg contact. En ja, de transmissiesnelheid is veel hoger dan in de middag met aanmerkelijk minder fouten. Dus gaat de overdracht veel sneller. Hier wordt een mens blij van. Morgenvroeg weer.

De dag begint weer met een mager windje, acht tot tien knopen. De wind is vanmorgen kennelijk niet "hol", want Romlea gaat er na zeilvermeerdering vandoor met vier tot vijf knopen, waar dat eerder op de dag niet meer dan drie waren. Zo hoort het. Bij lagere windsnelheden tot een knoop of twaalf ware wind hoort ze halve windsnelheid te varen bij de juiste omstandigheden.

Omdat ik voor vanavond verse Wahoo op het menu heb gezet, besluit ik te gaan vissen. Met mijn nieuwe inktvisje dat ik in Deseado kreeg als aas. Wahoo weet het nog niet, ik hoop maar dat hij/zij meewerkt. Dus vul ik mijn thermostaat met koffie, bammetjes in een bakje en dan onderneem ik de lange wandeling van wel zeven meter naar mijn favoriete visstek, het achterdek. Aas de plomp in en afwachten maar. Ik hoop alleen wel dat ik geen Oeiknoegoer vang. Die vis is namelijk nog niet ontdekt en dat geeft alleen maar een hoop gedoe, wegen, maten opnemen, veel foto’s maken etc. En ik heb natuurlijk geen idee of zo’n beest eetbaar is.

Om twaalf uur mag het eerste rif in de genua, vlagen van achttien knopen schijnbare wind verschijnen op het instrumentarium. Daarna weer een rare dag vandaag. Rare wind. Hol, bol, dik, dun, ruimen, krimpen, alles door elkaar. Vlak nadat ik de genua gereefd had, kon ie weer uit. Geen vlaag meer gezien. Gelijk ook grootzeil maar vol bij. Dan volgt het spel. Twee tot drie knopen snelheid bij negen knopen ware wind, vier knopen bij acht knopen ware wind. Windhoek blijft gelijk. Wie het weet en snapt mag het zeggen. Ik accepteer maar dat ik in ieder geval vooruit kom.

Het loopt nu tegen etenstijd. Meneer of mevrouw Wahoo met een meter lengte heeft zich nog niet gemeld. Dus wordt het plan B. Rijst met vlees, groente en ananas. Op naar de dag van morgen! Inktvisje blijft vannacht lekker in het water. Er hangt een belletje aan de lijn. Gelukkig ook geen Oeiknoegoer gevangen, meevaller. Vandaag waren er geen scholen vliegende vissen te zien, zo nu en dan één of twee verdwaalden. Voor mij is dat een teken dat er geen roofvissen in de buurt zijn. Van de boot gaat een school echt niet vliegen. Ik had dus gister net iets slimmer moeten zijn en toen gaan vissen. Maar ja, als je een koe in de kont kijkt, is die echt wel voorbij.

10 maart 2021

Gisteravond zakte de wind er vanzelfsprekend weer eens helemaal uit. Ik heb naar een documentaire gekeken over het einde van het universum op mijn scheepscinematheater. Beste mensen, het ziet er niet best uit voor ons voortbestaan. Het goede nieuws is dat het nog wel even duurt voordat het zover is. Daarna heb ik gekeken naar King Solomon’s mines. Had ik in ieder geval wat actie aan boord. Om elf uur vond ik het welletjes en met vier knopen wind, speer ik met minder dan twee knopen de donkere nacht in. (Ik hoop dat de lezer het subtiele vleugje cynisme oppikt?).

Om zeven uur mag ik weer opstaan. Er is weer wat wind. De genua gaat vol uit en Romlea bromt er vandoor met een knoop of vijf. Ware wind negen knopen, aan de winde koers. Duidelijk een "bolle" wind vandaag.

Vandaag zal ik naar verwachting de keerkring over varen. Ik zal er goed op letten of ik de zwarte streep ook zie die je op elke wereldbol en in elke atlas ziet. Overigens ben ik de kaart weer "binnen gevaren". Ik zie dat de diepte van de oceaan hier vier kilometer is in plaats van de door mij veronderstelde diepte van een kilometer. Gelukkig maar, een beetje marge onder de kiel is wel lekker en het geeft het badderen op zo’n diepte ook een wat andere dimensie.

Na het binnenhalen en verzenden van email, is het tijd om de accu’s te laden (de panelen produceren dat het een lieve lust is, maar omdat de helling van het schip tov de zon net verkeerd is, is het niet genoeg), een brood te bakken, water te maken en de boiler op temperatuur te brengen. Vier vliegen in één klap. Ik zet de motor helaas niet in het werk (extra snelheid en extra belasting voor de motor, wat juist goed is), omdat ik mijn schroefas nog niet vertrouw. Ik wil eerst weten wat er onder water aan de hand is.

Nee! Niet gezien. Geen zwarte streep in het water. Jammer. Misschien ligt die steenbokskeerkring op de zeebodem, maar in dat geval ben ik wel benieuwd wie hem ooit met eigen ogen gezien heeft. Ik pas er voor om dat te controleren hier.

11 maart 2021

Ondanks dat er weinig wind stond vannacht, is er toch voortgang geboekt. Mooi zo. De genua gaat weer vol uit. De wind is gekrompen naar WNW, ik vaar dus halve wind. Als ik tegen negen uur koffie zet, hoor ik het vertrouwde geluid van het ruisen van water langs de romp en dat betekent snelheid. Ik neurie dus: "What a beautiful noise, boem boem boem" van Neil Diamond. Buiten zie ik dat de wind even is toegenomen tot een knoop of tien en de beide lappen doek sleuren Romlea door het sop met vijf a zes knopen. Zo hoort het! Helaas is deze windpret maar van korte duur, vlak daarna neemt de wind weer af. Het hoog voor mijn boeg zit me (nog steeds) dwars.

Omdat er weinig wind is, de zee rustig is en Romlea rustig op de golven ligt, besluit ik om een noodzakelijke circusact uit te voeren. Van de windvaan zit al dagen- en dagenlang een onderdeel los. Dat moet vastgezet, voordat de bout in de (voor mij) peilloze diepte van de oceaan verdwijnt. En dus pak ik het noodzakelijke gereedschap, stap achter op de boot over de reling op een steun van de windvaan van slechts enkele vierkante centimeters groot en zet de bout vast. Ik controleer, nu ik hier toch ben, ook maar wat andere bouten en dat blijkt geen overbodige luxe. Om corrosie te voorkomen tussen de RVS bouten en moeren en de aluminium onderdelen van de windvaan, is alles goed ingesmeerd met lanoline. Dit blijkt niet alleen een uitstekende isolator te zijn, maar ook een prima smeermiddel, waardoor bouten en moeren kennelijk makkelijk los werken. Oh, en volgens de handleiding (het staat er echt wel een keer of tien in), is lanoline ook een uitstekende handcréme, ik geloof Peter graag, maar dat ga ik toch maar niet uitproberen. Na vijf minuten is de klus geklaard en kan ik mij weer van mijn penibele positie terugtrekken naar het veilige dek. Yep, natuurlijk, meer dan stevig gezekerd aan de boot, voor de veiligheid en voor het geval dat…….

In de loop van de dag loop ik maar eens naar mijn favoriete visstek, om de enorme vangst binnen te halen. Ze hebben tijd genoeg gehad daar beneden om een flinke vis aan de haak te zetten. Als ik de vislijn binnen haal, valt het me op dat deze vreselijk gedraaid is. Dan komt het loodje in zicht, maar de inktvis is verdwenen, met RVS draad en al. Vermoedelijk is door de wijze waarop het lood aan de lijn bevestigd was, de lijn gaan draaien. Daardoor is de RVS draad door vermoeiing gebroken. De rest van de middag ben ik zoet met het weer oppakken van een oude jeugdhobby, visdraad ontwarren. Morgen weer. Honderd meter draad is nogal wat om te ontwarren. Pfffff……

De dag verloopt uitermate rustig. Weinig wind, iets voortgang, het moet maar. Omdat alles onder controle is, stap ik ’s middags van de boot af om een bezoek te brengen aan het Concertgebouw in Amsterdam. Het carnaval der dieren van Saint-Saëns en de Carmina Burana van Orff staan op het programma. Dat doet een mens goed. Als ik na mijn virtuele muziekmiddag weer aan boord stap, ligt ze nog immer goed op koers. De zee rustig, de wind kalm…..

En het weer? Al dagenlang een mooie blauwe lucht met rondom mij aan de horizon wolken, waar ik de meest geweldige dingen en dieren in zie.

In de loop van de middag krimpt de wind langzaamaan verder. Tegen zessen is de windhoek opgelopen tot zo’n honderdveertig graden en dat betekent dat de genua in de luwte van het grootzeil komt. Omdat verwacht wordt dat de wind verder gaat krimpen, haal ik het grootzeil binnen voor de nacht. Liever gewekt worden door een klapperende genua dan door een bakslaand grootzeil, ook al is deze gezekerd met een bulletalie.

12 maart 2021

En ja hoor. Zei ik gister dat het weer al dagenlang een mooie blauwe lucht is, wat denkt de lezer? Regen vannacht en vanmorgen. Ruwe zee, weinig wind, wel verder gekrompen, dat wel. Dus gijp ik en ga eerst maar eens pal oost / zuidoost varen om wat rust aan boord te krijgen en het zeil gevuld te houden.

De lucht klaart overigens in de loop van de morgen op, wordt mooi blauw en het weer is weer hetzelfde als de afgelopen dagen. Er moest kennelijk even een storinkje zijn ding doen.

Als ik het gribje binnenhaal, zie ik dat het vandaag nagenoeg eilanddag wordt, maar vannacht moet de wind toenemen uit zuidoost tot een knoop of twintig de dag daarna. Het hoog lijkt aan de kant geveegd te worden, zodat er een zeilbare route naar St Helena lijkt te ontstaan. Ik zeg met nadruk "lijkt", omdat het weer hier sneller van de weermodellen afwijkt dan een kameleon zijn tong uit kan steken. En dat is snel!

Om elf uur ben ik het zat. Vijf knopen wind, een klapperende genua en een rollend schip. De genua gaat in, de boom gaat uit en de genua komt (ongeverig) dwars voor het schip te staan. Boot op koers en het gaat. De genua klappert niet meer, maar fladdert een beetje. Geen probleem. Het rollen neemt zienderogen af, omdat ik met de deining meevaar. Wel een knoop of één à twee snelheid, dus dat schiet lekker op.

Dan vermaak ik me weer een paar uurtjes op het achterdek in de schaduw van de zonnepanelen met mijn nieuwe hobby: visdraad ontwarren. Vol geconcentreerd bezig met alleen de boot, de zee, de lucht, de wolken, de zon, de visdraad en mijn gedachten.

Aan het eind van de dag komt er een stevige regenbui over. Zonder noemenswaardige wind, dus dat noem ik dan ook maar niet (!). Tegen etenstijd vaart er een tanker voor mijn neus langs. Ik neem contact op via de marifoon en vraag of ze mijn AIS signaal ontvangen. Jawel, maar alleen de naam van het schip, verder niets, geen positie, geen snelheid, niets. Dat lijkt me heel raar en omdat de man een lichtelijk Filippijns accent heeft, bedank ik hem voor de informatie en vraag maar niet door, want dat levert alleen maar meer onduidelijkheid op. Raar is het wel. Volgend schip in de gaten houden en ook vragen.

Aan het begin van de avond neemt de wind toe tot een knoop of tien, halve wind. Genua in, boom weg, genua uit, het is wat werk, maar met een bakstag wind loop ik weer drie knopen. Nou wachten op de "beloofde" twintig knopen. Vannacht. Ergens. ’s Avonds neem ik een heerlijk verfrissende douche.

13 maart 2021

Om één uur ’s nachts word ik wakker van het windalarm dat ik gezet heb. Vijftien knopen. Het werkt dus toch, al duurt het even voor ik mij besef wat er aan de hand is. Ik neem een kijkje en de wind is inderdaad toegenomen en iets verder gekrompen. Ik zet het alarm uit en ga weer te kooi. Een uur later hetzelfde liedje. Deze keer zet ik het eerste rif in de genua, zet het windalarm op zeventien knopen en ga weer te kooi. Om half vijf vanmorgen derde keer wakker door het windalarm. Het tweede rif wordt gezet in de genua en het windalarm gaat naar twintig knopen. Dan weer te kooi en slaap ik tot half acht. De wind is gekrompen tot iets minder dan midscheeps, mooi windje, het schiet lekker op. Om mij heen buien tegen een blauwe lucht. Er valt wat lichte regen, maar dat mag geen naam hebben. Dus neem ik ook niet de moeite om het een naam te geven. Ik ben er beducht op of er harde wind uit de buien komt. Dat is ook de reden dat ik nog geen lap grootzeil bij zet. Alles onder controle, ook als de situatie plotseling sterk mocht veranderen. Even aankijken, de dag is nog lang.

Het nieuwe gribje laat een gunstige wind zien de komende dagen en volgens weerman Mark ligt het hoog nu achter me. Mooi zo. Blazen met die banaan. Ik zie geen buien meer komen, de koffie is achter de kiezen, dus er kan een lap grootzeil bij.

De transmissiesnelheden van het e-mailverkeer beginnen weer af te nemen. Helaas, ondanks gunstige propagatie. Woolly hatter Mark (koosnaampje voor een radiozendamateur) komt met de nodige tips. Zodra ik op Sint Helena ben en ik tijd heb en in de gelegenheid ben, dan koppel ik alles los, luister naar de radio en begin alles weer aan te sluiten, één voor één. Ik moet die rampzalige storingsbron toch kunnen vinden zou ik zo zeggen.

Tegen het middaguur neemt de wind af tot een knoop of tien. Totdat er een mieters groot en breed buienfront passeert. Na een half uur met hier en daar wat harde windvlagen is het voorbij en komen de beloofde windsnelheden van vijftien tot twintig knopen. Goed gereefd en met een knik in de schoot ploegt Romlea haar weg voorwaarts. Dit schiet tenminste op. Voortdurend zes knopen snelheid met uitschieters tot boven de zeven. Het middagzonnetje doet haar best als ze niet versluierd wordt door bewolking. Omdat ik de bimini ingeklapt heb vanwege de straffe wind, heb ik vandaag buiten geen schaduw. Daarom wikkel ik mij in een oud dekbedhoes, dat op de nominatie staat om als tweede leven als poetsdoek verder te gaan. Heerlijk luchtig en beschermd tegen de zon. Dat is geen gezicht zegt u? Mooi, niemand die het ziet hier, dus dat het geen gezicht is, interesseert me geen ene lor.

Tegen de avond, als ik mijn maaltje sta te koken, komt het volgende mieters grote en brede buienfront over. Met harde wind, dus beide lappen doek worden tot een geringe omvang gereduceerd. Ook laat ik Romlea tien graden afvallen, zodat ze net iets gunstiger op de golven komt te liggen en ik dus niet als een soort apenkooi door de boot hoef te bewegen of aardappels moet afgieten. Onder dit soort omstandigheden is dat een huzarenstukje.

Gedurende de nacht laat ik de lappen zeil lekker staan. Volgens de GRIB moet de wind de hele nacht stevig doorblazen. Geen vuiltje aan de lucht. Dat scheelt weer. Hoef ik dat ook niet weg te poetsen.

14 maart 2021

Een typisch Nederlandse herfstdag, met veel wind, regen, bewolking, maar wel veel warmer. De zee is ruw. De wind blaast met twintig tot vijfentwintig knopen. Ik vaar niet zo hoog als ik zou willen / moeten. Omdat de genua sterk gereefd is, is de zeilvorm natuurlijk naadje, waardoor de genua snel rampzalig begint te klapperen als ik ook maar een iets te hoge aandewindse koers pak. Als de wind in de loop van de dag / komende dagen wat afneemt (hopelijk), kan er doek bij en kan de koers bijgesteld. Ik heb geen zin om St Helena voorbij te varen na bijna veertig dagen op zee.

Het binnen gehaalde grib filetje laat voor vandaag nog twintig knopen zien, maar maandag in de middag en dinsdag zou dat een stuk minder moeten worden. Hopelijk kom ik dinsdag aan. Het lijkt er op dat ik tot en met morgenmiddag rond het middaguur mag genieten van twintig knopen wind.

Vannacht verkeerde ik in een toestand van slapen / waken. Omdat de boot nu over bakboord helt, lig ik op bed in de uit-bed-rol modus. Natuurlijk is het slingerzeil aangebracht, maar onwillekeurig ben je toch steeds aan het vasthouden en vastklampen. Als dit komende nacht weer de situatie wordt, ga ik op de bakboordbank liggen.

Wat zal ik verder over deze vervelende dag vertellen. Omdat er vandaag veel bewolking is en er vanmorgen een brood gebakken is, schieten de zonnepanelen te kort. Dus besluit ik de knor bij te zetten. Als Perkie loopt, zie ik op mijn paneel dat het / de oliefilter / waterschelder alarm geeft. Water in de diesel. Welja. Op een zwaar hellend schip op een onrustige zee in de machinekamer aan het werk. Toe maar. Ik tap "water" af. Natuurlijk vult het dieselfilter zich met lucht en na enkele seconden stopt Perkie er mee. Nog wat "water" aftappen en in een klein flesje opvangen. Op de Falklands heb ik blauwe kleurstof voor voeding gekocht, dat wel met water mengt, maar niet met diesel. Een drup kleurstof in het "water" geeft uitsluitsel. Geen drup water te bekennen. Dan maar het brandstofsysteem ontluchten, Perkie starten en na twee omwentelingen zonder teken van leven, begint ze te lopen en loopt gewoon door. De waterafscheider geeft nog steeds alarm, hoewel dat na een half uurtje weg is. Ik heb er ook geen beeld bij dat ik (zoveel) water in de dieseltank kan hebben, maar je weet nooit.

Dan zie ik ook dat het asje van de koelwaterpomp (zeewater) weer lekt. Dat was al eens eerder zo, ik heb toen het seal vervangen en de zaak was weer dicht. Het asje was wel iets beschadigd toen (ingevreten). Dat heb ik destijds zo goed mogelijk gepolijst, maar als nieuw wordt het uiteraard nooit. Het is wellicht verstandig om het hele pompje of desnoods ook asje te vervangen, maar dat laatste moet wel mogelijk zijn. Ik snij eerst maar eens een waterflesje doormidden, maak een hengsel van electriciteitsdraad en hang dat onder het lekkend pompje. Er drupt nu in ieder geval geen zeewater meer op mijn motor / keerkoppeling en ik kan zien of de lekkage (schrikbarend) toeneemt. Reserve onderdelen hiervoor zijn natuurlijk niet aan boord.

Nog meer? Ach, ik vind dit wel even genoeg voor een vervelende dag. Werken in de machinekamer terwijl het zweet aan alle kanten wegloopt onder zware helling en met het nodige stampwerk, is iets dat ik liever niet elke dag doe, maar gezien het aantal problemen onderweg tot nu toe, tel ik vooralsnog mijn zegeningen maar. Toch nog iets positiefs.

Nog meer??? Nou vooruit dan. Omdat aan het begin van de avond, uiteraard terwijl ik sta te koken, het hoogtepunt van de dag komt! Het exquise kaasje bij de rode port. De kers op de appelmoes. De mosterd voor de maaltijd, jawel, voor. Het ballonnenfestijn. De clown met het vrolijke masker. De surprise van de eeuw. Het moment supreme. Le grande finale. Wat is er aan de hand. Als ik hier zelf niet was geweest, had ik het verhaal niet geloofd. De, sorry maar ik krijg het bijna niet ingetikt, de, ik moet even diep ademhalen, het is voor mij zo’n Toon Hermans momentje, "Wat ruist er door het struikgewas, het is ene, ene….." Goed. De zuidoost passaat, krijg nou het heen en weer, wat heb ik hier een moeite mee, de zuidoost passaat heeft zich opgegeven voor een cursus noordoost passaat en is met onmiddellijke ingang begonnen met het geleerde in praktijk te brengen. NOORDOOST!!! Precies de kant die ik op moet. Nou moe… Wat een timing. Ik zeil een veel te noordelijke koers, zo haal ik St Helena niet. Dat wordt of wachten tot de zuidoost weer terugkomt, of overstag op enig moment om aan te komen. Kruisen op de oceaan. Het is het Bergumermeer niet, kom op nou. De wind is daarbij zo onbestendig, dat ik tot negen uur buiten ga zitten en om de haverklap reef, zeil geef, reef, zeil geef enzovoorts. Die wind schiet heen en weer tussen elf en vijfentwintig knopen. Om negen uur wordt ie dan stabiel twintig knopen en ga ik op de bank liggen pitten. Wat een dag.

15 maart 2021

De dag begint zoals het "hoort", mooie blauwe lucht, zonnetje. De wind nog steeds noordoost, vijftien knopen, (schijnbare wind dus twintig knopen) koers nog steeds te westelijk. Wat is wijsheid. Verder varen in afwachting van draaien van de wind of desnoods doorvaren en voorbij St Helena overstag om het eiland alsnog aan te lopen? Of nu al overstag en een betere uitgangspositie te kiezen voor de koers naar St. Helena? Ik weet het even niet.

Rond lunchtijd (het ZAL ook niet anders), besluit Neptunes om een flinke bak water in mijn kuip te deponeren. Zo erg heb ik het op deze reis nog niet gehad. Zitkussen nat, grote handdoek nat en een plens naar binnen, richting de navigatietafel. Ik zei richting, niet er op, gelukkig. Dweilen, de handdoek spoelen, uitknijpen en ophangen te drogen en de heer Neptunes even hartelijk bedanken voor deze gulle gave met het vriendelijke verzoek andere surprises van deze categorie verder achterwege te laten. Geeft ie Poseidon de schuld……

Gedurende de morgen ruimt de wind zeer geleidelijk en dus snoep ik elke keer mee door een graadje hoger op te sturen. Begin van de middag neemt de wind af en is de wind geruimd naar circa honderddertig graden, waar die gister nog zestig graden was. Ik zet dus veel meer doek en probeer net een tikkie oostelijker dan op St Helena aan te sturen om wat "speelruimte" te krijgen. De dame trekt lekker door het water. Helaas staat de deining nog uit richting zestig graden, maar dat neem ik maar voor lief. St Helena is bezeild geworden. Het is weer een lekkere middag om buiten te zitten. Stiekem krimpt de wind weer naar honderdentien graden, maar bezeild is het nog steeds.

Ongemerkt ben ik overigens gister de twintigste breedtegraad overgevaren. Ik zit nu dus in de "tens", ongeveer duizend mijl onder de evenaar, als mijn gebrekkige geografische kennis mij niet te kort schiet.

De middag verloopt lekker. Als tegen de avond de wind wat afneemt, begint de genua te klapperen. Ik zet beide zeilen vol bij en de dame begint weer te lopen. Vanzelfsprekend neemt de wind daarna weer toe, zodat Romlea zes knopen loopt op een aan de windse koers, waarbij het water net niet door het gangboord loopt. Omdat de aardappel op het aanrecht staat, lijkt het me beter de helling wat te minderen, om te voorkomen dat ik de aardappel straks van de vloer kan eten. En dus reef ik beide zeilen weer wat. Zo gaan we de nacht in, hopelijk de laatste van deze tocht.

Onwillekeurig ben ik toch met mijn aankomst bij St Helena bezig. Ik hoop dat ik bij licht aan kom. Als de wind vandaag en morgen blijft zoals die nu is, zou het moeten kunnen lukken. Nu is in het donker aankomen niet een erg groot probleem, maar ik weet dat er moorings liggen, het schijnen ook nogal grote joekels te zijn en die zie je niet in het donker. Tegelijk met een grote zaklamp op de boeg staan en achter het stuurwiel als solozeiler is nogal een onmogelijke opgave. Wat ik zie aan ankerplek lijkt me ook de plek voor grote schepen, hoewel op de kaart een ankerplaats voor kleine schepen staat, bij James Bay. Ankerdiepte: tien tot twintig meter. De andere baai, Rupert's Bay heeft een grote breakwater. Dat zal de "zeehaven" wel zijn. Ik ben ook benieuwd of er andere jachten liggen, maar ik ga er vanuit van niet.

Hopelijk is ook port control ’s avonds actief. Ik ga het meemaken.

Daarnaast ben ik benieuwd om morgen het eiland uit de zee te zien oprijzen. Op 9 februari zag ik het laatste puntje Falklands aan de horizon. Daarna heb ik geen land meer gezien. Dat is toch een dikke maand geleden. Nu wacht er een afwas op me. En daarna niet te laat slapen. Als het dan morgenavond laat wordt, dan heb ik misschien nog wat energie over.

16 maart 2021

Ik lig lekker op de bank te pitten. Toch vindt de stuurautomaat het nodig om mij ’s nachts vier keer uit mijn slaap te halen, omdat die sufkop door de wind is gestuurd. Mijn koers is dan ook messcherp aan de wind, anders haal ik het echt niet. Na wakker worden rond zeven uur loopt de boot lekker met zes knopen. Zo haal ik het wel voor donker denk ik nog. Rond achten zie ik een grote bui aan komen, dus ik reef het grootzeil maar alvast, dan heb ik daar geen last van. Zodra de wind toeneemt, reef ik ook de genua. Als de bui voorbij is, gaat de genua weer vol bij. Nog een zestig mijl te gaan.

De middag is een middagje stoeien met Aeolus, het blijft knokken voor elk graadje de goede kant op. Om een uur of twee ontdek ik de contouren van St Helena.

    

 

Dat lucht op. Het eiland ligt op de juiste plek. Je zult maar aankomen en er is niets dan zee, dat zou een zware domper zijn. Tien mijl voor de ankerplaats, het zal net na vieren geweest zijn, roep ik port control op, maar geen antwoord. Een alleraardigste dame van welke organisatie dan ook beantwoord mijn oproep. Ik geef haar wat gegevens, zoals lengte boot, ETA, naam van de boot, aantal opvarenden en dan vraagt ze me om twee mijl voor de ankerplaats weer contact te zoeken met port control op kanaal veertien. Lukt dat niet, dan mag ik haar weer oproepen op kanaal zestien. In de luwte van het eiland gaan de zeilen in en Perkie aan. Twee mijl voor de ankerplaats roep ik wat ik wil op kanalen veertien en zestien, maar geen antwoord. Dan mezelf maar redden. Vlak voordat ik bij de ankerplaats ben, is het toch donker. Ik zie twee AIS signalen, dat valt erg mee. Ik maak het anker klaar, pak voor de zekerheid twee landvasten en koers af op de ankerplaats. Als ik er bijna ben, geeft mijn plotter een AIS aanvaringssignaal. Zo hoort het. Ik minder sterk vaart, pak het kanon (mijn zeer, zeer krachtige LED-Lenser zaklamp) en schijn voor de boot uit. Op een haar na mis ik een grote metalen mooring, een daar aan vastgemaakte drijvende lijn en een vissersboot aan een andere mooring. Het is hier een ware parkeerplaats van grote en kleine bootjes, zonder verlichting en zonder AIS. Ondertussen regent het lekker, dus de omstandigheden zijn optimaal. Met dank aan port control die niet reageert, evenals de dame die eerder zo vriendelijk was. Ik vaar wat rond maar heb geen idee waar ik kan ankeren. Achter me is het te diep, voor me sterft het van de bootjes. Dan zie ik een grote metalen mooring, die er als wees ligt. Hij zal wel toebehoren aan een local, maar ik probeer deze toch maar te charteren. Voorzichtig sturend kom ik er vlakbij, kleine zaklamp in de mond, Duck in de aanslag en het lukt me om de Duck rond te opgelaste ring te krijgen en beleg de lijn van de Duck snel aan de boot. Ik lig!!!! Om zes uur in de avond. Goede local die me hier vannacht weg krijgt. Daarna zet ik eerst het ankeralarm. Terwijl ik naar buiten loop, gaat dat af. Het denkt dat ik enkele duizenden kilometers verwijderd ben van de laatste ankerplaats. Dat is ook zo. :-) Als het alarm de juiste GPS fix krijgt, gaat het goed. Ik krijg de beide landvasten door de ring op de mooring, verwijder de Duck, één landvast om de boot op zijn plek te houden, de andere als reserve, mocht de ene landvast breken of doorschavielen. Ik hou van enige mate van zekerheid. Nu eerst mijn welverdiende biertje na veertig dagen varen. I made it!! Single handed!!! Van Ushuaia naar St Helena. Een route die niemand die bij zijn volle verstand is, zal varen. I did it!!!

Heeft er nog iemand zin om te koken trouwens? Ik niet.

17 maart 2021

Als ik ’s morgens wakker word en om me heen kijk, zie ik een veld aan lokale bootjes, oostelijk een geankerd zeiljacht, westelijk vier jachten aan moorings. Op geen enkel jacht is een teken van leven te bekennen. Wel loopt er iemand rond op een vissersbootje en een containerschip achter de breakwater wordt gelost. Ook zie ik enkele visboeitjes. Natuurlijk met reflecterende vlaggetjes, maar geen lampjes. Ik besef me dat ik gisteravond door het oog van de naald ben gekropen.

Om negen uur roept port control mij op. Ze vertellen me dat ik aan een privé mooring lig en of ik wil verkassen naar een mooring bij de andere jachten. Natuurlijk wil ik dat, maar ik maak hem wel duidelijk dat het gisteravond in het stikdonker niet meeviel om ook maar enige mooring op te pikken, in de hoop dat hij de hint meekrijgt, maar officials kennende, zal dat wel niet.

Ik krijg te horen dat ik niet aan land mag, in verband met de pandemie. Ik leg hem uit dat ik uit Ushuaia kom, al veertig dagen op zee zit en behoefte heb aan voedsel, brandstof en dat ik naar een tandarts moet. Of ik op basis van humanitaire redenen aan wal mag komen. Hij snapt mijn situatie en gaat met de St Heleense autoriteiten overleggen wat mogelijk is. Mogelijk komt eerst iemand aan boord om mijn afgebroken kies te beoordelen. Voedsel en brandstof kunnen ze aan boord brengen. Officieel mag ik hier maximaal achtenveertig uur liggen. En natuurlijk moet ik de papieren laten zien als er al iemand aan boord komt, van de Argentijnse autoriteiten in Ushuaia. Vooruit dan maar, ook goed.

Dit betekent met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (maar ik zal het vragen), dat ik ook op Ascension niet aan wal zal mogen. Het heeft dan geen zin om daar naar toe te varen en dan wordt de eerstvolgende stop toch echt de Kaap Verden. Weer drie weken onderweg. Het schiet dan echter wel op, voordeeltje. ;-) Blij word ik er niet van.

Om twaalf uur komen Steve en Jason van de douane langszij. Natuurlijk is er het obligaat in te vullen formulier, ze vragen de documenten uit Ushuaia, vertellen nogmaals dat ik niet aan land mag, nemen mijn bescheiden hoeveelheid afval mee en vertellen dat Ascension open is. Mooi meegenomen. Ook geven ze aan dat ze pas vrijdag weer komen, in verband met het lossen van het vrachtschip. Dan kan ik ook het ingevulde formulier overhandigen en mijn boodschappenlijst. Ik neem geen risico en proviandeer tot en met de Kaap Verden. Als ik op Ascension verse groente en vlees kan krijgen heb ik verder alles aan boord.

Ik kan onder water aan de boot werken volgens de mannen. Veel meer dan walvishaaien en roggen schijnt hier niet rond te zwemmen, althans niet iets wat me op zou kunnen peuzelen. Ook weer een meevaller.

Betalen is een probleem. Mijn cash is op en credit card betalingsmogelijkheden zijn er niet. Ik vertel dat als ik internet heb, ik via de bank geld kan overmaken voor boodschappen en diesel. Dat lijkt de mannen een goed plan, ze zullen vrijdag een sim-kaart voor me meenemen. INTERNET! YES! Morgen zullen ze me even oproepen om te vragen of alles oké is.

Vandaag doe ik heeeeel rustig aan. Morgen begin ik met noodzakelijke klusjes aan de boot om verder te kunnen. Niets dramatisch maar sommige dingen wil ik wel gedaan hebben.

In de middag luier ik wat en luister naar St Helena radio. Aan het eind van de dag neem ik een lekker bad in de zeer grote badkuip achter de boot. Heerlijk, daar knapt een mens echt van op.

Hier eindigt mijn verslag van een moeizame maar zeer de moeite waard reis van Ushuaia naar Sint Helena. Wat een tocht voor iemand die niet kan zeilen. Stiekem "under the cover of darkness" wegvaren uit Ushuaia, de storm en het opgevangen marifoonverkeer over mij bij Staten eiland, de drijvend eilandnacht bij de Falklands en op andere plekken, de voortdurend aan de windse koers, het jezelf moeten redden, het contact met thuis- en ander gewaardeerd front. Sinds vertrek in tweeduizendzeventien uit Nederland, toch de mooiste overtocht!

 

  Terug naar beginpagina